Lana en Kim
Woensdag 22 februari - In de Music video van het nummer ‘Video Games’ van Lana del Rey zie je een paar keer twee jolige stellen op brommers door een Amerikaans (?) landschap scheuren dat me enorm aan de kop van Noord-Holland doet denken. De Wieringerwaard. Waarland. Kolhorn. Zaterdagavond. Stappen in Schagen.
Aangewakkerd door die associatie, ben ik misschien wel de enige die bij Lana del Rey moet denken aan… Kim Wilde. Voor ze in Groot-Brittannië bekend werd als presentatrice van een tuinprogramma, gevolgd door een gezamenlijke comeback met Nena, bracht ze in de jaren tachtig een paar lp’s uit. Lachen deed Kim in die tijd nog niet. Op internet vind je alleen foto’s waarop ze stuurs in de camera kijkt, haar blonde haar zorgvuldig gemodelleerd met behulp van een pot gel en een ontplofte föhn.
Naarmate de jaren vorderden werden haar platen steeds pretentielozer, maar de eerste, titelloze lp uit 1981 vind ik nog steeds de moeite waard. Niet zozeer de wat al te vluchtige hits (‘Kids in Amerika’ en ‘Chequered Love’) maar tracks als ‘Water on Glas’, ‘2-6-5-8-0’ en ‘You’ll never be so wrong’ ademen een melancholieke, wat uitzichtloze sfeer met een sprankje hoop. Jong zijn in Amerika en je de hele dag kapot vervelen. Rondslenteren in helverlichte winkelcentra. Doelloos rondjes rijden in eindeloze buitenwijken. Zoiets. Een beetje Lana del Rey, maar dan zonder dat de depressiviteit en het cynisme er van afdruipen. Aangespoord door vader Marty en broer Rick, richtte Kim Wilde zich met haar debuutalbum nadrukkelijk op de grote, kapitaalkrachtige Amerikaanse markt. Het resultaat mag er best zijn, maar heeft natuurlijk ook iets geforceerds: een Britse die over ‘haar’ Amerikaanse jeugd zingt. Ruim dertig jaar later maakt het met terugwerkende kracht ook een beetje nieuwsgierig naar Kim Wilde die haar eerste plaat gewoon, zoals het hoort, had gewijd aan haar jonge jaren in de Londense wijken Chiswick en Dulwich en het stadje Ware in Hertfordshire.
Teamprestatie
Zondag 19 februari - Nog drie nachten slapen, dan is het zover. De officiële presentatie van Libero Magazine. Het nieuwe voetbalblad is al geregeld aangehaald, in deze blog, maar vooral ook op Twitter. Op zich heel logisch. In een eerdere blog stelde ik al ‘waar het journalistieke hart vol van is…’ En zo was het en is het dus eigenlijk nog steeds. Overigens liepen niet alleen onze harten, maar ook onze hoofden over. Omdat onze andere opdrachtgevers uiteraard niet mochten lijden onder de opbouw van deze nieuwe klus, zat ik vaak nog laat in de avond en niet zelden ook nog in het weekend achter mijn laptop.
Vorige week stond vooral in het teken van de opmaak van het blad. De vraag was: hoe kregen alle teksten en foto’s een plek in het blad en in welke vorm werden de rubrieken gegoten? De onderlinge stress nam soms zodanige vormen aan, dat die niet nog onder de noemer 'gezonde wedstrijdspanning' kon worden gevat. Maar onder druk ontstaan vaak de mooiste dingen. Zo ook nu!
Volgend weekend ligt er een prachtig eindproduct in de voetbalkantines. En dat nog gratis ook! Het is ons gelukt, samen met de bladmanagers, de fotografe en de vormgever. En dat amper in een maand tijd. Ik ben daar ongelooflijk trots op. Ik vind dan ook dat we het met recht een glanzende teamprestatie mogen noemen van ‘ons' oranje.
Twitter (3)
Donderdag 16 februari - Maakt u zich geen zorgen: ik heb de nodige slechte eigenschappen. Maar ik ben, geloof ik, niet narcistisch en geen opschepper. Omdat ik ook nog eens een zakelijk gen mis, ben ik in beginsel absoluut ongeschikt voor Twitter. Als ik dat wel was geweest, had ik de afgelopen dagen vast een aantal tweets gewijd aan het lange weekend in Berlijn waar ik morgen aan ga beginnen.
Ik had dan in een tweet quasi achteloos geïnformeerd of iemand onlangs nog nieuwe, leuke cafeetjes in Prenzlauer Berg heeft ontdekt. #lekkerpuh!
Ik had na wat geGoogle een paar tweets de wereld in gestuurd over enkele obscure tentoonstellingen in Berlijnse buitenwijken, die ik natuurlijk zeker ga bezoeken. #alsmanvandewereldisceesuiterstbreedgeöriënteerd
Ik had een paar keer getweet over mijn fantastische, hyperintelligente en –sportieve kinderen die verrassend veel over Berlijn blijken te weten en er al korfballend (op topniveau!) smakelijk over kunnen vertellen. #wathebiktocheenbijzonderkroost!
Ik had, denk ik, ook nog een tweet verzonnen die duidelijk maakt dat ik niet alleen voor m’n lol naar Berlijn ga, maar dat er ook een belangrijke zakelijke kant aan mijn bezoek zit. #hetlevenvanceesiseenbruisendemixvanintrigerendwerkenspetterendevrijetijd
Allemaal niet gedaan. Zoals ik ook niet van plan ben om het thuisfront met een stroom tweets op de hoogte te houden van m’n doen en laten in Berlijn. Een beetje twitteraar doet dat natuurlijk wel, verbeten, vingervlug, afwezig, af en toe meewarig glimlachend om al die Japanners en Chinezen die weinig van hun Europese trip lijken mee te krijgen omdat ze de hele tijd veel te druk in de weer zijn met hun fototoestel of filmcamera.
Op reportage
Zaterdag 11 februari - Voor Stivas Magazine ga ik vier keer per jaar op reportage. Het is mijn favoriete rubriek in het kwartaalblad. De ene keer toer ik met een delegatie per bus door een gebied, de andere keer trek ik de wandelschoenen aan voor een cultuurhistorische tocht door de landerijen. Ook woonde ik al een gastcollege bij van mijn opdrachtgever op een agrarische hogeschool in Velp, zat ik al eens in de dienstauto van landbouwgedeputeerde Jaap Bond op weg naar Texel en reed ik met een melkveehouder per trekker dwars door het drukke stadsverkeer. Stuk voor stuk leuke ervaringen. Om mee te maken, maar ook om te beschrijven en te fotograferen (de reportage is rijkelijk geïllustreerd met sfeerbeelden).
Voor de volgende reportage waren er wat losse ideeën, maar geen concrete afspraken. Gelukkig maar. Dinsdagochtend werd ik om een uur of zes wakker en herinnerde me ineens een onderwerp op de vaste lijst - onder het kopje ‘voor een volgend nummer’ - die we altijd op de redactievergadering doornemen: schaatsen met een boer door het Noord-Hollands weidelandschap. Door alle drukte met het nieuwe voetbalblad Libero Magazine, was ik in 2012 nog niet verder gekomen dan de ijsbaan van Nova Zembla in Spaarndam. Hoewel een prachtlocatie, is het toch niet te vergelijken met een tocht tussen de weilanden.
Na twee korte telefoontjes pikte een half uur later een melkveehouder in Assendelft op van het erf. Hij ging met zijn vaste schaatsmaten trainen in het Wormer- en Jisperveld voor de Elfstedentocht. Natuurlijk wilden ze daarbij best een redacteur op sleeptouw nemen. Nee, zo hard gingen ze niet. Het was puur om kilometers in de benen te krijgen. De snelheid deed er niet toe...
Bij de opstapplaats naast café De Lepelaar in Jisp - normaal startpunt van de Bannetocht - stonden ze ons al ongeduldig op te wachten: mijn gelegenheidsschaatsmaten. Mannen met mutsen, snorren, baarden en grote sneeuwbrillen. De veehouder en ik bonden snel de schaatsen onder en voegden ons bij de groep. ‘Kunnen we?’, werd er nog een keer gevraagd, zonder het antwoord af te wachten. Daar gingen we. In formatie. Ik ving vluchtig op dat Neck onze eerste bestemming zou worden. Geen idee hoe ver dat rijden was en gelegenheid om er diep over na te denken kreeg ik niet meer. Met de wind op de kop, een sterk wisselende ijskwaliteit en een pittig tempo moest ik vol aan de bak. Na een korte eetpauze in Neck ging het verder naar Spijkerboor en vervolgens weer terug naar Jisp. Meetrainen voor de Elfstedentocht, wat een ervaring!
Dat de tocht der tochten een dag later alsnog werd afgeblazen, doet daar niets aan af. Het zal niet meevallen om deze reportage qua beleving te overtreffen, maar ik houd me uiteraard aanbevolen voor suggesties.
Schlecker
Dinsdag 7 februari - In navolging van de HBO-opleiding Journalistiek in Zwolle, was ook drogisterijketen Schlecker de afgelopen weken negatief in het nieuws. Ik moest meteen denken aan het begin van mijn stage bij de Helderse Courant, in het derde jaar van mijn studie. Als er in mijn geval al sprake is van zoiets als een journalistieke carrière, dan is-ie toen begonnen.
Tijdens de dagelijkse redactievergadering op de zolder van de toenmalige redactieburelen aan de Spoorstraat, meldde chef redactie Peter Hovestad dat er een Schlecker kwam in Den Helder. “Terwijl er in die buurt al een paar drogisterijen zitten. Cees, wil jij eens gaan polsen wat die er van vinden?”
Dat wilde ik wel.
Toen ik een uur later terug was, vroeg Peter me hoe het was gegaan. “Zit er een artikel in?” Ik bladerende mismoedig door mijn notitieblok. “Ik denk het niet. Die Nieuwediepers zijn niet erg spraakzaam zeg. Eens kijken… Er was alleen een filiaalchef die zei dat-ie er niet zo blij mee was.”
‘DROGISTERIJEN NIET BLIJ MET KOMST SCHLECKER’ luidde de volgende dag de kop boven het op een na grootste artikel op de voorpagina van de Helderse Courant.
Nogmaals: als er in mijn geval al sprake is van zoiets als een journalistieke carrière, dan is-ie toen begonnen.
Nieuws!
Vrijdag 3 februari - Tijdens de restyling van de website van De Geus & Hartman, alweer ruim een jaar geleden, is de rubriek ‘Nieuws’ gesneuveld. Dagelijks met nieuws in de weer, kwamen we erachter dat we niet zo gek veel over onszelf te melden hadden. Natuurlijk: om de week voegden we de meest recente uitslag van de Eeuwigdurende Bedrijfs Biljart Competitie van De Geus & Hartman toe aan de site, maar we hadden niet de indruk dat veel mensen daar reikhalzend naar uitkeken.
Nieuwsrubriek exit dus en vermoedelijk is het toeval maar sindsdien hebben we niet meer gebiljart. Hoewel Bert er in zijn blog’s regelmatig aandacht aan heeft geschonken, is het u door de restyling misschien wel ontgaan dat het door De Geus & Hartman gesponsorde voetbalteam Drenthe United in mei 2011 voor het eerst in de historie het prestigieuze Gladiolentoernooi heeft gewonnen. Het is nu aan mij om u via een als blog vermomd nieuwsbericht kond te doen (mooie uitdrukking!) van het feit dat Millenniumgemeente Langedijk onlangs is uitgeroepen tot ‘de meest inspirerende millenniumgemeente van Nederland’. De bekroonde millenniumgemeente heeft een site waar Bert webmaster van is. Ik ben verantwoordelijk voor de inhoud en neem ook een groot deel van de overige communicatie van Millenniumgemeente Langedijk voor mijn rekening.
Het succes van de Noord-Hollandse millenniumgemeente straalt dus ook op De Geus & Hartman af en (geteisterd door al dan niet valse bescheidenheid moet dit echt uit m’n tenen komen) dat is terecht: we steken er heel veel tijd en energie in. Daar staat een kleine vergoeding tegenover, de rest is onze bijdrage aan een betere wereld in het algemeen, een beter Langedijk in het bijzonder en…
Genoeg. Zoals het een nuchtere West-Fries betaamt ben ik wars van zulke grootse woorden en gebaren. Niet lullen maar poetsen. Dóen. Wat niet wegneemt dat we het leuk vinden als u eens een kijkje neemt op de ‘meest inspirerende millenniumsite van Nederland’…
Cassettebandje
Dinsdag 31 januari - Vorige week ben ik 45 geworden (dank u wel). Afgelopen zondag zette ik die bescheiden mijlpaal luister bij met een bescheiden feestje, met als nog bescheidener thema: het cassettebandje. Ik had namelijk bij toeval ontdekt dat deze magnifieke geluidsdrager ongeveer 45 jaar geleden voor het eerst op de markt is gebracht.
Nadat ik via Marktplaats en in de Jansstraat twee cassettedecks op de kop had weten te tikken, kon ik alle genodigden per mail vragen cassettebandjes mee te nemen. De oogst: twintig feestgangers en 45 cassettebandjes. Dat lijkt een mooi gemiddelde, maar 43 cassettebandjes waren afkomstig uit een plastic tas waar voetbalvriend Foeke Dijkstra mee aan kwam zetten – de overige twee had ik zelf in een doos op zolder gevonden, als allerlaatste representanten van een groot legioen dat ooit door mijn woning en auto zwierf.
Conclusie: het cassettebandje is weggevaagd, in de eerste plaats door de cd. Terecht natuurlijk, want ook op mijn feestje bleek dat de geluidskwaliteit absoluut niet kan tippen aan die van die steriele, groot uitgevallen bierviltjes. Anders dan de lp en de single, roept het cassettebandje weinig nostalgische gevoelens op. Behalve misschien bij mij, zij het sinds kort, om precies te zijn: sinds afgelopen zondag. Toen ik al die ruis en al dat gepiep, gekraak en gezwoeg hoorde, moest ik denken aan de tientallen (honderden?) Philips-, TDK- en Maxell-bandjes die de software vormden voor m’n bij-elkaar-gebollenpelde radiocassettespeler. Play. Rec. Rew. FF. Eindeloos. Tot de tape zo versleten was dat je kant B steeds nadrukkelijker op de achtergrond hoorde als je kant A afspeelde – of andersom natuurlijk.
Gouden uitvinding. Magistrale vormgeving.
Die twee resterende cassettebandjes gooi ik niet weg, maar koester ik. Lijst ik in. Plaats ik op een klein voetstukje. Helden. Laatsten der Maxellikanen.
Schakelen
Donderdag 26 januari - Mijn compagnon merkte laatst al op dat we met De Geus & Hartman nog nooit zo’n vliegende start maakten in een nieuw jaar. En hoewel we het niet zelden oneens zijn (da’s nog eens een meervoudige ontkenning), kan ik hem deze keer niet anders dan gelijk geven.
Nu probeer ik er zelf – als een soort verlaat goed voornemen voor 2012 – voor te waken om steeds te zeggen 'hoe druk ik het toch wel heb'. Bij anderen vind ik dat meestal ook zo gewichtig klinken. Aan de andere moet ik volgens de journalistieke ethiek wel de waarheid schrijven, of die in elk geval zoveel mogelijk benaderen. Nou, druk heb ik het nu dus, maar wees niet bang: ik ga hier niet de uitdraai van mijn denkbeeldige prikklok ontvouwen.
Wat ik geinig vind om deze blog aan te wijden (met het risico dat het alsnog als gewichtig wordt opgevat) is niet zozeer het aantal uren, als wel de diversiteit aan werk die de laatste dagen op mijn pad komt. Ik kan daar enorm van genieten. Zo stapte ik maandagochtend in de auto voor een interview op een landgoed over de consequenties van Rijksbezuinigingen voor de toekomstige inrichting van het landelijk gebied, gevolgd door een telefonische brainstormsessie over een nieuwe rubriek voor een multidisciplinaire sportpraktijk in een ziekenhuis, waarna ik in de avonduren een lokale voetbalcoach diverse tactische dilemma’s voorlegde. Een dag later werd ik benaderd om mee te denken over een rondetafelgesprek voor een jaarverslag over de economie in de Noordkop, werkte ik ’s middags aan een persbericht over een grondruil in Harenkarspel en zat ik ’s avonds bij een voorzitter van een bijna honderd jaar oude voetbalclub, die ooit ontstond op de visafslag. En tussendoor beantwoordde ik de meest uiteenlopende telefoontjes en mailtjes. Dat is nog eens schakelen...
Die genoemde vliegende start is dus zeker niet overdreven. Waarom ons dit juist in deze economisch lastige tijden overkomt, daarover zou ik uren kunnen filosoferen. Tenminste als ik me nu niet hoefde te buigen over de insteek van een nieuwe column van een kleurrijke sportdirecteur in Haarlem…
Ships that pass in the Night
Dinsdag 24 januari - Na een geslaagde evaluatie van een mooie opdracht in 2011, ging ik vorige week met uitgever Marcel Sanderse en vormgever Victor Kappelhof dineren (jawel) in het restaurant van Delta Hotel in Vlaardingen. De foto hierboven is overdag gemaakt. Toen wij er zaten was het al donker en iets minder druk. Met de nadruk op ‘iets’, want net als Schiphol is het ook in de haven van Rotterdam een kwestie van ‘24/7’. Op de Nieuwe Waterweg was het komen en gaan van kleine, driftig voortploeterende binnenvaartschepen én majestueus voorbijglijdende tankers en containerschepen. Met wild opspattend water schoot er af en toe ook een watertaxi voorbij.
Zo’n schaars verlicht, massief silhouet dat, zo op het oog, stapvoets passeert is, vind ik, ongelofelijk fascinerend. Aantrekkelijk en dreigend tegelijk. Mysterieus ook. En vooral niet te stuiten, al zullen de kapiteins van de Costa Concordia en de Aztec Maiden daar anders over denken. Omdat ik ook maar een zeer voorspelbaar mens ben duurde het daar in het restaurant van Delta Hotel, op de noordoever van de Nieuwe Waterweg, niet lang voor die bekende Engelse dichtregel door mijn hoofd spookte.
Ships that pass in the Night.
Nou ja, bekend. Ik kénde het zinnetje wel, maar had geen flauw idee waarván. Kwam het eigenlijk wel uit een gedicht? Misschien was ik het ooit wel in een roman tegengekomen. ‘Scheepsberichten’ van Annie E. Proulx leek me in dat geval een reële optie. Of ‘The Old Man and the Sea’ van Ernest Hemingway, dat ik op het VWO ooit tegen heug en meug voor mijn lijst heb gelezen.
Terug in Haarlem leerde Wikipedia me dat de zin Ships that pass in the Night afkomstig is uit een gedicht van de Amerikaanse dichter Henry Wadsworth Longfellow (1807-1882). Die naam vergeet ik niet meer, net als het gedicht. Ik heb het inmiddels uit mijn hoofd geleerd zodat ik er goede sier mee kan maken, bijvoorbeeld in mijn blog op de site van De Geus & Hartman:
‘Ships that pass in the night, and speak each other in passing, only a signal shown, and a distant voice in the darkness; So on the ocean of life, we pass and speak one another, only a look and a voice, then darkness again and a silence.’
De lamskoteletten die ik had besteld waren trouwens erg lekker.
Sfeer proeven
Woensdag 18 januari - Het is een mooie tijd geleden dat ik als 'nieuwsjager' (bijna) elke dag op zoek ging naar interessante verhalen en boeiende personen. Zo’n twintig jaar geleden startte ik mijn journalistieke carrière speurend naar streeknieuws op de redactie van de Schager Courant. Na ruim twee jaar verruilde ik die baan voor de burelen van Westweek (tegenwoordig Nieuwe Oogst) waar ik samen met mijn compagnon zo’n vijf jaar lang de agrarische actualiteiten nauwlettend volgde en beschreef.
Uiteraard ben ik sindsdien als freelancer nog steeds gespitst op kansen voor mooie reportages en verrassende invalshoeken. Maar met mijn directe betrokkenheid bij de lancering van Libero Magazine is – om met Louis van Gaal te spreken – de cirkel weer rond. De eerste uitgave van het voetbalblad voor amateursclubs in de regio Zuid-Kennemerland is 'pas' gepland voor medio februari, dus u zult nog even moeten wachten. Zelf kan ik dat amper. Want hoewel we ons niet op het 'harde nieuws' richten - dat winnen we nooit van de dagbladen, laat staan van de lokale nieuwssites - ben ik sinds de eerste redactionele besprekingen eind vorig jaar voortdurend en als vanouds aan het schaven aan aantrekkelijke rubrieken, om voetbalachtergronden in de regio een originele draai te geven.
Gisteravond was ik bij de vriendschappelijke wedstrijd EDO-KHFC voor een foto bij een kort artikel, om mijn gezicht te laten zien en vooral ook om sfeer te proeven. Het smaakte goed. Eerder deze week leverde mijn compagnon al de eerste artikelen aan. Hij refereerde daar in zijn vorige blog ook al naar. Het bewijst eens temeer: waar het (journalistieke) hart vol van is, stroomt de mond van over...
Participerende journalistiek
Vrijdag 13 januari - Voor het nieuwe amateurvoetbalmagazine Libero (hoofdredacteur: Bert Hartman) ga ik zaterdag in woord en beeld verslag doen van het Oude Garde Toernooi bij voetbalvereniging Olympia Haarlem. Kleine handicap hierbij is dat ik zelf in het veteranenteam van DSC’74 speel. Ik bereid me dus nu al geestelijk en lichamelijk voor op een unieke vorm van participerende journalistiek.
Wat moet u zich hierbij voorstellen?
Nou, dit: ik passeer in volle vaart de ene verdediger van De Brug na de andere, kap tenslotte ook de keeper uit en schuif de bal in het lege doel. In plaats van naar de cornervlag te rennen, om daar mijn rituele Cees de Geus-dansje uit te voeren, tover ik een voicerecorder tevoorschijn en hou het apparaat onder de neus van de keeper die verslagen op de grond ligt. “Wat ging er door je heen toen ik op je af kwam?” vraag ik hem. “Dacht je niet: nu gaat-ie vast wel een keertje stiften?”
Of, waarschijnlijker, dit: ik word wéér gedold door de rappe aanvaller van RCH en val tergend langzaam, met maaiende armen, achterover in de modder. Normaal zou ik daar lekker een tijdje zijn blijven liggen, om na te denken over mijn zonden, maar nu krabbel ik haastig overeind, om een foto te maken van het vijfde doelpunt van de RCH-spits.
Eén probleem: voor die voicerecorder vind ik vast wel ergens een plekje, maar waar laat ik tijdens de wedstrijd die camera?
Boer Cees
Maandag 9 januari - In een plotse vlaag van nieuwsgierigheid heb ik laatst voor € 9,99 bij Intertoys het computerspel Agricultural Simulator 2011 gekocht. Terwijl ik absoluut geen gamer ben, moet ik bekennen dat ik er de afgelopen weken mijn handen vol aan heb gehad. ‘s Avonds en in het weekend dan, uiteraard, want in de eerste werkweek van 2012 is De Geus & Hartman weer piepend en krakend op gang gekomen.
Bij Agricultural Simulator 2011 is het de bedoeling dat je een gemengd bedrijf in een prachtig dal aan de rand van de Alpen (?) vanuit het niets tot economische bloei brengt. Je begint met niets, maar hebt al snel een kleine veestapel en een stuk of wat akkers met onder andere tarwe en gerst. Al die hectaren moeten worden geploegd, gekuuld, bemest en ingezaaid. Dat betekent dat je letterlijk urenlang in de virtuele cabine van de trekker van het merk Claas zit. Persoonlijk vind ik dat absoluut geen straf, maar m’n zoon Jeen was het al snel zat en scheurde op een onbewaakt ogenblik naar het dichtstbijzijnde dorpje om te gaan joyriden – met de trekker, wel te verstaan.
Zelf kwam ik tijdens het ploegen van het derde perceel plotseling tot het inzicht dat mijn bedrijf op deze manier niet levensvatbaar was. Als ik klaar was met ploegen, moest het land direct worden gekuuld en daarna bemest en ingezaaid. Ik voorzag dat ik niet meer van de trekker af zou komen. Waar moest ik de tijd vandaan halen om m’n bedrijf te managen? In m’n virtuele cabine kreeg ik geen genoeg van het bergachtige landschap dat aan alle kanten voorbij gleed maar, begreep ik, er moest uiteindelijk ook nog géld worden verdiend.
Om een lang verhaal kort te maken: ik heb een tweede trekker gekocht en een medewerker in dienst genomen. Frans. Een harde werker. Goedlachs ook. Geloof het of niet: het kostte me enige moeite om hem een vast contract aan te bieden. Toen Bert en ik een jaar of vijftien geleden met De Geus & Hartman begonnen, spraken we af dat we nóóit mensen vast in dienst zouden nemen. Zelfs bij een computergame blijk ik een beetje huiverig om een bindende arbeidsovereenkomst met iemand af te sluiten.
Inmiddels is Frans lekker aan het ploegen en cultiveren - ik heb hem zijn trekkerrijbewijs laten halen, bleek-ie niet te hebben - en ben ik druk bezig met de administratie en de in- en verkoop van vee, zaaizaad, tarwe en gerst. Ik kruip alleen nog op de trekker als er gezaaid, geplant of geoogst moet worden. Dat zijn ook de momenten waarop ik weer even kan genieten van het mooie landschap om me heen, buiten de cabine.
En dat allemaal voor € 9,99.
Westkaap
Donderdag 5 januari - Deze eerste blog van het jaar schrijf ik in Westkapelle, een kustdorp aan de 'westkaap' van Walcheren. Mooi woord vind ik dat, westkaap. Alsof Abel Tasman hier als eerste voet aan wal zette. Stoer en onverschrokken. Zeker bij windkracht 8 voelt dat zo.
Eigenlijk zijn we (mijn vrouw, zoon en ik) geen echte strandmensen. Zeker niet als het keihard waait. Dat is geen geheim, getuige ook de ironische tweets van mijn meelevende compagnon @CeesTwit: ‘Ik krijg het maar niet op m'n netvlies: de familie Hartman-De Geus tijdens urenlange strandwandelingen weer en wind trotserend’. Om even later lollig te verwijzen naar mijn wandelcolumn in de voormalige periodiek van onze recreatiewoning ’t Ahre End: ‘Bert's Barre Berg- en Strandwandelingen, in de Kreuzberger en Sint Maartenszeeër Zeitung. Klinkt goed.’ Om een dag later nog meer de draak te steken met ons kustavontuur: ‘Tijdens het kitesurfen in #Zandvoort zag ik de familie Hartman net voorbij snellen, in noordelijke richting! Dat zijn pas strandwandelingen!’
We kunnen het hebben. Gemakkelijk zelfs. Het midweekje Zeeland was bedoeld om onze batterij voor 2012 op te laden. En dat lukt voortreffelijk. Walcheren is (wind)energieopwekkend...
P.S. We hebben de smaak nu echt te pakken. Vanmiddag trotseren we de wind en zoeken opnieuw de westkaap op, om precies te zijn Dijkpaviljoen De Westkaap.
Jaarlijstjes (2)
Vrijdag 30 december - Door de vorige blog de titel Jaarlijstjes (1) te geven, heb ik mezelf min of meer verplicht om nog een keer met een vervolg te komen. Geen enkel probleem. Ik geef graag mijn mening, zeker als het om sport, muziek of mijn werk gaat. Daar gaat ‘ie:
Muzikale ontdekkingen in 2011 (voor mij; sommige bands hebben al meerdere albums uitgebracht): (1) Wintersleep: Met dank aan mijn geduldige iPod ; (2) Hey Rosetta! Met dank aan zoekfunctie iTunes ; (3) Morning Parade: met dank aan KinkFM.
Televisieseries gevolgd in 2011 (mag ook via de DVD-speler): (1) The Killing: Deense rechercheurs en politici in een wervelend thriller ; (2) In Therapie: Nederlandse therapeut (Peter Blok) krijgt weergaloos tegenspel van zijn cliënten ; (3) Millennium Trilogie: Zweedse journalist duikt in intrigerende familiegeschiedenis.
Concerten in 2011 (optredens op Rock Werchter niet meegerekend - staan al in de concertladder): (1) Buffalo Tom in de Melkweg bezocht met vrienden ; (2) Blue October in de Melkweg bezocht met vrouw, schoonzus en zoon (!) ; (3) Mona in de Melkweg bezocht met buurman.
In de tipparade live 2011 (concerten blijven mijn favoriete avond uit, vandaar bij hoge uitzondering een ‘reservelijst’): (1) My Morning Jacket: in Paradiso bezocht met kameraad; (2) BellX1: in People’s Place beziocht met mijn vrouw ; (3) De Dijk: in het Patronaat bezocht met vrouw, schoonzus en zwager.
Mijn voetballer van 2011 (strikt persoonlijk, maar dat geldt overigens ook voor de rest van mijn lijstjes): (1) Javier Pastore: vanwege zijn sierlijke spel - zie foto boven, maar gaat dat vooral eens zien op YouTube! ; (2) Siem de Jong: vanwege zijn tactisch inzicht en zijn belangrijke rol in de titel van Ajax ; (3) Xavi: vanwege zijn ongeëvenaarde spelinzicht en efficiënte techniek (de kapitein van Barcelona) – op zich is Mesut Özil een nog mooiere speler om naar te kijken, alleen speelt die voor Real Madrid.
Tot slot om het toch nog even op het werk te projecteren – het is immers wel de blog van De Geus & Hartman, de mooiste klussen van 2011. (1) Stivas Magazine: vier kwartaaluitgaven met nieuws en vooral achtergronden over het landelijk gebied in Noord-Holland ; (2) Jaarverslag Sportservicepunt Langedijk: uitgave in vier delen barstensvol informatie en interviews met betrokkenen ; (3) Sportief Groningen: magazine over top- en breedtesport in de provincie Groningen.
Tot zover deze laatste blog van 2011. Voor 2012 beloof ik u op de site opnieuw minimaal 52 verse blogs en met ons tekstbureau uiteraard weer (1) creativiteit (2) betrokkenheid en (3) betrouwbaarheid. Gelukkig Nieuwjaar!
Jaarlijstjes (1)
Dinsdag 27 december - De jaarwisseling nadert, oftewel het is lijstjestijd. Ik ben er dol op. Ranglijsten. Als jong ventje bladerde ik in de Voetbal International altijd al als eerste naar de cijfers die de jury aan de spelers van Eredivisie toekende. Het mooiste waren de (half-)jaaroverzichten met de gemiddelden van alle voetballers, liefst met twee cijfers achter de komma. Het zit blijkbaar in de genen, want ook mijn zoon is dol op dergelijke statistieken. Vorige week woensdag in Leiden (bij ons bezoek aan het Glazen Huis, #SR11 - zie foto) was 'ie zo een dik half uur zoet met de voetbalbeoordelingen in het tijdschrift Nu.sport, waar de redactie naast een rapportcijfer ook nog een lollig bedoelde motivatie toevoegt…
Terug naar de lijstjes, of mijn jaarlijstjes. Ik doe er (eerst eens) drie en dat in de Nu.sport-stijl. Zonder overigens lollig te doen. Daarvoor nemen 'wij Hartmannen' de statistieken en lijstjes te serieus...
Om direct maar goed te beginnen, de Nederlandse man van 2011: (1) Huub van de Lubbe: 8,97 charismatisch & innemend ; (2) Frank de Boer: 8,81 onverstoorbaar & authentiek ; (3) Hans Sibbel: 8,77 origineel & geëngageerd ;
Boek (door mij gelezen in) 2011: De Weldoener – P.F. Thomese: 8,94 virtuoos & wervelend ; (2) De Onvolmaakten – Tom Rachman: 8,86 treffend & ontwapenend ; (3) De Klap – Christos Tsiolkas: 8,71 scherp & meeslepend ;
Tot slot de CD 2011: (1) Mylo Xyloto - Coldplay: 8,97 helder & melodieus ; (2) Stuck in the Ocean – Airship: 8,89 pakkend & opzwepend ; (3) Bloodless Coup – BellX1: 8,77 swingend & veelzijdig.
Twitter (2)
Vrijdag 23 december - Sinds enkele maanden fungeer ik als ghostwriter van voormalig topturnster Renske Endel. Voor het meest recente resultaat moet u maar eens kijken op de bewuste millenniumsite. U begrijpt dan meteen ook waarom ik me heb voorgenomen om weer wat vaker hard te lopen. Omdat ik het nogal druk heb gehad, is dat er de laatste maanden namelijk een beetje bij ingeschoten.
Hoewel ik het op zich wel met Renske eens ben (‘Ik heb geen jaarwisseling nodig om nieuwe doelen te stellen’), had ik tot voor kort nog een goed voornemen: me niet meer ergeren aan vrouwen (het zijn bijna alleen maar vrouwen) die Twitter gebruiken om te laten zien hoe positief, betrokken en verantwoord ze in hun bruisende, dynamische en soms toch ook wel een beetje gekke leven staan. Nicht ärgern, nur wundern, weet je nog Cees?
Onder het motto If you can’t beat them, join them was ik zelfs bereid om nog een stap verder te gaan. Afgelopen maandag besloot ik om de wereld dinsdag ook een dag lang te verblijden met honderden zonovergoten tweets, te beginnen met ‘Goedemorgen lieve mensen. Een nieuwe, mooie dag is begonnen. Geniet ervan’ en eindigend met ‘Wat een dag! Slaap lekker allemaal! Droom fijn! Droom liefde!’. Dat ik persoonlijk het liefst over seks droom, leek me geen tweet waard. Voor de momenten waarop ik even geen inspiratie had voor wéér een positieve tweet, had ik via Google alvast wat citaten van Nelson Mandela en Ghandia bij elkaar gescharreld.
Op dinsdag, ‘T-Day’, stapte ik om kwart voor zeven welgemoed uit bed. De eerste tweet van de dag liet echter even op zich wachten omdat het ‘s ochtends vroeg nogal hectisch is in huize De Geus: ik moet ontbijt maken voor Leah en Jeen en ze daarna op weg naar school helpen. “Oh ja, straks eerst even tweeten”, dacht ik monter, toen ik om half acht in het halfdonker Leah’s omafiets alvast vanuit de gang naar buiten reed. In het donker stapte ik pardoes in een nog dampende drol, die een anonieme hond er zojuist op twintig centimeter van mijn voordeur uit had geperst. Zijn baasje ( ) had niet de moeite genomen de stinkende bolus op te ruimen. In mijn hoofd vormde zich spontaan een van dolle razernij rondspinnende tweet. Ik heb ‘m niet verstuurd. Ik heb Twitter sowieso de rest van de dag maar links laten liggen. Leek me beter voor de wereld.
Karel
Maandag 19 december - In Trouw werd afgelopen weekend het zevende en laatste deel van het Verzameld Werk van Karel van het Reve gerecenseerd. De recensent kwam tot de voorzichtige conclusie dat Karel van het Reve zich anno 2011 in een grotere populariteit mag verheugen dan zijn broer Gerard Reve. (Vreemde uitdrukking trouwens, valt me nu ineens op, voor iemand die in 1999 is overleden en zich dus al ruim twaalf jaar lang nergens meer op verheugt, maar dat terzijde.) Ik durf in dat verband de stelling aan dat de populariteit van Karel de komende decennia alleen maar toe zal nemen, terwijl literaire klassiekers als ‘De Avonden’, ‘Werther Nieland’en ‘Nader tot U’ steeds minder zullen worden gelezen.
Op het gevaar af verketterd te worden door Gerard-adepten en Karel-haters, baseer ik die voorspelling enerzijds op recente pogingen om ‘De Avonden’ en ‘De Vierde Man’ te herlezen. Lukte me niet, ik kwam er niet meer doorheen. Natuurlijk is vooral ‘De Avonden’ een beklemmend meesterwerk, dat tot de canon van de Nederlandse literatuur behoort. Maar dat behoren ‘Max Havelaar’ (Multatuli) en ‘Terug tot Ina Damman’ (Vestdijk) ook: nog twee romans uit een eindeloze rij die in alle opzichten ieder jaar weer een stukje gedateerder zijn.
Veel meer nog dan op de romans van Gerard, is mijn bescheiden stelling echter gebaseerd op de essays en columns van Karel van het Reve. Ik heb laatst ‘Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes’ en ‘Achteraf’ weer eens herlezen. De eerste titel staat voor een bundel essays, de tweede voor een verzameling columns die hij voor Het Parool schreef. Eens te meer kwam ik tot de conclusie dat hij beide disciplines als geen ander beheerste en dat ik er geen genoeg van krijg. Zijn ironie, zijn heldere stijl, zijn eruditie, veelzijdigheid en originaliteit, zijn onnavolgbare en tegelijkertijd juist uiterst goed te volgen logica, zijn grote bewondering voor Multatuli en Elsschot…
Naar aanleiding van Elsschot’s zin ‘Haveloos, als iemand die te voet uit Rusland komt’ schrijft Van het Reve (in een voor zijn doen verrassend kromme zin!): ‘De enorme kracht die van die zinnen uitgaat. ( ) Je krijgt het gevoel dat als je een lucifer bij die woorden houdt, dat dan de kamer waar je zit te lezen uit elkaar zal barsten.’ Om die vergelijking door te trekken: waar Gerard nog slechts wat gesis en gesputter voortbrengt, blijft Karel voor de ene na de andere explosie zorgen.
Vinyl
Vrijdag 16 december - We hadden gisteren een kerstborrel aan de Jansstraat. Heel informeel, dronken we met allerlei kleine zelfstandigen een biertje of wijntje in de gezamenlijke kamer die tijdens de creatieve bedrijvenroute nog dienst deed als 'filmzaal'. Dit keer was de ruimte omgedoopt tot 'muziekkamer'. Speciaal voor de gelegenheid had een van de huisgenoten twee draaitafeltjes aan elkaar gekoppeld. Vanaf lekker ouderwets vinyl werden we toegezongen, onder andere door een knielende Madonna, een hardop peinzende Aretha Franklin en een mijmerende André Hazes (die de feestdagen weer eens in zijn eentje dreigde door te moeten brengen). Het aardige was dat diverse borrelaars hun eigen platen hadden meegebracht.
Na verloop van tijd opperde een niet nader te noemen organisator van evenementen gekscherend of daar misschien een aardig bedrijfsconcept in zat…? Dat krijg je met allemaal ondernemers: overal zien ze kansen in. Voor we het wisten werden er op de feestvloer singels geveild, ontstonden er spontane ruilbeurzen, tot het moment dat er zowaar zwarte langspelers door het luchtruim scheerden. Brainstormenderwijs welteverstaan...
Hoewel we beseften dat er nog wel wat losse eindjes zaten aan het idee, durfde de geestelijk vader zijn prille concept "zondermeer al te pitchen in het televisieprogramma The Dragon’s Den". Een dag later huiver ik bij de gedachte aan het vernietigende oordeel van presentator Jort Kelder, maar aan de andere kant: wie zelf al niet in een nieuw concept gelooft, is bij voorbaat kansloos.
Brengt me op een andere brainstorm, eerder deze week. In café Tierney’s lieten we als firmanten van De Geus & Hartman onze gedachten over de toekomst van het tekstbureau eens de vrije loop, als vervolg op het bedrijfsuitje in Kampen (zie ook eerdere blogs). Na een onwennige start (maar wat wil je met een onderkoelde Westfries en een stugge Drent?), kwamen we aardig op stoom. En nog mooier, bleken we het ook redelijk eens over de te varen koers en onze rol daarin. Ons enthousiasme groeide, naarmate de avond vorderde, net als ons vertrouwen in het perspectief...
In tegenstelling tot de scherts van gisteravond, staat dat gevoel nog steeds overeind. Om welk idee het precies gaat, kan, wil en mag ik weinig meer kwijt, dan dat we er in 2012 tussen de bedrijven door gedreven op zullen doorbroeden. Wie weet kunnen we tijdens de volgende kerstborrel al een tip van de sluier lichten. Ben nu al benieuwd wat dan de stand van zaken zal zijn rond het revolutionaire vinylconcept...
Charmante landsvrouwe
Woensdag 13 december - In een doos op zolder vond ik onlangs een aantal oude, vergeelde kranten. Een aantal ervan heb ik ingelijst en opgehangen. Misschien wel de mooiste is een pagina uit de Schager Courant van 12 juli 1961. Een dag eerder heeft Koningin Juliana een bezoek aan de Kop van Noord-Holland gebracht, reden voor de krant om flink uit te pakken. Wat meteen opvalt is de opmaak: de pagina telt zeven dikke kolommen die stijf tegen elkaar aan geplakt zijn. Ook tussen de uitgelijnde regels zit weinig wit. In combinatie met vier zwartwit foto’s en de piepkleine letter, ik schat ‘m op hooguit 10 punts, maakt de pagina voor alles de indruk van één grote grijze brij. Voor de lezers van de Schager Courant moet het keihard werken zijn geweest om het verslag van 6.000 à 7.000 woorden (!) te lezen.
En over keihard werken gesproken… De redacteur die het eindeloze verslag heeft gemaakt, moet ’s avonds volkomen uitgeteld achter z’n smeulende typemachine hebben gezeten. Mijn verhalen zijn meestal te lang, ik zit vaak bij opdrachtgevers te smeken om een paar honderd extra woorden, maar in dit geval zou ik op een gegeven moment toch echt hebben gedacht: nou is het mooi geweest, ik ben uitgepierd, wat kan ik hier in hemelsnaam nog meer over schrijven?
Zo niet de redacteur van de Schager Courant. De kruiperigheid en koningsgezindheid druipen af van zijn verslag. De toon wordt gezet met streamers als ‘Kop van provincie in de ban van charmante landsvrouwe’ en ‘Schagen schonk landsvrouwe indrukwekkend schouwspel’ en consequent doorgevoerd in serviele alinea’s als deze:
‘Het uurwerk in de toren wees al één uur toen de deuren van het balkon van het raadhuis wijd opengingen en H.M. vergezeld van dr. Prinsen en burgemeester Wognum naar buiten trad. Het gejuich was nog maar nauwelijks verstomd of daar klonken in het Heldersegat al de ijzers van de paarden op de stenen: met de twee sjezen voorop reed Schagens wagenpracht, mooier dan ooit en voortgetrokken door de indrukwekkend getoiletteerde, driftig stappende paarden om het plankier waarop de dansgroep zou optreden. ( ) Reeds toen al kon men gadeslaan hoe geïnteresseerd de vorstin het geheel volgde.’
Ik wilde deze blog eerst afsluiten met de constatering dat ik zo’n verslag anno 2011 met geen mogelijkheid zou kunnen schrijven. Verrassend, Cees! Neprepublikein! Alsof er, op de hoofdredacteur van het magazine ‘Vorsten’ na, anno 2011 ook maar iemand is die op zo’n verslag zit te wachten.
Laten we het er dus maar op houden dat het andere tijden waren. En dat ook de regionale journalistiek ingrijpend is veranderd.
Siem & Miralem
Woensdag 7 december - Mag ik u even voorstellen… De naam is Blub, Siem Blub. Sinds begin deze week bieden we Siem en zijn broertje Miralem onderdak, of eigenlijk 'onderwater'. Hoewel ik weinig heb met goudvissen, zeg maar gerust nagenoeg niks, verandert het toch een beetje als de beestjes bij hun naam worden genoemd. De blijde glimlach op het gezicht van mijn zoon (net als die van mijn vrouw Sint Margreet), maakt het trouwens sowieso onmogelijk om stoïcijns vol te houden dat de vissen me volledig koud laten.
Siem is de blondste van de twee en Miralem de iets gezettere… Toegegeven, de keuze voor de voornamen van Ajacieden kwam niet helemaal spontaan. Mijn suggestie om de blonde vis Kolbein te noemen, werd echter resoluut terzijde geschoven met als argument: “Dat vind ik wel een hele gekke naam voor een vis!” Mijn zoon heeft gelijk.
De oorsponkelijke keuze voor het duo Siem & Blub haalde het uiteindelijk ook niet, omdat de laatste naam bij nader inzien toch niet origineel genoeg was. En dat is Miralem natuurlijk wel! Omdat de naam Blub wel al via Twitter de wereld in was geslingerd, is Blub nu aangenomen als familienaam. Op zich is dat minder relevant, want een goudvis spreek je natuurlijk aan bij zijn voornaam.
Zo hield een oud-collega bij onze vorige werkgever ook twee vissen op kantoor, niet lang nadat wij hadden besloten om als zelfstandig ondernemer verder te gaan. Toen ik op een dag moest bijspringen als freelancer, maakte ze schaterlachend de namen van het duo bekend: “Mag ik je even voorstellen aan Cees & Bert.” Hoewel ik de vergelijking met een vis niet echt flatteus vind, was het motief dat wel. “Zo zijn jullie hier toch elke dag nog een beetje op kantoor….” Geloof me: na zo’n compliment laat zo’n vis je echt niet koud. En dat dus allemaal als het beestje een naam krijgt.
P.S. Ik spreek bij deze de hoop uit dat Siem & Miralem nog heel lang bij hun huidige werkgever blijven.
Henk Frans
Dinsdag 6 december - In de Pelgrimkerk werd afgelopen zondag stilgestaan bij het 100-jarig bestaan van ‘Ziekenzorg’, dat bestaat uit een grote groep vrouwen die zieken bezoekt én een verjaardagsboeket brengt naar mensen van 75 jaar en ouder. Ik moest meteen aan Henk Frans denken, de bollenteler bij wie ik jarenlang vakantiewerk heb verricht en ook nog een paar jaar vast in dienst ben geweest. De herinnering was zo gedetailleerd dat het me verbaasde. Waar kwam-ie na al die jaren opeens vandaan, kant en klaar, met - op de precieze datum na - alles er op en er aan?
We schrijven een zwaarbewolkte, druilerige zomerdag, het zal 1982 of 1983 zijn geweest. Op een bollenperceel net buiten de bebouwde om van het Noord-Hollandse gehucht Groenveld kruip ik door de modder. Ik heb een regenpak aan en vul het ene na het andere gele krat met besmeurde bollen die ik uit de klei wroet. Opeens staat er een vrouw naast me. Ik schrik een beetje van haar, want ik was met mijn gedachten elders, zoals meestal in die (puber)tijd. Ze heeft kaplaarzen aan, maar is verder keurig gekleed. Met twee handen houdt ze een groot boeket vast. Ze vraagt naar Henk Frans. Ik ga staan en wijs. Helemaal aan de andere kant van het land, een slordige 300 meter verderop, sleept hij een krat vol bollen en prut door de modder. “Dankjewel.” De vrouw doet een paar moeizame stappen in zijn richting, maar draait zich dan om, alsof ze me nog een verklaring schuldig is. “Ik ben van de Ziekenzorg van de gereformeerde kerk in Dirkshorn. Ik kom een bos bloemen brengen, want hij wordt vandaag 70.”
Niet veel later, bijna dertig jaar voordat in Nederland een discussie losbarst over verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 naar 66 jaar, besluit de Ziekenzorg van de gereformeerde kerk in Dirkshorn om de leeftijd waarop gemeenteleden voor het eerst worden verrast met een verjaardagsboeket te verhogen van 70 naar 75 jaar.
Genieten
Vrijdag 2 december - Wat maak jij je toch druk! Ik kreeg het al vaak te horen en vooral te lezen (in tweets). Meestal volgt op zo’n constatering een relativerende reactie als ‘Welnee, dat lijkt maar zo, want…’ of een excuus als ‘Sorry, maar ik heb slecht geslapen en…’. Nou dit keer lijkt het dus niet 'maar zo' en ik heb ik ook niet slecht geslapen, al scheelde dat laatste niet veel. Ik maak me namelijk echt druk. En wel om Ajax. Niet om het voetbal (wat ook zeker nog niet denderend is), maar om de ongelooflijke chaos die er heerst bij mijn cluppie. En dat is nog niet eens de grootste ergernis. Dat is de manier waarop er door de media over wordt bericht: zo ongelooflijk kort door de bocht. Voor mijn compagnon is dat opportunisme reden genoeg om zich verre te houden van de sportjournalistiek. En ik kan hem daarin de laatste weken – hoeveel pijn dat ook doet – geen ongelijk geven.
Vooral de blinde adoratie van Cruijff door ‘onafhankelijke journalisten’ als Frits Barend, Jan Mulder, Jaap de Groot en Matthijs van Nieuwkerk is ronduit stuitend. Alleen Peter R. de Vries lijkt op televisie nog tegengas te durven geven. Elk argument tegen Cruijff wordt steevast gepareerd met “…maar wat moest Johan, na zo’n achterbakse actie van de RvC?”. Ten Have en consorten hebben de ‘boel op scherp’ of zelfs de ‘club in de hens’ gezet. Cruijff is daar vanaf de zijlijn, met de zwak geschreven stukjes (de naam column mag dat toch niet dragen?) in de maandagkrant van De Telegraaf niet al maanden (of misschien wel al jaren) mee bezig? Waarom erkent niemand dat? Tien jeugdcoaches spannen een zaak aan tegen de gevolgde aanstellingsprocedure van Louis van Gaal. Let wel: niet tegen de persoon, maar tegen de procedure. Volgens Frits en Jan zonder dat ze daartoe overigens zijn aangezet door Cruijff. Tuurlijk!
Maar nu verval ik zelf bijna in dezelfde fout. Excuus. Ik wil namelijk helemaal geen verwijten maken… Ik wil genieten. Volgende week woensdag ben ik er weer bij. Op het verlanglijstje in mijn schoen heb ik maar één ding geschreven: drie punten tegen Madrid. De goedheiligman komt er net vandaan, dus volgens mij kon hij die zo even meenemen…
Krimp & Crisis
Donderdag 1 december - Afgelopen weekend ben ik naar de Eifel gereden om ons vakantiehuisje daar ‘winterklaar’ te maken. Insectenhorren eruit, luiken dicht, water aftappen… dat werk. Ik kan het nooit laten om het bergachtige Ahrdal, waarin het huisje ligt, te vergelijken met de vlakke Kop van Noord-Holland waar ik ben opgegroeid.
Wat Alkmaar en Amsterdam zijn voor de Kop van Noord-Holland, zijn Bonn en Köln voor het Ahrdal: respectievelijk een provinciestad en een wereldstad waar je met de auto in respectievelijk een half uur en een uur naar toe rijdt. Tot zover de grootste overeenkomst. Ondanks de nabijheid van dergelijke verstedelijkte agglomeraties, kreeg ik ook afgelopen weekend weer het idee dat de economische crisis en een ontwikkeling als bevolkingskrimp er in het Ahrdal veel harder inheiteren dan in de Kop van Noord-Holland. Eerlijkheidshalve moet ik daar aan toevoegen dat ik me in dit geval deels baseer op de roddels die ik zaterdagavond opving in de Dorpskrug.
In het kasteeldorpje waarin het huisje ligt, bleek de kleine supermarkt Nah und gut na een lange doodstrijd definitief zijn deuren te hebben gesloten. De genadeklap vormde de recente komst van de Penny Markt, een discounter een dorp verderop met belachelijk lage prijzen. De luiken van Nah und gut zaten potdicht, zag ik toen ik er even later langsliep. De ramen erboven waren donker. De eigenaar, wisten de roddelaars in de Dorpskrug, was ingestort. Had zijn gezicht al dagenlang niet laten zien. Zijn vriend was weer in de armen van zijn rijkere ex-vrouw in Bonn gevlucht.
Dan Gästehaus am Fels, dat samen met een spoorwegovergang de ingang van het kasteeldorp markeert. Het enorme witte pand, vorig jaar nog gerenoveerd, huisveste tot voor kort een pension met tien kamers. De eigenaar, ving ik in de kroeg op, moest het door omstandigheden snel verkopen. Ik weet het: het is geen mooi pand, het ligt een beetje ongelukkig, in de schaduw van een massieve rots, er zit weinig grond bij en de eigenaar moest er van af.
Maar toch. Er valt best wat van te maken en er zit natuurlijk krankzinnig veel ruimte in.
Ik hoop dat u niet, net als ik toen ik het hoorde, op een barkruk zit als u dit leest, want ook u zult steil achterover vallen van de verkoopprijs.
26.000 euro.
Da’s pas crisis.
Springlevend
Vrijdag 25 november - Terug naar Kampen. Het zou de titel van een boek kunnen zijn. Zo’n groot verhaal kan ik er niet over schrijven, maar er is zeker weer een aardig hoofdstuk toegevoegd aan De Geus & Hartman. Nostalgie aan de IJssel. Van de Moriaan (onze oude studentenkroeg), via de Pub (aan de Plantage, waar het allemaal begon; zie blog Kampen 2) naar ’t Kroegje (waar tot onze opluchting het gitaar nog steeds aan de muur hing en gisteren ook een keer de hele avond bleef hangen; ooit worden we verstandig). Het was rustig voor een donderdagavond. Kampen mist zijn studenten. Gisteravond deerde het ons niet. Ongestoord konden we zo oude herinneringen ophalen en nieuwe plannen smeden. De Geus & Hartman is twintig jaar later (een houten kop negerend) nog steeds springlevend. Terug uit Kampen, als herboren....
Twitter (1)
Dinsdag 22 november - Als Twitter de wereld is, gruwel ik het allermeest van het continent ter grootte van Azië dat voor 95 procent wordt bevolkt door supervrouwen.
Supervrouwen die, zodra ze wakker zijn, naar hun mobieltje grijpen voor de eerste Tweet van de dag: ‘Zo, heb me even heerlijk uitgerekt. ’n Kop koffie en dan ben ik helemaal klaar voor weer ‘n superdag! ;)’
Supervrouwen die pas kunnen slapen als de laatste Tweet van de dag de wereld in is gestuurd: ‘Lig in bed. Fantastisch, wat ‘n dag. Droom fijn. Droom liefde. :)’
Supervrouwen waarvan je weet dat ze slapen als ze niet Tweeten.
Supervrouwen die, als ze wakker zijn, de rest van de wereld dag in dag uit via honderden volstrekt humor- en zelfspotloze Tweets op de hoogte houden van hun superbaan, hun superhobby’s en de opvoeding van hun superkinderen.
Supervrouwen die tussendoor via Twitter ook nog één of ander superproduct aan de supervrouw proberen te brengen van het superbedrijf waar ze voor werken, meestal in een functie die met social media of, in iets ruimer verband, communicatie van doen heeft.
Supervrouwen die op Twitter op de keper beschouwd alleen door hun man, hun baas, een enkele halfhartige zakenrelatie en andere supervrouwen worden gevolgd.
Supervrouwen die onder het motto ‘Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt’ af en toe een huiveringwekkende terugval hebben, die ze verdoezelen met een Twitter-stilte van enkele uren dan wel dagen die steevast wordt doorbroken met de volgende Tweet: ‘Boedapest! Wat ‘n stad! Om verliefd op te worden! Accu is weer helemaal opgeladen! Nieuw superjaar, here I come!!’
The Killing
Zondag 20 november - Ik heb (bijna) mijn plicht verzaakt. Ik geef het toe. Een week geen verse blog. Maar ik heb een excuus. Ik ben bevangen door The Killing. Nee, niet het nieuwste schietspel voor op de computer, maar een Deense detectiveserie. Wat een verhaal! The Killing speelt zich af in Kopenhagen, waar een scholiere bruut om het leven is gebracht. Het moordonderzoek dat volgt zit vol met verrassende wendingen. Niet in de laatste plaats doordat de politieke strijd om het burgemeesterschap er constant doorheen slingert. De favoriete tegenkandidaat voor de heersende macht, de charismatische Troels Hartmann (met dubbel n), is inmiddels ook verdacht.
Als mijn bijna naamgenoot het daadwerkelijk gedaan blijkt te hebben, is onze hoop in de Deense gemeentepolitiek compleet verloren. Zo voelt het echt, zo diep zitten we er in. Elke aflevering eindigt met een geweldige cliffhanger, die stoppen met kijken bijna ondoenlijk maakt. Twaalf van de twintig afleveringen hebben mijn vrouw en ik er nu opzitten. Of eigenlijk mochten we na twaalf afleveringen echt niet langer opzitten. Er is immers ook nog iets als het echte leven, waarin gewoon moet worden gewerkt.
Ik tik deze blog nu in bed. Ik heb nog tien minuten, voordat de nieuwe werkweek officieel is begonnen. Daarmee zou ik dus in gebreke zijn gebleven. Maar ik vervul mijn plicht, net als onze nieuwe held. Politiek is kleur bekennen en bij deze houd ik vertrouwen in Troels (zonder de afloop te weten). Vasthouden aan principes, daar draait het voor hem om. En nu voor mij dus ook, met op de valreep deze verse blog.
Klaverblad
Maandag 14 november - Soms heb ik het gevoel dat ik niet alleen afhankelijk ben van- maar zelfs volledig overgeleverd ben aan m’n laptop en, in het verlengde daarvan, internet.
Vorige week interviewde ik Wim van Beek, voormalig wethouder en momenteel gemeenteraadslid in Langedijk. Heel aardige, capabele en intrigerende man, leuk gesprek. Voor hij naar de Koninklijke Marine ging, om als piloot bij de KLM te eindigen, was hij stuurman geweest op de grote vaart, vertelde hij. “De koffie aan boord van zo’n schip! Daar droom ik nog wel eens van. Als ik op de brug stond, kreeg ik dat bocht alleen naar binnen zónder melk en suiker. Sindsdien drink ik m’n koffie zwart. ‘NIET VOOR CONSUMPTIE!’ stond er op de verpakking. ‘ALLEEN VOOR GEDETINEERDEN EN ZEEVARENDEN’.”
Ik keek verrast op, rook een extra verhaal. “Nee toch? Écht?”
“Ja. Er zat vast iets in om je hormonen te temperen. Al die tijd op zee, met alleen maar mannen, zonder vrouwen… Ik weet zelfs nog hoe die koffie heette: Klaverblad.”
Twee dagen later tikte ik ‘Klaverblad Koffie’ in op Google. Het leverde onder andere een koffiebranderij in Dordrecht op, waar ik nog achteraan moet bellen, maar nu komt het: weer twee dagen later was ik onder het lezen van ‘Bonita Avenue’ een beetje doelloos aan het YouTuben toen m’n aandacht opeens werd getrokken door één van de advertenties die je altijd achteloos weg moet klikken als je een filmpje wilt zien. ‘Klaverblad Verzekeringen’ stond er. Ik kon een gratis check krijgen om te zien of ik wel goed tegen brand verzekerd was.
Klaverblad Verzekeringen.
Ik wil niet dramatisch en zeker niet naïef doen maar word daar, met dank aan Google en George Orwell, toch niet helemaal onverdeeld vrolijk van. Nog even en Klaverblad Koffie keert terug in de schappen…!
Amuse
Donderdag 10 november - In (eet)café Bruxelles, één van de leukste (eet)cafés van Haarlem, ga ik aan de bar zitten en bestel de ‘vis van de dag’. Die is ruim twee keer zo duur als de € 6-hap, maar ik heb vandaag absoluut geen zin in Spaghetti Bolognese. Bruxelles bevindt zich in de Lange Wijngaardstraat, op 200 meter afstand van m’n werkplek in de Jansstraat, en is met z’n € 6-hap en daghap à € 7,50 ideaal voor mensen die in het centrum van Haarlem werken en ’s avonds nog een paar uur door moeten. Je moet alleen uitkijken, weet ik inmiddels, dat je na je tweede drankje niet opeens in een vlaag van zorgeloosheid denkt: wat kan mij die deadline ook bommen, ik néém er nog een.
Hoe dan ook: de man achter de bar neemt mijn bestelling op, zet een glas droge witte wijn voor me neer en plaatst er een schaaltje met naturel chips naast. “Een Spaanse aardappel-amuse van het huis”, zegt hij er bij.
Ik glimlach. Naturel chips. Spaanse aardappel-amuse. Grappig. Kom er maar eens op.
Op de barkrukken rechts van me nestelt zich een stelletje. Hij bestelt een pittige bokbier en zij een groene thee, dat kan dus wel degelijk samen gaan. “Een Spaanse aardappel-amuse van het huis”, zegt de man achter de bar terwijl hij een schaaltje met naturel chips voor ze neerzet.
Mmm.
Prikkend in de vis van de dag hoor ik hem de grap nog een keer of zes herhalen, bij iedereen die aan de bar gaat zitten. “Kijk eens, een Spaanse aardappel-amuse van het huis.” Tot de irritatiegrens min of meer is bereikt en ik me afvraag, niet hardop want daar heb ik geen tijd voor, wat er in hemelsnaam Spaans is aan een aardappel-amuse die - getuige de chipszak naast de kassa - is geproduceerd in het oer-Hollandse Broek op Langedijk.
Kampen (2)
Maandag 8 november - Ik droom nog net niet over Kampen, zoals mijn compagnon blogde, maar denk er nog wel geregeld met plezier aan terug. Eigenlijk is in het Hanzestadje de kiem gelegd voor De Geus & Hartman. Uiteraard door onze studie, maar ook doordat Cees en ik elkaar in Kampen voor het eerst zijn tegengekomen, om precies te zijn tijdens de introductieweek voor de Christelijke Academie voor de Journalistiek. Beiden hadden we geen trek in de ontgroening, die begon met een speurtocht door de stad, waarbij we onze 'elektrieken' typemachine moesten meezeulen en de opdracht kregen een groen chirurgenmutsje op ons hoofd te zetten. 'Geen denken aan', dacht Cees. 'Mooi niet', dacht ik. Samen met nog enkele deserteurs ploften we neer op het eerste de beste terras en brachten daar ontspannen de tijd door die de organisatie had uitgetrokken voor de ontgroeningstocht. Dat schiep een band.
Tijdens de midweek kamperen die volgde bleven we hecht en onaantastbaar voor alle flauwiteiten die de 'ontgroeners' hadden bekokstoofd. We waren met een man of zes. Ik herinner me nog Frans Kok en Addy Eijkenaar. De laatste had een auto waarmee we op woensdagavond nog naar een militaire PIT zijn gereden om een wedstrijd van Oranje te kijken (volgens ons een goed alternatief voor een avond zingen rond het kampvuur). Kregen we eindelijk ook weer eens wat lekkers te eten.
Terug naar Kampen. Ik zie het bewuste terras op de hoek nog zo voor me. Scrollend op Google Streetview beland ik virtueel op de Plantage. Er zit nu blijkbaar een uitzendbureau in het pand, direct naast een eetcafé. Over twee weken gaan we er ruim een kwart eeuw na dato weer naar toe. Eigenlijk heeft dat weerzien veels te lang geduurd. Maar we gaan het goedmaken. Ik heb er nu al zin in. Mijn typemachine neem ik niet mee en ook dat groene mutsje zet ik weer niet op. Al zou ik het er deze keer bijna voor over hebben…
Archief
Vrijdag 4 november - Voor een opdrachtgever ben ik deze week voorzichtig begonnen met de voorbereidingen voor een jubileumuitgave. Het eerste gesprek met een oud-medewerker van de organisatie stemde me optimistisch over de kansen om historisch materiaal te achterhalen.
Onzeker of hij me wel kon helpen, hadden we eerst maar eens behoedzaam een uurtje in onze agenda gereserveerd. Volkomen onterecht, want uiteindelijk reed ik pas vier uur later terug naar Haarlem. En eigenlijk waren we nog niet uitgepraat. Ik ben een reeks mooie anekdotes rijker, evenals een schat aan informatie en materiaal om in de jubileumuitgave op voort te borduren.
Karakteristieke zwartwit platen en vergeelde officiële stukken, ze zijn gelukkig niet allemaal verloren gegaan. De persoon in kwestie legde destijds zelf een archief aan en vulde die later vooral met eigen dia's van Noord-Hollandse landschappen. Fotografie had altijd al zijn interesse. Met hulp van enkele vrijwilligers is het hem gelukt om een selectie van de mooiste beelden te digitaliseren. Een enorme klus. "En nog steeds ga ik zelden op pad zonder mijn fototas," vertelde 'mijn' archivaris, doelend op zijn digitale spiegelreflex.
Gedurende het gesprek was hij enkele keren naar zijn werkkamer gelopen om een boek, een foto of een film te halen. De laatste stond op een VHS-band en was gemaakt ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de organisatie. "Zelf kan ik er niks mee, want we hebben thuis geen videorecorder meer, maar ik wil hem toch graag terug." Dat tekent de ware archivaris. "Of je moet die band ook kunnen digitaliseren. Dat zou ik wel heel mooi vinden....", opperde hij bescheiden. Zelf kan ik dat niet, maar ik beloofde een balletje op te gooien in ons creatieve bedrijfsverzamelgebouw. Eén bericht op het interne netwerk leverde binnen een half uur drie positieve reacties op!. Een snelle goal, gescoord door Jansstraat 46 en bij deze opgedragen aan de archivaris.
Hem gun ik dat punt van harte. Net als die DVD natuurlijk!
Kampen
Dinsdag 1 november - We hebben het eerder gedaan, in Zwolle onder andere, maar dit jaar voert onze 'bedrijfsbrainstorm' Bert en mij eind november naar Kampen. Ik zal maar met de deur in huis vallen: het is de enige stad die regelmatig in mijn dromen voorkomt en dus ben ik heel benieuwd naar het weerzien, want sinds het Hoger Informatie en Communicatie Onderwijs (HICO) in 1990 verhuisde naar Zwolle ben ik er niet meer teruggeweest.
Eerst die repeterende droom. Ik zwerf steevast ’s nachts door een oude, historische binnenstad, waarvan ik wéét dat het Kampen is, en ben wanhopig op zoek naar het studentencafé waar het allemaal schijnt te gebeuren. Ik weet dat het er is, maar kan het niet vinden. So far so good. Die droom vloeit vast deels voort uit het feit dat ik in Kampen voor het eerst van m’n leven op mezelf woonde en na al die jaren in de bloembollen, met Schagen als epicentrum, flabbergasted was, door de vrijheid én de werveling van mooie, intelligente studentes op het HICO en de Kunstacademie.
Maar, en nu betreden we het terrein van de amateurpsychologie, die dromen van Kampen komen vast ook door Ceciel Bot. In de introductieweek maakte ik in een statig café aan de IJsselkade een kort, onbeduidend praatje met haar. Een paar weken later werd ze het slachtoffer van een gruwelijke speling van het noodlot. Een jonge zedendelinquent belde bij nacht en ontij aan bij haar appartement aan de Botermarkt. Ze deed slaapdronken open, werd overmeesterd en verkracht en vervolgens vastgebonden, opgehangen en doodgeknuppeld. In de maanden die volgden verdween een studente spoorloos* en pleegde een andere student, die abusievelijk als verdachte werd beschouwd, zelfmoord.
De verborgen geschiedenis in Kampen. De grimmige sfeer die de stad in die periode in zijn greep had kan ik me nog goed herinneren en is volgens mij verantwoordelijk voor de dromen waarin ik rondzwerf door een duister, unheimisch Kampen. Moet Bert zich nu voorbereiden op een door sombere herinneringen en gedachten gekleurde avond in die kleine Hanzestad? Nou, nee. Ik verheug me op eetcafé De Moriaan, die kroeg waar we altijd Apfelkorn dronken, De Poort, de rit met de dieseltrein van Zwolle naar Kampen, de Wortmanstraat en de skyline van Kampen vanaf de IJsselbrug.
Maar tegelijkertijd vind ik het mooi dat in deze blog, op internet, de naam weer eens wordt genoemd van die jonge, per definitie veelbelovende studente uit West-Friesland die, als ze die nacht die verdomde deurbel had genegeerd, dit jaar 41 zou zijn geworden.
* Deze studente leed volgens mij aan suikerziekte en werd later met auto en al uit de IJssel getakeld, waar ze na een aanval per ongeluk in was gereden.
Voor eerdere blogs, zie Souvenirs: tot januari 2012 ; tot april 2011 ; voor Jansstraat

