U bevindt zich hier:

De collectie

De primeurs

Het jubileum

Blogs (tot januari 2012)

Blogs (tot april 2011)

Blogs (voor Jansstraat)

Algemeen:

Startpagina

Jaarlijstjes (2)

Vrijdag 30 december - Door de vorige blog de titel Jaarlijstjes (1) te geven, heb ik mezelf min of meer verplicht om nog een keer met een vervolg te komen. Geen enkel probleem. Ik geef graag mijn mening, zeker als het om sport, muziek of mijn werk gaat. Daar gaat ‘ie:

Muzikale ontdekkingen in 2011 (voor mij; sommige bands hebben al meerdere albums uitgebracht): (1) Wintersleep: Met dank aan mijn geduldige iPod ; (2) Hey Rosetta! Met dank aan zoekfunctie iTunes ; (3) Morning Parade: met dank aan KinkFM.

Televisieseries gevolgd in 2011 (mag ook via de DVD-speler): (1) The Killing: Deense rechercheurs en politici in een wervelend thriller ; (2) In Therapie: Nederlandse therapeut (Peter Blok) krijgt weergaloos tegenspel van zijn cliënten ; (3) Millennium Trilogie: Zweedse journalist duikt in intrigerende familiegeschiedenis.

Concerten in 2011 (optredens op Rock Werchter niet meegerekend - staan al in de concertladder): (1) Buffalo Tom in de Melkweg bezocht met vrienden ; (2) Blue October in de Melkweg bezocht met vrouw, schoonzus en zoon (!) ; (3) Mona in de Melkweg bezocht met buurman.

In de tipparade live 2011 (concerten blijven mijn favoriete avond uit, vandaar bij hoge uitzondering een ‘reservelijst’): (1) My Morning Jacket: in Paradiso bezocht met kameraad; (2) BellX1: in People’s Place beziocht met mijn vrouw ; (3) De Dijk: in het Patronaat bezocht met vrouw, schoonzus en zwager.

Mijn voetballer van 2011 (strikt persoonlijk, maar dat geldt overigens ook voor de rest van mijn lijstjes): (1) Javier Pastore: vanwege zijn sierlijke spel - zie foto boven, maar gaat dat vooral eens zien op YouTube! ; (2) Siem de Jong: vanwege zijn tactisch inzicht en zijn belangrijke rol in de titel van Ajax ; (3) Xavi: vanwege zijn ongeëvenaarde spelinzicht en efficiënte techniek (de kapitein van Barcelona) – op zich is Mesut Özil een nog mooiere speler om naar te kijken, alleen speelt die voor Real Madrid.

Tot slot om het toch nog even op het werk te projecteren – het is immers wel de blog van De Geus & Hartman, de mooiste klussen van 2011. (1) Stivas Magazine: vier kwartaaluitgaven met nieuws en vooral achtergronden over het landelijk gebied in Noord-Holland ; (2) Jaarverslag Sportservicepunt Langedijk: uitgave in vier delen barstensvol informatie en interviews met betrokkenen ; (3) Sportief Groningen: magazine over top- en breedtesport in de provincie Groningen.

Tot zover deze laatste blog van 2011. Voor 2012 beloof ik u op de site opnieuw minimaal 52 verse blogs en met ons tekstbureau uiteraard weer (1) creativiteit (2) betrokkenheid en (3) betrouwbaarheid. Gelukkig Nieuwjaar!

Jaarlijstjes (1)

Dinsdag 27 december - De jaarwisseling nadert, oftewel het is lijstjestijd. Ik ben er dol op. Ranglijsten. Als jong ventje bladerde ik in de Voetbal International altijd al als eerste naar de cijfers die de jury aan de spelers van Eredivisie toekende. Het mooiste waren de (half-)jaaroverzichten met de gemiddelden van alle voetballers, liefst met twee cijfers achter de komma. Het zit blijkbaar in de genen, want ook mijn zoon is dol op dergelijke statistieken. Vorige week woensdag in Leiden (bij ons bezoek aan het Glazen Huis, #SR11 - zie foto) was 'ie zo een dik half uur zoet met de voetbalbeoordelingen in het tijdschrift Nu.sport, waar de redactie naast een rapportcijfer ook nog een lollig bedoelde motivatie toevoegt…
Terug naar de lijstjes, of mijn jaarlijstjes. Ik doe er (eerst eens) drie en dat in de Nu.sport-stijl. Zonder overigens lollig te doen. Daarvoor nemen 'wij Hartmannen' de statistieken en lijstjes te serieus...

Om direct maar goed te beginnen, de Nederlandse man van 2011: (1) Huub van de Lubbe: 8,97 charismatisch & innemend ; (2) Frank de Boer: 8,81 onverstoorbaar & authentiek ; (3) Hans Sibbel: 8,77 origineel & geëngageerd ;

Boek (door mij gelezen in) 2011: De Weldoener – P.F. Thomese: 8,94 virtuoos & wervelend ; (2) De Onvolmaakten – Tom Rachman: 8,86 treffend & ontwapenend ; (3) De Klap – Christos Tsiolkas: 8,71 scherp & meeslepend ;

Tot slot de CD 2011: (1) Mylo Xyloto - Coldplay: 8,97 helder & melodieus ; (2) Stuck in the Ocean – Airship: 8,89 pakkend & opzwepend ; (3) Bloodless Coup – BellX1: 8,77 swingend & veelzijdig.

Twitter (2)

Vrijdag 23 december - Sinds enkele maanden fungeer ik als ghostwriter van voormalig topturnster Renske Endel. Voor het meest recente resultaat moet u maar eens kijken op de bewuste millenniumsite. U begrijpt dan meteen ook waarom ik me heb voorgenomen om weer wat vaker hard te lopen. Omdat ik het nogal druk heb gehad, is dat er de laatste maanden namelijk een beetje bij ingeschoten.
Hoewel ik het op zich wel met Renske eens ben (‘Ik heb geen jaarwisseling nodig om nieuwe doelen te stellen’), had ik tot voor kort nog een goed voornemen: me niet meer ergeren aan vrouwen (het zijn bijna alleen maar vrouwen) die Twitter gebruiken om te laten zien hoe positief, betrokken en verantwoord ze in hun bruisende, dynamische en soms toch ook wel een beetje gekke leven staan. Nicht ärgern, nur wundern, weet je nog Cees?
Onder het motto If you can’t beat them, join them was ik zelfs bereid om nog een stap verder te gaan. Afgelopen maandag besloot ik om de wereld dinsdag ook een dag lang te verblijden met honderden zonovergoten tweets, te beginnen met ‘Goedemorgen lieve mensen. Een nieuwe, mooie dag is begonnen. Geniet ervan’ en eindigend met ‘Wat een dag! Slaap lekker allemaal! Droom fijn! Droom liefde!’. Dat ik persoonlijk het liefst over seks droom, leek me geen tweet waard. Voor de momenten waarop ik even geen inspiratie had voor wéér een positieve tweet, had ik via Google alvast wat citaten van Nelson Mandela en Ghandia bij elkaar gescharreld.
Op dinsdag, ‘T-Day’, stapte ik om kwart voor zeven welgemoed uit bed. De eerste tweet van de dag liet echter even op zich wachten omdat het ‘s ochtends vroeg nogal hectisch is in huize De Geus: ik moet ontbijt maken voor Leah en Jeen en ze daarna op weg naar school helpen. “Oh ja, straks eerst even tweeten”, dacht ik monter, toen ik om half acht in het halfdonker Leah’s omafiets alvast vanuit de gang naar buiten reed. In het donker stapte ik pardoes in een nog dampende drol, die een anonieme hond er zojuist op twintig centimeter van mijn voordeur uit had geperst. Zijn baasje ( ) had niet de moeite genomen de stinkende bolus op te ruimen. In mijn hoofd vormde zich spontaan een van dolle razernij rondspinnende tweet. Ik heb ‘m niet verstuurd. Ik heb Twitter sowieso de rest van de dag maar links laten liggen. Leek me beter voor de wereld.

Karel

Maandag 19 december - In Trouw werd afgelopen weekend het zevende en laatste deel van het Verzameld Werk van Karel van het Reve gerecenseerd. De recensent kwam tot de voorzichtige conclusie dat Karel van het Reve zich anno 2011 in een grotere populariteit mag verheugen dan zijn broer Gerard Reve. (Vreemde uitdrukking trouwens, valt me nu ineens op, voor iemand die in 1999 is overleden en zich dus al ruim twaalf jaar lang nergens meer op verheugt, maar dat terzijde.) Ik durf in dat verband de stelling aan dat de populariteit van Karel de komende decennia alleen maar toe zal nemen, terwijl literaire klassiekers als ‘De Avonden’, ‘Werther Nieland’en ‘Nader tot U’ steeds minder zullen worden gelezen.
Op het gevaar af verketterd te worden door Gerard-adepten en Karel-haters, baseer ik die voorspelling enerzijds op recente pogingen om ‘De Avonden’ en ‘De Vierde Man’ te herlezen. Lukte me niet, ik kwam er niet meer doorheen. Natuurlijk is vooral ‘De Avonden’ een beklemmend meesterwerk, dat tot de canon van de Nederlandse literatuur behoort. Maar dat behoren ‘Max Havelaar’ (Multatuli) en ‘Terug tot Ina Damman’ (Vestdijk) ook: nog twee romans uit een eindeloze rij die in alle opzichten ieder jaar weer een stukje gedateerder zijn.
Veel meer nog dan op de romans van Gerard, is mijn bescheiden stelling echter gebaseerd op de essays en columns van Karel van het Reve. Ik heb laatst ‘Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes’ en ‘Achteraf’ weer eens herlezen. De eerste titel staat voor een bundel essays, de tweede voor een verzameling columns die hij voor Het Parool schreef. Eens te meer kwam ik tot de conclusie dat hij beide disciplines als geen ander beheerste en dat ik er geen genoeg van krijg. Zijn ironie, zijn heldere stijl, zijn eruditie, veelzijdigheid en originaliteit, zijn onnavolgbare en tegelijkertijd juist uiterst goed te volgen logica, zijn grote bewondering voor Multatuli en Elsschot…
Naar aanleiding van Elsschot’s zin ‘Haveloos, als iemand die te voet uit Rusland komt’ schrijft Van het Reve (in een voor zijn doen verrassend kromme zin!): ‘De enorme kracht die van die zinnen uitgaat. ( ) Je krijgt het gevoel dat als je een lucifer bij die woorden houdt, dat dan de kamer waar je zit te lezen uit elkaar zal barsten.’ Om die vergelijking door te trekken: waar Gerard nog slechts wat gesis en gesputter voortbrengt, blijft Karel voor de ene na de andere explosie zorgen.

Vinyl

Vrijdag 16 december - We hadden gisteren een kerstborrel aan de Jansstraat. Heel informeel, dronken we met allerlei kleine zelfstandigen een biertje of wijntje in de gezamenlijke kamer die tijdens de creatieve bedrijvenroute nog dienst deed als 'filmzaal'. Dit keer was de ruimte omgedoopt tot 'muziekkamer'. Speciaal voor de gelegenheid had een van de huisgenoten twee draaitafeltjes aan elkaar gekoppeld. Vanaf lekker ouderwets vinyl werden we toegezongen, onder andere door een knielende Madonna, een hardop peinzende Aretha Franklin en een mijmerende André Hazes (die de feestdagen weer eens in zijn eentje dreigde door te moeten brengen). Het aardige was dat diverse borrelaars hun eigen platen hadden meegebracht.
Na verloop van tijd opperde een niet nader te noemen organisator van evenementen gekscherend of daar misschien een aardig bedrijfsconcept in zat…? Dat krijg je met allemaal ondernemers: overal zien ze kansen in. Voor we het wisten werden er op de feestvloer singels geveild, ontstonden er spontane ruilbeurzen, tot het moment dat er zowaar zwarte langspelers door het luchtruim scheerden. Brainstormenderwijs welteverstaan...
Hoewel we beseften dat er nog wel wat losse eindjes zaten aan het idee, durfde de geestelijk vader zijn prille concept "zondermeer al te pitchen in het televisieprogramma The Dragon’s Den". Een dag later huiver ik bij de gedachte aan het vernietigende oordeel van presentator Jort Kelder, maar aan de andere kant: wie zelf al niet in een nieuw concept gelooft, is bij voorbaat kansloos.
Brengt me op een andere brainstorm, eerder deze week. In café Tierney’s lieten we als firmanten van De Geus & Hartman onze gedachten over de toekomst van het tekstbureau eens de vrije loop, als vervolg op het bedrijfsuitje in Kampen (zie ook eerdere blogs). Na een onwennige start (maar wat wil je met een onderkoelde Westfries en een stugge Drent?), kwamen we aardig op stoom. En nog mooier, bleken we het ook redelijk eens over de te varen koers en onze rol daarin. Ons enthousiasme groeide, naarmate de avond vorderde, net als ons vertrouwen in het perspectief...
In tegenstelling tot de scherts van gisteravond, staat dat gevoel nog steeds overeind. Om welk idee het precies gaat, kan, wil en mag ik weinig meer kwijt, dan dat we er in 2012 tussen de bedrijven door gedreven op zullen doorbroeden. Wie weet kunnen we tijdens de volgende kerstborrel al een tip van de sluier lichten. Ben nu al benieuwd wat dan de stand van zaken zal zijn rond het revolutionaire vinylconcept...

Charmante landsvrouwe

Woensdag 13 december - In een doos op zolder vond ik onlangs een aantal oude, vergeelde kranten. Een aantal ervan heb ik ingelijst en opgehangen. Misschien wel de mooiste is een pagina uit de Schager Courant van 12 juli 1961. Een dag eerder heeft Koningin Juliana een bezoek aan de Kop van Noord-Holland gebracht, reden voor de krant om flink uit te pakken. Wat meteen opvalt is de opmaak: de pagina telt zeven dikke kolommen die stijf tegen elkaar aan geplakt zijn. Ook tussen de uitgelijnde regels zit weinig wit. In combinatie met vier zwartwit foto’s en de piepkleine letter, ik schat ‘m op hooguit 10 punts, maakt de pagina voor alles de indruk van één grote grijze brij. Voor de lezers van de Schager Courant moet het keihard werken zijn geweest om het verslag van 6.000 à 7.000 woorden (!) te lezen.
En over keihard werken gesproken… De redacteur die het eindeloze verslag heeft gemaakt, moet ’s avonds volkomen uitgeteld achter z’n smeulende typemachine hebben gezeten. Mijn verhalen zijn meestal te lang, ik zit vaak bij opdrachtgevers te smeken om een paar honderd extra woorden, maar in dit geval zou ik op een gegeven moment toch echt hebben gedacht: nou is het mooi geweest, ik ben uitgepierd, wat kan ik hier in hemelsnaam nog meer over schrijven?
Zo niet de redacteur van de Schager Courant. De kruiperigheid en koningsgezindheid druipen af van zijn verslag. De toon wordt gezet met streamers als ‘Kop van provincie in de ban van charmante landsvrouwe’ en ‘Schagen schonk landsvrouwe indrukwekkend schouwspel’ en consequent doorgevoerd in serviele alinea’s als deze:

‘Het uurwerk in de toren wees al één uur toen de deuren van het balkon van het raadhuis wijd opengingen en H.M. vergezeld van dr. Prinsen en burgemeester Wognum naar buiten trad. Het gejuich was nog maar nauwelijks verstomd of daar klonken in het Heldersegat al de ijzers van de paarden op de stenen: met de twee sjezen voorop reed Schagens wagenpracht, mooier dan ooit en voortgetrokken door de indrukwekkend getoiletteerde, driftig stappende paarden om het plankier waarop de dansgroep zou optreden. ( ) Reeds toen al kon men gadeslaan hoe geïnteresseerd de vorstin het geheel volgde.’

Ik wilde deze blog eerst afsluiten met de constatering dat ik zo’n verslag anno 2011 met geen mogelijkheid zou kunnen schrijven. Verrassend, Cees! Neprepublikein! Alsof er, op de hoofdredacteur van het magazine ‘Vorsten’ na, anno 2011 ook maar iemand is die op zo’n verslag zit te wachten.
Laten we het er dus maar op houden dat het andere tijden waren. En dat ook de regionale journalistiek ingrijpend is veranderd.

Siem & Miralem

Woensdag 7 december - Mag ik u even voorstellen… De naam is Blub, Siem Blub. Sinds begin deze week bieden we Siem en zijn broertje Miralem onderdak, of eigenlijk 'onderwater'. Hoewel ik weinig heb met goudvissen, zeg maar gerust nagenoeg niks, verandert het toch een beetje als de beestjes bij hun naam worden genoemd. De blijde glimlach op het gezicht van mijn zoon (net als die van mijn vrouw Sint Margreet), maakt het trouwens sowieso onmogelijk om stoïcijns vol te houden dat de vissen me volledig koud laten.
Siem is de blondste van de twee en Miralem de iets gezettere… Toegegeven, de keuze voor de voornamen van Ajacieden kwam niet helemaal spontaan. Mijn suggestie om de blonde vis Kolbein te noemen, werd echter resoluut terzijde geschoven met als argument: “Dat vind ik wel een hele gekke naam voor een vis!” Mijn zoon heeft gelijk.
De oorsponkelijke keuze voor het duo Siem & Blub haalde het uiteindelijk ook niet, omdat de laatste naam bij nader inzien toch niet origineel genoeg was. En dat is Miralem natuurlijk wel! Omdat de naam Blub wel al via Twitter de wereld in was geslingerd, is Blub nu aangenomen als familienaam. Op zich is dat minder relevant, want een goudvis spreek je natuurlijk aan bij zijn voornaam.
Zo hield een oud-collega bij onze vorige werkgever ook twee vissen op kantoor, niet lang nadat wij hadden besloten om als zelfstandig ondernemer verder te gaan. Toen ik op een dag moest bijspringen als freelancer, maakte ze schaterlachend de namen van het duo bekend: “Mag ik je even voorstellen aan Cees & Bert.” Hoewel ik de vergelijking met een vis niet echt flatteus vind, was het motief dat wel. “Zo zijn jullie hier toch elke dag nog een beetje op kantoor….” Geloof me: na zo’n compliment laat zo’n vis je echt niet koud. En dat dus allemaal als het beestje een naam krijgt.

P.S. Ik spreek bij deze de hoop uit dat Siem & Miralem nog heel lang bij hun huidige werkgever blijven.

Henk Frans

Dinsdag 6 december - In de Pelgrimkerk werd afgelopen zondag stilgestaan bij het 100-jarig bestaan van ‘Ziekenzorg’, dat bestaat uit een grote groep vrouwen die zieken bezoekt én een verjaardagsboeket brengt naar mensen van 75 jaar en ouder. Ik moest meteen aan Henk Frans denken, de bollenteler bij wie ik jarenlang vakantiewerk heb verricht en ook nog een paar jaar vast in dienst ben geweest. De herinnering was zo gedetailleerd dat het me verbaasde. Waar kwam-ie na al die jaren opeens vandaan, kant en klaar, met - op de precieze datum na - alles er op en er aan?
We schrijven een zwaarbewolkte, druilerige zomerdag, het zal 1982 of 1983 zijn geweest. Op een bollenperceel net buiten de bebouwde om van het Noord-Hollandse gehucht Groenveld kruip ik door de modder. Ik heb een regenpak aan en vul het ene na het andere gele krat met besmeurde bollen die ik uit de klei wroet. Opeens staat er een vrouw naast me. Ik schrik een beetje van haar, want ik was met mijn gedachten elders, zoals meestal in die (puber)tijd. Ze heeft kaplaarzen aan, maar is verder keurig gekleed. Met twee handen houdt ze een groot boeket vast. Ze vraagt naar Henk Frans. Ik ga staan en wijs. Helemaal aan de andere kant van het land, een slordige 300 meter verderop, sleept hij een krat vol bollen en prut door de modder. “Dankjewel.” De vrouw doet een paar moeizame stappen in zijn richting, maar draait zich dan om, alsof ze me nog een verklaring schuldig is. “Ik ben van de Ziekenzorg van de gereformeerde kerk in Dirkshorn. Ik kom een bos bloemen brengen, want hij wordt vandaag 70.”
Niet veel later, bijna dertig jaar voordat in Nederland een discussie losbarst over verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 naar 66 jaar, besluit de Ziekenzorg van de gereformeerde kerk in Dirkshorn om de leeftijd waarop gemeenteleden voor het eerst worden verrast met een verjaardagsboeket te verhogen van 70 naar 75 jaar.

Genieten

Vrijdag 2 december - Wat maak jij je toch druk! Ik kreeg het al vaak te horen en vooral te lezen (in tweets). Meestal volgt op zo’n constatering een relativerende reactie als ‘Welnee, dat lijkt maar zo, want…’ of een excuus als ‘Sorry, maar ik heb slecht geslapen en…’. Nou dit keer lijkt het dus niet 'maar zo' en ik heb ik ook niet slecht geslapen, al scheelde dat laatste niet veel. Ik maak me namelijk echt druk. En wel om Ajax. Niet om het voetbal (wat ook zeker nog niet denderend is), maar om de ongelooflijke chaos die er heerst bij mijn cluppie. En dat is nog niet eens de grootste ergernis. Dat is de manier waarop er door de media over wordt bericht: zo ongelooflijk kort door de bocht. Voor mijn compagnon is dat opportunisme reden genoeg om zich verre te houden van de sportjournalistiek. En ik kan hem daarin de laatste weken – hoeveel pijn dat ook doet – geen ongelijk geven.
Vooral de blinde adoratie van Cruijff door ‘onafhankelijke journalisten’ als Frits Barend, Jan Mulder, Jaap de Groot en Matthijs van Nieuwkerk is ronduit stuitend. Alleen Peter R. de Vries lijkt op televisie nog tegengas te durven geven. Elk argument tegen Cruijff wordt steevast gepareerd met “…maar wat moest Johan, na zo’n achterbakse actie van de RvC?”. Ten Have en consorten hebben de ‘boel op scherp’ of zelfs de ‘club in de hens’ gezet. Cruijff is daar vanaf de zijlijn, met de zwak geschreven stukjes (de naam column mag dat toch niet dragen?) in de maandagkrant van De Telegraaf niet al maanden (of misschien wel al jaren) mee bezig? Waarom erkent niemand dat? Tien jeugdcoaches spannen een zaak aan tegen de gevolgde aanstellingsprocedure van Louis van Gaal. Let wel: niet tegen de persoon, maar tegen de procedure. Volgens Frits en Jan zonder dat ze daartoe overigens zijn aangezet door Cruijff. Tuurlijk!
Maar nu verval ik zelf bijna in dezelfde fout. Excuus. Ik wil namelijk helemaal geen verwijten maken… Ik wil genieten. Volgende week woensdag ben ik er weer bij. Op het verlanglijstje in mijn schoen heb ik maar één ding geschreven: drie punten tegen Madrid. De goedheiligman komt er net vandaan, dus volgens mij kon hij die zo even meenemen…

Krimp & Crisis

Donderdag 1 december - Afgelopen weekend ben ik naar de Eifel gereden om ons vakantiehuisje daar ‘winterklaar’ te maken. Insectenhorren eruit, luiken dicht, water aftappen… dat werk. Ik kan het nooit laten om het bergachtige Ahrdal, waarin het huisje ligt, te vergelijken met de vlakke Kop van Noord-Holland waar ik ben opgegroeid.
Wat Alkmaar en Amsterdam zijn voor de Kop van Noord-Holland, zijn Bonn en Köln voor het Ahrdal: respectievelijk een provinciestad en een wereldstad waar je met de auto in respectievelijk een half uur en een uur naar toe rijdt. Tot zover de grootste overeenkomst. Ondanks de nabijheid van dergelijke verstedelijkte agglomeraties, kreeg ik ook afgelopen weekend weer het idee dat de economische crisis en een ontwikkeling als bevolkingskrimp er in het Ahrdal veel harder inheiteren dan in de Kop van Noord-Holland. Eerlijkheidshalve moet ik daar aan toevoegen dat ik me in dit geval deels baseer op de roddels die ik zaterdagavond opving in de Dorpskrug.
In het kasteeldorpje waarin het huisje ligt, bleek de kleine supermarkt Nah und gut na een lange doodstrijd definitief zijn deuren te hebben gesloten. De genadeklap vormde de recente komst van de Penny Markt, een discounter een dorp verderop met belachelijk lage prijzen. De luiken van Nah und gut zaten potdicht, zag ik toen ik er even later langsliep. De ramen erboven waren donker. De eigenaar, wisten de roddelaars in de Dorpskrug, was ingestort. Had zijn gezicht al dagenlang niet laten zien. Zijn vriend was weer in de armen van zijn rijkere ex-vrouw in Bonn gevlucht.
Dan Gästehaus am Fels, dat samen met een spoorwegovergang de ingang van het kasteeldorp markeert. Het enorme witte pand, vorig jaar nog gerenoveerd, huisveste tot voor kort een pension met tien kamers. De eigenaar, ving ik in de kroeg op, moest het door omstandigheden snel verkopen. Ik weet het: het is geen mooi pand, het ligt een beetje ongelukkig, in de schaduw van een massieve rots, er zit weinig grond bij en de eigenaar moest er van af.
Maar toch. Er valt best wat van te maken en er zit natuurlijk krankzinnig veel ruimte in.
Ik hoop dat u niet, net als ik toen ik het hoorde, op een barkruk zit als u dit leest, want ook u zult steil achterover vallen van de verkoopprijs.
26.000 euro.
Da’s pas crisis.

Springlevend

Vrijdag 25 november - Terug naar Kampen. Het zou de titel van een boek kunnen zijn. Zo’n groot verhaal kan ik er niet over schrijven, maar er is zeker weer een aardig hoofdstuk toegevoegd aan De Geus & Hartman. Nostalgie aan de IJssel. Van de Moriaan (onze oude studentenkroeg), via de Pub (aan de Plantage, waar het allemaal begon; zie blog Kampen 2) naar ’t Kroegje (waar tot onze opluchting het gitaar nog steeds aan de muur hing en gisteren ook een keer de hele avond bleef hangen; ooit worden we verstandig). Het was rustig voor een donderdagavond. Kampen mist zijn studenten. Gisteravond deerde het ons niet. Ongestoord konden we zo oude herinneringen ophalen en nieuwe plannen smeden. De Geus & Hartman is twintig jaar later (een houten kop negerend) nog steeds springlevend. Terug uit Kampen, als herboren....

Twitter (1)

Dinsdag 22 november - Als Twitter de wereld is, gruwel ik het allermeest van het continent ter grootte van Azië dat voor 95 procent wordt bevolkt door supervrouwen.
Supervrouwen die, zodra ze wakker zijn, naar hun mobieltje grijpen voor de eerste Tweet van de dag: ‘Zo, heb me even heerlijk uitgerekt. ’n Kop koffie en dan ben ik helemaal klaar voor weer ‘n superdag! ;)’
Supervrouwen die pas kunnen slapen als de laatste Tweet van de dag de wereld in is gestuurd: ‘Lig in bed. Fantastisch, wat ‘n dag. Droom fijn. Droom liefde. :)’
Supervrouwen waarvan je weet dat ze slapen als ze niet Tweeten.
Supervrouwen die, als ze wakker zijn, de rest van de wereld dag in dag uit via honderden volstrekt humor- en zelfspotloze Tweets op de hoogte houden van hun superbaan, hun superhobby’s en de opvoeding van hun superkinderen.
Supervrouwen die tussendoor via Twitter ook nog één of ander superproduct aan de supervrouw proberen te brengen van het superbedrijf waar ze voor werken, meestal in een functie die met social media of, in iets ruimer verband, communicatie van doen heeft.
Supervrouwen die op Twitter op de keper beschouwd alleen door hun man, hun baas, een enkele halfhartige zakenrelatie en andere supervrouwen worden gevolgd.
Supervrouwen die onder het motto ‘Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt’ af en toe een huiveringwekkende terugval hebben, die ze verdoezelen met een Twitter-stilte van enkele uren dan wel dagen die steevast wordt doorbroken met de volgende Tweet: ‘Boedapest! Wat ‘n stad! Om verliefd op te worden! Accu is weer helemaal opgeladen! Nieuw superjaar, here I come!!’

The Killing

Zondag 20 november - Ik heb (bijna) mijn plicht verzaakt. Ik geef het toe. Een week geen verse blog. Maar ik heb een excuus. Ik ben bevangen door The Killing. Nee, niet het nieuwste schietspel voor op de computer, maar een Deense detectiveserie. Wat een verhaal! The Killing speelt zich af in Kopenhagen, waar een scholiere bruut om het leven is gebracht. Het moordonderzoek dat volgt zit vol met verrassende wendingen. Niet in de laatste plaats doordat de politieke strijd om het burgemeesterschap er constant doorheen slingert. De favoriete tegenkandidaat voor de heersende macht, de charismatische Troels Hartmann (met dubbel n), is inmiddels ook verdacht.
Als mijn bijna naamgenoot het daadwerkelijk gedaan blijkt te hebben, is onze hoop in de Deense gemeentepolitiek compleet verloren. Zo voelt het echt, zo diep zitten we er in. Elke aflevering eindigt met een geweldige cliffhanger, die stoppen met kijken bijna ondoenlijk maakt. Twaalf van de twintig afleveringen hebben mijn vrouw en ik er nu opzitten. Of eigenlijk mochten we na twaalf afleveringen echt niet langer opzitten. Er is immers ook nog iets als het echte leven, waarin gewoon moet worden gewerkt.
Ik tik deze blog nu in bed. Ik heb nog tien minuten, voordat de nieuwe werkweek officieel is begonnen. Daarmee zou ik dus in gebreke zijn gebleven. Maar ik vervul mijn plicht, net als onze nieuwe held. Politiek is kleur bekennen en bij deze houd ik vertrouwen in Troels (zonder de afloop te weten). Vasthouden aan principes, daar draait het voor hem om. En nu voor mij dus ook, met op de valreep deze verse blog.

Klaverblad

Maandag 14 november - Soms heb ik het gevoel dat ik niet alleen afhankelijk ben van- maar zelfs volledig overgeleverd ben aan m’n laptop en, in het verlengde daarvan, internet.
Vorige week interviewde ik Wim van Beek, voormalig wethouder en momenteel gemeenteraadslid in Langedijk. Heel aardige, capabele en intrigerende man, leuk gesprek. Voor hij naar de Koninklijke Marine ging, om als piloot bij de KLM te eindigen, was hij stuurman geweest op de grote vaart, vertelde hij. “De koffie aan boord van zo’n schip! Daar droom ik nog wel eens van. Als ik op de brug stond, kreeg ik dat bocht alleen naar binnen zónder melk en suiker. Sindsdien drink ik m’n koffie zwart. ‘NIET VOOR CONSUMPTIE!’ stond er op de verpakking. ‘ALLEEN VOOR GEDETINEERDEN EN ZEEVARENDEN’.”
Ik keek verrast op, rook een extra verhaal. “Nee toch? Écht?”
“Ja. Er zat vast iets in om je hormonen te temperen. Al die tijd op zee, met alleen maar mannen, zonder vrouwen… Ik weet zelfs nog hoe die koffie heette: Klaverblad.”
Twee dagen later tikte ik ‘Klaverblad Koffie’ in op Google. Het leverde onder andere een koffiebranderij in Dordrecht op, waar ik nog achteraan moet bellen, maar nu komt het: weer twee dagen later was ik onder het lezen van ‘Bonita Avenue’ een beetje doelloos aan het YouTuben toen m’n aandacht opeens werd getrokken door één van de advertenties die je altijd achteloos weg moet klikken als je een filmpje wilt zien. ‘Klaverblad Verzekeringen’ stond er. Ik kon een gratis check krijgen om te zien of ik wel goed tegen brand verzekerd was.
Klaverblad Verzekeringen.
Ik wil niet dramatisch en zeker niet naïef doen maar word daar, met dank aan Google en George Orwell, toch niet helemaal onverdeeld vrolijk van. Nog even en Klaverblad Koffie keert terug in de schappen…!

Amuse

Donderdag 10 november - In (eet)café Bruxelles, één van de leukste (eet)cafés van Haarlem, ga ik aan de bar zitten en bestel de ‘vis van de dag’. Die is ruim twee keer zo duur als de € 6-hap, maar ik heb vandaag absoluut geen zin in Spaghetti Bolognese. Bruxelles bevindt zich in de Lange Wijngaardstraat, op 200 meter afstand van m’n werkplek in de Jansstraat, en is met z’n € 6-hap en daghap à € 7,50 ideaal voor mensen die in het centrum van Haarlem werken en ’s avonds nog een paar uur door moeten. Je moet alleen uitkijken, weet ik inmiddels, dat je na je tweede drankje niet opeens in een vlaag van zorgeloosheid denkt: wat kan mij die deadline ook bommen, ik néém er nog een.
Hoe dan ook: de man achter de bar neemt mijn bestelling op, zet een glas droge witte wijn voor me neer en plaatst er een schaaltje met naturel chips naast. “Een Spaanse aardappel-amuse van het huis”, zegt hij er bij.
Ik glimlach. Naturel chips. Spaanse aardappel-amuse. Grappig. Kom er maar eens op.
Op de barkrukken rechts van me nestelt zich een stelletje. Hij bestelt een pittige bokbier en zij een groene thee, dat kan dus wel degelijk samen gaan. “Een Spaanse aardappel-amuse van het huis”, zegt de man achter de bar terwijl hij een schaaltje met naturel chips voor ze neerzet.
Mmm.
Prikkend in de vis van de dag hoor ik hem de grap nog een keer of zes herhalen, bij iedereen die aan de bar gaat zitten. “Kijk eens, een Spaanse aardappel-amuse van het huis.” Tot de irritatiegrens min of meer is bereikt en ik me afvraag, niet hardop want daar heb ik geen tijd voor, wat er in hemelsnaam Spaans is aan een aardappel-amuse die - getuige de chipszak naast de kassa - is geproduceerd in het oer-Hollandse Broek op Langedijk.

Kampen (2)

Maandag 8 november - Ik droom nog net niet over Kampen, zoals mijn compagnon blogde, maar denk er nog wel geregeld met plezier aan terug. Eigenlijk is in het Hanzestadje de kiem gelegd voor De Geus & Hartman. Uiteraard door onze studie, maar ook doordat Cees en ik elkaar in Kampen voor het eerst zijn tegengekomen, om precies te zijn tijdens de introductieweek voor de Christelijke Academie voor de Journalistiek. Beiden hadden we geen trek in de ontgroening, die begon met een speurtocht door de stad, waarbij we onze 'elektrieken' typemachine moesten meezeulen en de opdracht kregen een groen chirurgenmutsje op ons hoofd te zetten. 'Geen denken aan', dacht Cees. 'Mooi niet', dacht ik. Samen met nog enkele deserteurs ploften we neer op het eerste de beste terras en brachten daar ontspannen de tijd door die de organisatie had uitgetrokken voor de ontgroeningstocht. Dat schiep een band.
Tijdens de midweek kamperen die volgde bleven we hecht en onaantastbaar voor alle flauwiteiten die de 'ontgroeners' hadden bekokstoofd. We waren met een man of zes. Ik herinner me nog Frans Kok en Addy Eijkenaar. De laatste had een auto waarmee we op woensdagavond nog naar een militaire PIT zijn gereden om een wedstrijd van Oranje te kijken (volgens ons een goed alternatief voor een avond zingen rond het kampvuur). Kregen we eindelijk ook weer eens wat lekkers te eten.
Terug naar Kampen. Ik zie het bewuste terras op de hoek nog zo voor me. Scrollend op Google Streetview beland ik virtueel op de Plantage. Er zit nu blijkbaar een uitzendbureau in het pand, direct naast een eetcafé. Over twee weken gaan we er ruim een kwart eeuw na dato weer naar toe. Eigenlijk heeft dat weerzien veels te lang geduurd. Maar we gaan het goedmaken. Ik heb er nu al zin in. Mijn typemachine neem ik niet mee en ook dat groene mutsje zet ik weer niet op. Al zou ik het er deze keer bijna voor over hebben…

Archief

Vrijdag 4 november - Voor een opdrachtgever ben ik deze week voorzichtig begonnen met de voorbereidingen voor een jubileumuitgave. Het eerste gesprek met een oud-medewerker van de organisatie stemde me optimistisch over de kansen om historisch materiaal te achterhalen.
Onzeker of hij me wel kon helpen, hadden we eerst maar eens behoedzaam een uurtje in onze agenda gereserveerd. Volkomen onterecht, want uiteindelijk reed ik pas vier uur later terug naar Haarlem. En eigenlijk waren we nog niet uitgepraat. Ik ben een reeks mooie anekdotes rijker, evenals een schat aan informatie en materiaal om in de jubileumuitgave op voort te borduren.
Karakteristieke zwartwit platen en vergeelde officiële stukken, ze zijn gelukkig niet allemaal verloren gegaan. De persoon in kwestie legde destijds zelf een archief aan en vulde die later vooral met eigen dia's van Noord-Hollandse landschappen. Fotografie had altijd al zijn interesse. Met hulp van enkele vrijwilligers is het hem gelukt om een selectie van de mooiste beelden te digitaliseren. Een enorme klus. "En nog steeds ga ik zelden op pad zonder mijn fototas," vertelde 'mijn' archivaris, doelend op zijn digitale spiegelreflex.
Gedurende het gesprek was hij enkele keren naar zijn werkkamer gelopen om een boek, een foto of een film te halen. De laatste stond op een VHS-band en was gemaakt ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de organisatie. "Zelf kan ik er niks mee, want we hebben thuis geen videorecorder meer, maar ik wil hem toch graag terug." Dat tekent de ware archivaris. "Of je moet die band ook kunnen digitaliseren. Dat zou ik wel heel mooi vinden....", opperde hij bescheiden. Zelf kan ik dat niet, maar ik beloofde een balletje op te gooien in ons creatieve bedrijfsverzamelgebouw. Eén bericht op het interne netwerk leverde binnen een half uur drie positieve reacties op!. Een snelle goal, gescoord door Jansstraat 46 en bij deze opgedragen aan de archivaris.
Hem gun ik dat punt van harte. Net als die DVD natuurlijk!

Kampen

Dinsdag 1 november - We hebben het eerder gedaan, in Zwolle onder andere, maar dit jaar voert onze 'bedrijfsbrainstorm' Bert en mij eind november naar Kampen. Ik zal maar met de deur in huis vallen: het is de enige stad die regelmatig in mijn dromen voorkomt en dus ben ik heel benieuwd naar het weerzien, want sinds het Hoger Informatie en Communicatie Onderwijs (HICO) in 1990 verhuisde naar Zwolle ben ik er niet meer teruggeweest.
Eerst die repeterende droom. Ik zwerf steevast ’s nachts door een oude, historische binnenstad, waarvan ik wéét dat het Kampen is, en ben wanhopig op zoek naar het studentencafé waar het allemaal schijnt te gebeuren. Ik weet dat het er is, maar kan het niet vinden. So far so good. Die droom vloeit vast deels voort uit het feit dat ik in Kampen voor het eerst van m’n leven op mezelf woonde en na al die jaren in de bloembollen, met Schagen als epicentrum, flabbergasted was, door de vrijheid én de werveling van mooie, intelligente studentes op het HICO en de Kunstacademie.
Maar, en nu betreden we het terrein van de amateurpsychologie, die dromen van Kampen komen vast ook door Ceciel Bot. In de introductieweek maakte ik in een statig café aan de IJsselkade een kort, onbeduidend praatje met haar. Een paar weken later werd ze het slachtoffer van een gruwelijke speling van het noodlot. Een jonge zedendelinquent belde bij nacht en ontij aan bij haar appartement aan de Botermarkt. Ze deed slaapdronken open, werd overmeesterd en verkracht en vervolgens vastgebonden, opgehangen en doodgeknuppeld. In de maanden die volgden verdween een studente spoorloos* en pleegde een andere student, die abusievelijk als verdachte werd beschouwd, zelfmoord.
De verborgen geschiedenis in Kampen. De grimmige sfeer die de stad in die periode in zijn greep had kan ik me nog goed herinneren en is volgens mij verantwoordelijk voor de dromen waarin ik rondzwerf door een duister, unheimisch Kampen. Moet Bert zich nu voorbereiden op een door sombere herinneringen en gedachten gekleurde avond in die kleine Hanzestad? Nou, nee. Ik verheug me op eetcafé De Moriaan, die kroeg waar we altijd Apfelkorn dronken, De Poort, de rit met de dieseltrein van Zwolle naar Kampen, de Wortmanstraat en de skyline van Kampen vanaf de IJsselbrug.
Maar tegelijkertijd vind ik het mooi dat in deze blog, op internet, de naam weer eens wordt genoemd van die jonge, per definitie veelbelovende studente uit West-Friesland die, als ze die nacht die verdomde deurbel had genegeerd, dit jaar 41 zou zijn geworden.

* Deze studente leed volgens mij aan suikerziekte en werd later met auto en al uit de IJssel getakeld, waar ze na een aanval per ongeluk in was gereden.

Mona

Dinsdag 25 oktober - Ineens zat ‘ie met een draadloze microfoon achter ons op de bar. Zanger Nick Brown was eergisteravond halverwege het concert van de band Mona in de Oude Zaal van de Melkweg plotseling van het podium verdwenen. Mijn buurman stootte me even later aan: “Zie hem daar eens zitten…!” Nonchalant, bijna verveeld met de benen over elkaar, keek Brown eigenwijs zijn publiek in de rug. Wat een poseur, in de goede zin van het woord. Met zijn uitgestreken gezicht en rockabilly kuif leek hij zo weggeplukt uit de tv-serie Happy Days, net als drummer Vince Gard zo uit de Mad Men leek te zijn gestapt. Voeg daar nog gitarist Jordan Young bij, die zo het jongere broertje van Theo Janssen zou kunnen zijn en bassist Zach Lindsey (als de broer van Jim Bakkum) en het gemêleerde kwartet was compleet.
De setlist van Mona was minstens zo gevarieerd. De band uit Nashville Tennessee wisselde van zijn debuutalbum af met covers van The Cranberries en Johnny Cash. Dat laatste hoort gewoon voor artiesten uit de countryhoofdstad van de wereld. En dan waren daar nog de stemmingswisselingen. Brown speelde letterlijk en figuurlijk met zijn publiek. De ene keer energiek stampend met zijn gitaar, dan weer wanhopig jammerend vanwege een gestrande liefde en tussendoor verontwaardigd over de in zijn ogen lauwe respons (“You don’t seem dangerous to me. Is this really Amsterdam?”).
Eigenlijk vind ik een concert op zondagavond – naarmate ik ouder word en dus steeds minder snel herstel – een beetje een linke onderneming, zo met een volle werkweek voor de boeg. Dit keer pakte het juist goed uit. Want dat liveoptreden van een uur en een kwartier voelde als een welverdiend sluitstuk op een productieve week. Of zoals de reclamemakers het formuleerden: Mona, daar word je blij van. En om dan gelijk maar in het jargon te blijven: Melkweg de witte motor.
Ik kan er weer vol tegenaan! Zo was Mona niet alleen het toetje van de voorbije week, maar is het tegelijk ook de energiedrank en amuse voor wat gaat komen...

Digitale doucheputjes

Maandag 24 oktober - Enigszins bij gebrek aan inspiratie wilde ik eigenlijk een vrolijke blog schrijven over AZ, dat momenteel met vier punten voorsprong op FC Twente en PSV en acht punten voorsprong op Ajax (môgge Bert), koploper is in de Eredivisie. Ik had zelfs al wat voorwerk gedaan, door de Seizoengids 2011/2012 van Voetbal International open te slaan. Ik heb hier al eens geschreven dat m’n zoon Jeen geen genoeg kan krijgen van dat 396 pagina’s dikke jaarlijkse naslagwerk, maar zelf had ik er eigenlijk nog nooit echt in gekeken. Ik werd op m’n wenken bediend: alleen Kees Jansma voorspelde dat AZ in het seizoen 2011/2012 bij de top drie zou eindigen, de andere voetbalkenners zagen hooguit een plek in de subtop weggelegd voor de profclub uit Alkmaar.
Terwijl de blog in mijn hoofd langzaam vorm begon te krijgen, ik overwoog zelfs even om weer eens de knarsetandende Trouw-sportjournalist Henk Hoijtink ten tonele te voeren, ging ik op internet op zoek naar een geschikte foto. Een paar muisklikken later was ik per ongeluk beland op één of ander obscuur forum waar aanhangers van alle mogelijke profclubs, waaronder AZ, elkaar verbaal te lijf gaan.
Net als de VI-seizoengids waren ook dat soort digitale voetbalfora nieuw voor me. Ik wist dat ze bestonden en dat het in zekere zin goed is dat aanhangers van voetbalclubs niet meer op een braakliggend veldje bij Beverwijk maar op internet gehakt van elkaar maken.
En tóch, desondanks, schrok ik van het niveau. Van de domheid. Van de haat. Van de spelfouten in de meest bizarre scheldwoorden. Van het feit dat al die idioten juist dat ene verschrikkelijke scheldwoord dat met een k begint altijd goed spellen. En misschien nog wel het meest van de gedachte dat Jeen óók maar een paar muisklikken verwijderd is van dat soort stinkende digitale doucheputjes.
De lust om nog wat van deze blog te maken was me in ieder geval in één, eh, klik ontgaan.
Wat niet wegneemt dat ik (draait u even gezellig 180 graden met me mee?) positief wil eindigen, door alleen maar de naam te noemen van de Zweedse middenvelder die volgens mij tot dusver het verschil maakt in de Eredivisie: Rasmus Elm.

Allemaal vragen

Vrijdag 21 oktober - Ik kreeg de laatste dagen regelmatig bezorgde vragen: gaat ‘ie nog een beetje? Werken jullie niet te hard? Hoe is het met Cees, die soms op twee plekken tegelijk moet zijn? En met jou, als je amper of geen tijd hebt om even een blog te schrijven? Nu ik de laatste drie blogs teruglees denk ik inderdaad: is het allemaal niet een beetje too much? Natuurlijk hebben we het druk, maar welke kleine zelfstandige heeft dat niet? Moeten we niet iets eerlijker zijn tegen onze vaste en meelevende volgers? Is het niet zo dat ik deze week ook best eens al bij een ochtendzonnetje naar kantoor ben gereden? En ging ik ook al niet eens voor schemerdonker naar huis? Hebben we ook niet af en toe onze rustmomentjes gepakt?
Tien vragen, meest retorisch, dus zonder antwoord. Nu wegen woorden - al gebruik je er duizend - volgens een van onze vaste fotografen toch niet op tegen één beeld. Hoewel die bewering ons een gruwel is, geef ik ‘m met bovenstaande blogfoto sportief voor één keer gelijk.
Tot slot nog drie vragen: Wat was eigenlijk de uitslag? 11-9! Spannend, wie trok aan het langste eind? Euh... wie denken jullie? #grijns

Isolement

Woensdag 19 oktober - Ik maak me zorgen over mijn blog. Het is woensdagmiddag iets voor vieren en ik ben bezig met mijn zevende artikel van deze week. En er liggen er nog een handvol in het verschiet. Ik zit in een soort van isolement. Op zich goed om door te werken, zonder allerlei afleiding, maar toch ook een beetje eentonig. Elke ochtend rijd ik nog in de duisternis richting kantoor en vertrek daar pas als het ’s avonds al lang weer donker is.
Nou maken we bij De Geus & Hartman wel vaker lange dagen. Het zij door een overmoedig aannamebeleid, dan wel door een samenloop van omstandigheden, of eigenlijk een samenklontering van deadlines. Zo ook nu. Het bijzondere deze keer is dat ik er tussentijds geen enkele keer op uit hoef, voor een interview of reportage. Ik moet het vijf royale werkdagen lang doen met gedane citaten, vastgelegd op mijn digitale recorder en in mijn schrijfblok. Eventueel aangevuld met 'verse' informatie van internet. En dat is overdag gelijk zo’n beetje mijn enige contact met de buitenwereld.
Dat moest ik even kwijt, vanuit mijn isolement. Als er deze week dus geen blog komt, weten jullie tenminste waarom…

De tijd vliegt...

Vrijdag 14 oktober - In een eerdere blog foeterde ik al eens over de snelheid waarmee het vakantiegevoel verdwijnt. Eigenlijk is het op werkdag één alweer gedaan, in de ochtend welteverstaan. Sinds mijn terugkeer uit Zweden is het gevoel van vrijheid (nog) niet teruggekeerd. Het is vijf keer opstaan, vijf keer naar bed, tussendoor interviews afnemen en vooral uitwerken... De weekenden die overblijven zijn tekort en te vol gepropt met afspraken om echt bij zinnen te komen.
Dit lijkt een klacht, maar zo is het niet bedoeld. Ik herinner me nog goed de tijden dat ik vooral uitkeek naar het weekend. Dan ging het weer écht gebeuren! Op zich aardig, alleen ook een beetje sneu als er dan zoveel werkdagen in een week zitten. Tegenwoordig moet ik vaak twee keer nadenken 'welke dag leven we vandaag?', om vervolgens tot mijn schrik vast te stellen dat de tijd die nog rest ontoereikend is om het artikelenoverschot voor het weekend nog substantieel te laten slinken.
Ook dit lijkt een klacht, maar nogmaals: zo is het niet bedoeld. Ik ervaar het als een luxe om zoveel werk in het verschiet te hebben en niet (alleen) aan acquisitie te hoeven doen. Time flies when you’re having fun. Zo is ik het ook. Al zou het soms best een onsje minder mogen…
De laatste weken schakel ik bijna dagelijks tussen sport en het platteland. Begin deze week nog switchte ik moeiteloos van FC Groningen (boeren!) naar de glastuinbouw (FC Herstructuring). Kortom: ik mag niet klagen. Ik heb voldoende werk en nog leuk en afwisselend ook. Trouwens, welke dag leven we vandaag? Euh, vrijdag... Is het al drie uur? Dan moet ik nu echt afronden, want er ligt nog een artikel op me te wachten…

Synchroniseren

Dinsdag 11 oktober - Het moest een keer vreselijk mis gaan en vanmorgen was het dan zo ver. Het ging mis. En hoe.
Omdat ik het de laatste tijd nogal druk heb, ben ik al weken niet op mijn werkplek in de Jansstraat geweest. Als ik er kom is het vlugvlug, om een visitekaartje of een kladblok op te halen. En iedere keer weer vergeet ik dan het USB-kabeltje mee te nemen dat mijn mobiele telefoon kan verbinden met mijn laptop. Ik gebruik het eigenlijk alleen om de agenda’s in Outlook en mijn Nokia te synchroniseren. Alleen het woord al geeft me enorm veel voldoening: synchroniseren. Mijn leven is een puinhoop, m’n kinderen groeien op voor galg en rad, als ik m’n tuin in wil moet ik een kapmes meenemen en m’n konijnen steken hun middelvinger op als ik langsloop, maar mijn agenda’s zijn tenminste netjes gesynchroniseerd.
Dat wil zeggen: dat waren ze, tot enkele weken geleden, tot ik dat kabeltje liet liggen in de Jansstraat. Vanaf dat moment was het aftellen naar het moment dat het verschrikkelijk mis zou gaan en vanmorgen was het zo ver.
Om 10.00 uur was ik op twee plekken tegelijk.

Schuilen

Donderdag 6 oktober - De lucht zag er al dreigend uit, met tinten die varieerden van lichtgrijs tot donkergrauw. Normaal gesproken reden genoeg voor me om de bus te pakken. Ik neem nu eenmaal liever het zekere voor het onzekere. Mede ook vanwege de luxe dat ik in Haarlem-Noord de royale keuze heb uit maar liefst vier lijnen - de 3, 4, 73 en 75 - die me allemaal droog naar het centrum brengen. Dat de dienstregeling veel overeenkomsten vertoont met die van de Griekse busmaatschappij Connexxios, probeer ik dan voor lief te nemen.
Vanochtend was het nog droog toen ik de voordeur achter me dichttrok. Om een onverklaarbare reden besloot ik het er op te gokken en de fiets te pakken. Halverwege begon het licht te miezeren. Geen paniek. Even flink doortrappen en ik kon de schade misschien beperken. Het miezeren ging al vlot over in spetteren, spatteren, kletteren, klateren, hozen en tot slot spoelen. Toen ik met gevaar voor eigen leven 'waterblind' de Rijksstraatweg overstak en de overkapping van de winkelstraat Cronjé bereikte, bleek het kwaad eigenlijk al geschied. Schuilen was voor mij te laat…
Ik kan dat trouwens ook niet, wachten tot een bui overwaait. Vroeger al niet. Stoïcijns fietste ik door als ik van of naar school een groep lotgenoten zag schuilen onder een boom of viaduct. Het heeft iets troosteloos om hangend over het stuur van je fiets maar een beetje naar boven te turen.
Vanwege die mentale beperking zit ik hier nu, op ons kantoor aan de Jansstraat. Het moet zeker een kwarteeuw geleden zijn dat ik ’s ochtends zo verzopen op mijn plek van bestemming ben aangekomen. Mijn voeten soppen in mijn schoenen, mijn spijkerbroek zit om mijn benen geplakt en mijn rugzak is doorweekt. Ineens moet ik weer denken aan mijn wiskundeleraar die op zo'n moment onverstoorbaar door de klas riep: "Dames en heren, leg jullie boeken open op tafel en wel op pagina 77!"
Nou, mijn laptop staat op mijn bureau, opengeklapt en wel. En het voordeel is: mijn 'verse' blog van deze week staat er bij deze in…

Huurling

Maandag 3 oktober - Pas toen de mist begon op te trekken, zag ik hoe groot hun overmacht was. Jemig. Driehonderd, zeshonderd, duizend…. Ik telde in de gauwigheid minstens 1.200 man infanterie. Hoeveel ruiters er waren wist ik niet, ze werden aan het oog onttrokken door die verrekte rotheuvel. Honderd? Tweehonderd? Inclusief minstens dertig halfkreupelen, nauwelijks in staat om op hun benen te staan, laat staan om te vechten, telde mijn armoedige leger hooguit 450 man. “Luister”, zei ik. Mijn stem klonk schor. “We houden de linies gesloten. Dat is onze enige kans. Blijf zo dicht mogelijk bij elk…”
Ik zweeg abrupt, want er werd op mijn schouder getikt. Ik draaide me half om. Eén van mijn soldaten keek me brutaal aan en gooide demonstratief zijn zwaard en schild op de grond. “Ik heb je er meerdere keren aan herinnerd, maar je hebt nog steeds geen soldij betaald,” zei hij op vlakke toon. “Bekijk het maar, ik ben pleite. Zoek het maar lekker zelf uit met die oorlog van je.”
In de verte klonk trompetgeschal. De vijand zette de aanval in. Ik slikte. “Wacht. Je kunt toch niet zomaar weglopen? Ik weet wie je bent. Jij bent degene die me steeds heeft gewaarschuwd voor die schoften. Dat ze nergens voor terugdeinzen. Dat ze geen genade kennen. Dat ze alles vernietigen wat ze voor de voeten komt.”
“Yep, dat was ik.” Hij keek me met koude ogen aan. “Man, ze walsen over je heen. Zonder ons heb je geen schijn van kans. Maar ik heb je een paar keer gewaarschuwd: als je niet betaalt, zijn we vertrokken. De groeten. Toedeledoki. Veel succes.”
Om me heen zwol het geroezemoes aan. Tientallen, nee, honderden huurlingen volgden zijn voorbeeld, wierpen hun wapens op de grond en gingen er haastig vandoor. In de verte klonk geschreeuw. De grond begon te trillen. De vijandelijke cavalerie!
“Klootzak!”schreeuwde ik. “Lafbek! Wat is je naam?” De vijand was inmiddels tot op twintig meter genaderd. Het lawaai dat de krijsende soldaten en de stampende paarden veroorzaakten, was met geen pen te beschrijven. Ik had in mijn leven nog op de kop af veertien woorden te gaan. Als ik dat had geweten, had ik ze waarschijnlijk zorgvuldiger uitgekozen. “Zeg me hoe je heet, schoft! Reken maar dat ik je weet te vinden!”
Vlak voor hij schielijk achter de heuvel verdween, keek hij nog even om. “Norton Internet Security”, riep hij. Het laatste dat ik bij leven en welzijn zag was zijn lelijke grijns. “M’n vrienden noemen me Norton.”

Groen

Donderdag 29 september - We hadden afgesproken bij Café ’t Beugeltje in Zwolle, wat bij ons als snel 'De Beugel' werd, omdat we als stoere mannen nu eenmaal niet van verkleinwoorden houden. Aan die bravoure ligt ook de prestatie van 11 juni 2011 ten grondslag. Voor diegenen die het nog niet hebben meegekregen: die dag won Drenthe United de Gladiolenbokaal. Een jaar lang mogen we ons kampioen noemen en reken maar dat we dat zullen doen. Zo vaak mogelijk. Mede daarom ook deze blog.
Terug naar onze samenkomst, vorige week vrijdag. Na de hartelijke begroetingen over en weer – we zien elkaar allemaal niet elke dag, maar de band is daarom niet minder hecht – kon het eerste drankje worden besteld. 'Doet u ons – hoe kan het ook anders – maar een beugel'. Het was een fraai gezicht om op het terras naast de historische slottoren, waarin het café is gevestigd, al die karakteristieke flessen op de tafels te zien staan. Zeker weerspiegeld in de glanzende en met groene linten versierde 'Cup met de kleine oren'. En nog mooier: dat alles kleurde prachtig bij de kampioenjassen die even later werden uitgereikt.
Groen. Ik heb het even opgezocht op Wikipedia en die duidt groen als 'een secundaire kleur bij de subtractieve kleurmenging'. En groen is ook 'de complementaire kleur aan magenta'. Dat weten we dan ook weer. Als tekstschrijver ben ik natuurlijk vooral benieuwd naar de betekenis van groen in de taal. Daarom een kleine greep uit de uitdrukkingen op Wikipedia:

- 'Een groentje zijn': voor ons iets minder toepasselijk als enige selectie die alle zestien edities van het Gladiolentoernooi heeft meegemaakt;
- 'Groen zien van jaloezie': dat hebben we inderdaad vijftien jaar lang gedaan;
- 'Het gras aan de overzijde is altijd groener': ik moet eerlijk toegeven dat ons dat in al onze tevredenheid vanaf de platte schuit tijdens de kampioensvaart niet echt is opgevallen.

Als ruwe bolsters hebben wij ook zo onze blanke pit, daarom wil ik tot slot nog even stil staan bij de gevoelswaarde van groen. Wikipedia meldt hierover: 'Groen is de kleur van de hoop en de vrede'. Onze hoop is uitgekomen en dat geeft ons inderdaad veel vrede. Verder heeft groen 'een associatie met fris en vers.' Dat laatste raakte naarmate de huldiging vorderde - mede door of dankzij de beugels - steeds verder bezijden de waarheid. Neemt niet weg dat we er in Hollandscheveld 2012 natuurlijk weer staan, fris en hoopvol. Voor ons is het geen Oranje, maar Groen boven!

Geh nicht in die Stadt (heut Nacht)

Vrijdag 23 september - Voor het jubileumfeest van ons huisje in de Eifel, op vrijdag 30 september in café Ger(many) in Haarlem, ben ik al weken bezig Duitstalige muziek te selecteren. Immer wieder Sonntags, Rote Rosen, Santa Maria, Ein Mädchen für immer… Laten we het er op houden dat ik niet bijster onder de indruk ben van ‘De 40 bekendste Duitse liedjes’, zoals de dubbel-cd beloofde die ik van de bieb had geleend.
Maar er zijn uitzonderingen. Na al die jaren heb ik nog steeds een zwak voor NENA, Wir Sind Helden vind ik écht leuk en Herbert Grönemeijer bij vlagen ontroerend. En zo kan ik links en rechts nog wel wat mooie Duitstalige nummers bij elkaar scharrelen, met Geh nicht in die Stadt (Heut Nacht) van Juliane Werding als mijn all time German favorit.
Waarom? Vooral vanwege de tekst. In prachtig Duits, met afgemeten zinnen, probeert een meisje haar ontslagen en besodemieterde vriend er van te weerhouden om naar de stad te gaan om wraak te nemen.

Das Geld
das uns fehlt
du willst es noch heut'
du hast deine Waffe dabei
du willst etwas tun
was uns befreit
doch Unrecht macht nicht frei.

Vooral de even wanhopige als nuchtere constatering ‘du hast deine Waffe dabei’ vind ik prachtig. Ik wilde er nog aan toevoegen dat de piepjonge Juliane Werding tot mijn grote vreugde in de geplaybackte versies op YouTube met grote angstogen in de camera kijkt, zich in haar slobbertrui angstig vastklampend aan haar akoestische gitaar, maar die vlieger gaat niet helemaal op: Wikipedia leert dat ze al bijna dertig was toen ze in 1984 met Geh nicht in die Stadt (heut Nacht) haar grootste hit had in Nederland.

Hooligans

Zondag 18 september - Voetbalsupporters hebben niet bepaald een goede naam. Ze zijn agressief, grof en ongemanierd. Het zal deels waar zijn, maar woensdag zag ik opnieuw ook die andere kant. Met de overbuurvrouw – die een Ajax-seizoenskaart heeft – was Vak 126 zoals gewoonlijk onze bestemming. Het is de vaste stek van de vroegere F-side. Inmiddels zijn de mannen enkele jaartjes ouder en een stukkie bedaarder. Toegegeven, het merendeel voldoet nog steeds niet aan het profiel van ideale schoonzoon, maar toch…
Door een samenloop van omstandigheden was er afgelopen woensdag plotseling een kaart over, waardoor ik uiteindelijk niet alleen met zoonlief, maar ook met zijn vriendje naar de ArenA afreisde. Zij allebei gehuld in een Ajax-shirt, stonden we met zijn vieren ruim een kwartier in de rij voor de toegangspoorten. Hoewel het best dringen was, zorgde iedereen ervoor dat de jochies zorgeloos door konden schuifelen. Toen het vriendje op de trap naar boven ineens toch nog even zijn losse veter wilde strikken, grijnsde een potige kerel dat hij daar buiten toch "echt alle tijd voor had gekreguh…"
Amper twee stappen in Vak 126 kregen we al het genereuze aanbod voor een plek vooraan in het vak, zodat de jonge fans het beste zicht op het veld zouden hebben. De buuf heeft zo haar vaste rituelen, dus uit bijgeloof sloegen we die geste beleefd af. In Vak 126 is het niet gebruikelijk om te gaan zitten. Voor de jochies zijn de klapstoeltjes daarom een prima opstapje om over de toeschouwers heen te kunnen kijken. Toen de vlaggetjes voor de sfeervolle ouverture niet meer op hun stoelen lagen, kregen ze die spontaan van meerdere kanten aangereikt. Nadat ik vergeefs had geprobeerd om ons met een camera in mijn vooruitgestoken hand in één beeld te vangen, bood een supporter aan het portret te maken (zie het resultaat boven deze blog).
Vanaf het eerste fluitsignaal barstten de liederen los. Uit volle borst en fanatiek klappend zongen de jochies mee met ‘Dit is mijn club, mijn ideaal…’ en ‘Hee Amsterdam, ze zeggen dat je bent veranderd. Hee Amsterdam, je kan geen goed meer doen…’. De prille hartstocht vertederde de stoere manschappen om hen heen, getuige de glimlachen, grapjes, schouderklopjes en aaien over de bol. Het jonge duo had er in één klap een horde leuke ooms bij. Het wedstrijdverloop viel een beetje tegen, maar dat deerde de jochies niet. Toen Vak 126 in de slotfase toch iets minder uitbundig werd, tikte de ‘gelegenheidsfotograaf ’ de jochies op de schouders. “Kom op hooligans, ik hoor jullie niet meer!”
Na het laatste fluitsignaal liepen mijn zoon en zijn vriendje opgetogen mee in de supportersstroom naar buiten. Begrijpelijk. Ze waren op een avond één Champions League-punt, achttien vlaggetjes (“bijna genoeg voor de hele klas”) en een horde leuke ooms rijker.
'Hee Amsterdam, je kan (bij ons) geen fout meer doen…’

Bejaardenvoetbal

Vrijdag 16 september - Mijn zoon Jeen (10) speelt in E1 van de Haarlemse voetbalvereniging Schoten, is hartstochtelijk fan van AZ en leest de jaarlijkse seizoengids van VI werkelijk van kaft tot kaft. In scherp contrast met die onvoorwaardelijke voetballiefde, staat zijn belangstelling voor mijn activiteiten op voetbalgebied. Vorig jaar scoorde ik 25 keer, wat niet slecht is voor een aanvallende middenvelder, vind ik, maar al te veel enthousiasme vermocht dat aantal niet bij hem los te maken. ‘Bejaardenvoetbal’, schamperde hij wel eens, als ik op zaterdagavond zo terloops mogelijk meedeelde dat ik die dag weer een of twee keer had gescoord.
Of dat gebrek aan belangstelling dan wel respect ( ) voor mijn ruim 35 jaar lange aanwezigheid op de voetbalvelden een teken des tijds is weet ik niet: de sportieve activiteiten van mijn vader (korfbal!) behoorden allang tot het grijze verleden toen ik zelf tien was, dus daar kan ik het niet mee vergelijken.
Wat me brengt bij de schok die ik afgelopen zaterdag na de eerste competitiewedstrijd (Bloemendaal - Olympia Haarlem: 2-3) kreeg toen ik hoorde dat mijn team sinds dit jaar is ingedeeld in de categorie ‘veteranen 45+’. Zelf ben ik 44 dus dat betekent dat ik dit seizoen dispensatiespeler ben. Voor de laatste keer in mijn voetballeven. Daarna resten slechts berusting en aftakeling.
45+.
Thuis gaf ik de geraniums water, deed m’n pantoffels aan, schonk een kelkje citroenbrandewijn in, liet me kreunend op de bank zakken en tastte naar de afstandsbediening.
Bejaardenvoetbal.

Kampioenenbal

Dinsdag 13 september - Ik zit op de bank Barcelona – Milan te kijken. Het kampioenenbal is weer begonnen. Morgen mag ik er zelf naartoe. Mijn overbuurvrouw – een fanatieke Ajacied – heeft voor het tweede opeenvolgende jaar een passe-partout geregeld. Hoewel Ajax – Olympique Lyon natuurlijk niet een beter affiche is dan de door Studio Sport uitverkozen openingswedstrijd van de Champions League (maar welke wedstrijd is dat wel?), heb ik er nog vele malen meer zin in.
De Ajax-tweetmachine meldde vanmiddag dat de vrijwilligers de vlaggetjes al weer klaar hebben gelegd op de stoeltjes. Het gezwaai op de maat van de dreunende muziek, het gezang, het schudden van het beton… Vorig seizoen maakte de kolkende sfeer in de ArenA – dat volgens verwarde critici geen echt voetbalstadion zou zijn – een onuitwisbare indruk op me. Net als op mijn zoon. Hij weet het nog niet (en leest mijn blog vast ook niet voor die tijd), maar hij mag morgen weer mee. Mijn overbuurvrouw had voor deze keer nog één kaartje over.
Misschien kijk ik daar nog wel het meest naar uit, zijn gezichtsuitdrukking als ik hem de verrassing zo nonchalant mogelijk vertel. Of om de voorpret in de trein en de metro naar de ArenA Boulevard. En om hem enthousiast de warming-up en de wedstrijd te zien volgen en vooral ook om hem het randgebeuren op te zien zuigen.
Het losse kaartje kocht ik voor een sympathieke prijs, maar om met de reclame van een kredietverstrekker te spreken, 'sommige dingen zijn onbetaalbaar…'.

Witgrijze rotvogel

Vrijdag 9 september - ‘Vroege Vogels’ vind ik een heerlijk radioprogramma om zondagochtend bij wakker te worden, zeker als het de avond ervoor een beetje laat is geworden – om het zo maar eens eufemistisch uit te drukken. Als mensen iets bijzonders hebben gezien of gehoord op het gebied van flora en fauna kunnen ze dat doorbellen en al die waarnemingen worden verzameld in een rubriek, waarvan ik de naam even kwijt ben. Het mooist zijn de bellers die er onmiskenbaar op uit zijn om te laten horen dat ze er én warmpjes bijzitten én veel verstand van natuur hebben. “Van den Briesbroek-Heeremans uit Baarle-Nassau. Aan het begin van de avond ontdekte ik in een gevlekte beuk, achterin mijn twintig meter diepe tuin, twee bonte knaagkevers. Dat is opmerkelijk, want zo vroeg in het seizoen tref je in Zuid-Nederland doorgaans alleen de vale knaagkever aan.”
Ik weet niet of ik het durf, maar het lijkt me fantastisch om zelf ook eens naar ‘Vroege Vogels’ te bellen. “Ja, Cees de Geus uit Haarlem hier. Zit ik vanmorgen op m’n balkon net aan m’n eerste biertje, word ik me daar toch op m’n kop gescheten door zo’n grote witgrijze rotvogel met een oranje snavel en van die gemene kraaloogjes! Er kwam ook een beetje in m’n rechteroog en dat spul brandt verschrikkelijk. Nou, dat was het, dat wou ik effe doorgeven.”

Vakantiegevoel

Dinsdag 6 september - De vakantie zit er echt op. Hoewel ik best zin had om na drie weken Zweden, weer aan de slag te gaan, blijft het lastig om echt op te starten. De mailbak zit vol met berichten van klanten die de status van een opdracht willen weten, er ligt ook de nodige papieren post, vooral veel rekening, maar ook gelukkig ook een geboortekaartje van mijn oud-voetbalmaatje (gefeliciteerd Vincent en uiteraard ook Marleen met jullie dochter!), er liggen uren opnamemateriaal en aantekeningen van interviews klaar om te worden uitgewerkt en zijn er ook alweer vele nieuwe afspraken die moeten worden ingepland.
Heel gek, ik kan echt weken naar een vakantie toeleven, maar na afloop is het vakantiegevoel vaak alweer binnen een dag voorbij. Om niet helemaal te verzanden in het werk, ga ik de komende weken ‘s avonds aan de gang met onze vakantiefoto’s. Puur voor de ontspanning de mooiste digitale plaatjes van meren, eilandjes, strandjes, maar ook kastelen, paleizen en musea selecteren, bijsnijden en een plek geven in een fotoalbum. Het klinkt misschien heel suf, maar daar geniet ik van. En zo komt zo af en toe het gevoel nog een beetje terug van die vakantie die er toch echt op zit.

Drie keer niks

Zondag 4 september - Deze foto heb ik op maandag 22 augustus 2011 gemaakt, tijdens een dagje aan de Veerplas in Haarlem-Oost met Leah en Jeen. Het is een leuke, vrolijke foto, vind ik, die over een jaar of tien, twintig, als ik ‘m terugzie, vast veel prettige herinneringen zal losmaken. Eén ding zal ik dan zeker niet denken: oh ja, 2011, dat was dat jaar met die belabberd slechte zomer.
Want dat ben ik dan allang vergeten. Zo gaat het met het weer: je hebt er iedere dag mee te maken en soms is het een factor van betekenis, maar het maakt geen emoties los die beklijven. Althans niet bij mij: ik weet nu al niet meer hoe de zomer van 2009 was, of de winter van 2008.
In het verlengde daarvan zal ik me over een paar jaar al niet meer voor de geest kunnen halen of de zomer van 2011 nou goed, slecht of zozo was. Gelukkig maar, want ook van u hoef ik er vast niet omheen te draaien: de zomer van 2011 was in Nederland natuurlijk drie keer niks. Zozeer drie keer niks zelfs dat ik er drie weken voor het officiële einde van de zomer, op 21 september, al in de verleden tijd over schrijf. Dat doe ik achter mijn laptop, in mijn zonovergoten tuin, bij een graadje of 25, maar vanaf overmorgen schijnt het weer baggerweer te worden en die paar mooie dagen bij het sluiten van de markt voelen aan als een druppel op een gloeiende plaat. To little, to late en over tien, twintig jaar zal het allemaal zijn verzonken in de brij van 50, 60 zomers op rij die dan samen met al die andere jaargetijden mijn leven so far zullen vormen.
Gelukkig heb ik dan de foto’s nog.

Cadeautje

Maandag 29 augustus - Op de fiets, op weg naar kantoor, stuwde mijn IPod onlangs heerlijke muzikale klanken van achtereenvolgens John Mellencamp, Keane en The Waterboys door mijn koptelefoon. Wat een supertrio. Laatstgenoemde band betrof een live-versie van The Whole of the Moon. Ik heb het er zelf op gezet, maar toch voelde het als een cadeautje. En dan bedoel ik niet ‘een sigaar uit eigen doos’.
Ik betrap me er wel vaker op dat blij verrast te zijn, als er spontaan een lang niet gehoord nummer voorbij komt, als mijn draagbare Apple-jukeboxje in de favoriete shuffle-stand staat. Het is nog net niet zo mooi als een nummer van mijn favoriete band Buffalo Tom op de radio, maar het komt wel aardig in de buurt.
The Whole of the Moon reken ik zeker ook tot de hors-categorie. Niet voor niets stond het nummer in onze ‘Bedrijven Top 5’, opgesteld ter gelegenheid van het 12,5-jarig jubileum van De Geus & Hartman. Gerard Ekdom pikte hem er destijds uit voor de Arbeidsvitaminen. Het radiofragment was nog een tijd lang op onze site te beluisteren, totdat we door een kennis werden geattendeerd op de gepeperde factuur die we van BumaStemra konden verwachten voor het publiek gebruik van dergelijk geluidsmateriaal. Dat konden we ons niet permitteren. Eigenlijk heel jammer, want de introductie door de Avro-DJ van ons als de 'Bazen van de dag' en de eerste gitaartonen van The Waterboys bezorgden me elke keer weer kippenvel. Net als laatst dus, op mijn fietsie richting kantoor...

Gat in de markt (3)

Maandag 22 augustus - Haarlem (Reutel) – Een bescheiden bijdrage aan de woningnood in de Metropoolregio Amsterdam. Zo omschrijft makelaar-taxateur Cees de Geus (44) van De Geus & Hartman Makelaardij in Haarlem het plan om de leegstaande, dichtgetimmerde winkelruimten van onbemande tankstations als woonruimte te gaan verhuren. “Ook binnen de bebouwde kom zijn veel tankstations de afgelopen jaren omgebouwd van ‘bemand’ naar ‘onbemand’,” legt hij enthousiast uit. “De winkelruimte verliest daardoor zijn functie en wordt doorgaans dichtgetimmerd door de exploitant. Pure kapitaalvernietiging, want met een bruto oppervlak van zo’n 35 m2 zijn het prima woonruimten. Voor starters, maar ook voor studenten. Eén van de USP’s is natuurlijk de bereikbaarheid. Tankstations zijn immers per definitie goed bereikbaar!”
Volgens de goedlachse De Geus zijn de ‘tankwoningen’, zoals hij ze heeft gedoopt, bij uitstek geschikt voor luidruchtige doelgroepen, zoals studenten en asociale families waar woningcorporaties vaak mee in hun maag zitten. “In een tankwoning mogen ze zoveel herrie maken als ze willen! Geen hond die er last van heeft!”
In de Metropoolregio Amsterdam exploiteert de inventieve makelaar-taxateur inmiddels 45 tankwoningen. De belangstelling is volgens hem enorm. “Sinds vorige week hebben we een wachtlijst.” Afhankelijk van het precieze woonoppervlak varieert de huurprijs van 300 tot 350 euro per maand.

Sorry

Dinsdag 16 augustus - 'Elke week twee verse blogs'. Ik heb al vaker naar die belofte verwezen... Het klinkt zo duidelijk. Dat is het ook, maar simpel is iets anders. Want wat te doen als de webhost er in de zomervakantie ook even tussenuit wil? Ik hoor u denken: ‘dan schrijf je toch wat blogs van te voren…’. We zijn er mee aan de slag gegaan en komen ook een heel eind. Maar in onze poging de actuele en tijdloze blogs een beetje af te wisselen, lopen we vast in laatste week van de zomervakantie. Door dit tijdig te melden hopen we onze vaste blog-volgers tevreden te stemmen. Als tegenprestatie beloven we de achterstallige blogs in september zo snel mogelijk in te halen. Als extra handreiking mag u (actuele) onderwerpen aanreiken, die u graag eens door ons nader belicht zou willen zien. Hopelijk zijn de rellen in Londen en het kelderen van de beurskoersen dan al lang weer vergeten…

Groot kind

Donderdag 11 augustus - “Pap, zou jij Pantelic verkopen als je coach van Ajax was?” Mijn zoon kijkt me vragend aan. Ik kan zijn ogen maar net zien, zo boven de laptop uit, turend naar het scherm. We zitten samen op kantoor aan de Jansstraat. Hij speelt Football Manager 2010. Een tic die hij heeft overgenomen van zijn vader. Ik ben d’r namelijk ook verzot op. Sommige weken speel ik het bijna dagelijks wel een paar uur. Niet op kantoor hoor, maar thuis. 's-Avonds lekker languit op de bank, laptop op schoot en met een schuin oog de televisie nog een beetje volgend.
Na mijn debuut als trainer-coach bij Ajax en een korte overstap naar AC Milan ben ik tegenwoordig virtueel de hoofdverantwoordelijke bij Juventus. Ik heb in mijn eerste seizoen onder andere Huntelaar, Van der Vaart, Van der Wiel, Siem de Jong en Xabi Alonso naar Turijn gehaald en de club na mijn aantreden van plaats twaalf alsnog naar de Euro League geloodst. In de Serie A staan we na vier wedstrijden op plek…
Ach, ik houd al op. Ik merk het, u dwaalt al af. Ik ben het niet anders gewend. Een gebalde vuist na een doelpunt van Klaas-Jan, levert me thuis een meewarig hoofdschudden op of een schamper: “Zit je weer lekker een spelletje te doen…?” Net als bij Demarrage 2.0 is er weinig begrip voor de vreugde van het spel. Deze zomer ben ik 43 geworden. In het ergste geval vindt u me een groot kind. Geeft helemaal niks. Immers: de jeugd heeft de toekomst. De jongste hoop zit nu recht tegenover me. “Pap, ik heb Pantelic toch maar aangeboden bij andere clubs...”
Heerlijk, hij heeft er nog kijk op ook!

Stellige overtuiging (1)

Dinsdag 9 augustus - Met een heel vreemde rode bult op mijn linker middelvinger als grootste curiositeit, zit ik onder de jeukende souvenirs van stekende mieren, muggen, spinnen en allerlei andere ondefinieerbare insecten. Ik ben bekaf, omdat ik een week lang drie keer per nacht het tergend langzaam leeglopende luchtbed in de tent op moest pompen. En de spieren in mijn linkerenkel voelen nog steeds aan als staalkabels - een tastbare herinnering aan de keren dat ik middenin de nacht wakker schoot, uit m’n slaap gerukt door plotse kramp, stotterend van pijn, klauwend naar m’n linkervoet, slechts van de ijskoude Veluwse bodem gescheiden door het bodemzeil van de tent en het leeggelopen luchtbed…
U begrijpt het al: m’n vakantie zit er weer op. Op de foto ziet u Leah en Jeen, m’n kinderen, terwijl ze in de felle ochtendzon aan het spelen zijn op hun Nintendo DS, ten teken dat zij het óók heel leuk hebben gehad. En hoewel m’n zomervakantie door omstandigheden dit jaar maar een week lang was, ben ik ook dit jaar weer in Haarlem teruggekeerd met De Stellige Overtuiging Dat Het In Ieder Geval Op Eén Punt Helemaal Anders Moet. Da’s vaste prik bij mij: het huis waar ik nu in woon, m’n kat, m’n roman en meerdere kortstondige relaties kan ik direct linken aan wekenlange vakanties in landen als Frankrijk, Schotland en Duitsland.
Hoe zo’n idee ontstaat en vervolgens steeds vastere vorm aanneemt, tot het niet meer is weg te denken, weet ik ook ditmaal niet maar feit is dat ik zeker was van mijn zaak toen ik achter het stuur van mijn auto eindelijk weer de contouren van de Grote of Sint Bavo Kerk aan de horizon zag opdoemen: het was absoluut waanzin om me nog langer afzijdig te houden van Twitter! Volharden in mijn stugge aversie tegen dat realtime informatienetwerk zou neerkomen op een soort langzame social suicide! Nog even en ik telde helemáál niet meer mee in dat hippe bedrijfsverzamelgebouw vol snelle, trendy zzp’ers die de hele dag aan het tweeten en retweeten zijn. En als ze dat toevallig even niet doen práten ze op nonchalante toon over de tweets en retweets die ze net hebben verstuurd of zo gaan versturen. Tot voor kort was de kunst daarbij om zo vaak mogelijk terloops het woord hashtag te laten vallen. (Werken ondertussen ho maar, maar dat zal mijn ouderwetse inslag wel zijn.)
Wat nu?
Hoe maak ik een Twitter-account? Noem je dat eigenlijk wel zo? Wat is een hashtag? Wat ga ik twitteren? En wie ga ik volgen?
Bert!
Ik begin met Bert!
Is hij al terug uit Groningen?
Daar heeft-ie vast over getwitterd.
Maar hoe kom ik daar achter?

(Wordt vervolgd)

In therapie

Vrijdag 5 augustus - Iedere week twee verse blogs. Het staat letterlijk te lezen op onze startpagina. Het is nu vrijdagmiddag iets na half vijf. Mijn zoon leer ik: wat je belooft, moet je ook doen. Daarom zo vlak voor het weekend een korte overpeinzing. Wat heeft me deze week geraakt? De doodse stilte op de Jansstraat heb ik al behandeld.
Verder dan? Mijn compagnon sprak tientallen weken - en daarmee dus minimaal het dubbele aantal blogs geleden - nog over de grappige sitcom The Big Bang Theory. Eigenlijk helemaal geen gek idee om televisie als onderwerp te kiezen. Aangezien mijn zoon deze week bij mijn ouders in Elim logeert, kon ik elke dag wat langer doorwerken (in dat stille kantoor) en heb ik ’s avonds na een snelle hap alleen nog maar de puf om wat voor de buis te hangen. Mijn vrouw draait deze dagen ook flink overuren, waardoor ik al vlot wat in mijn eentje lig te zappen. Tot kwart voor elf - dat is de laatste tijd vaste prik - dan staat de televisie op Nederland 2 voor een half uur weergaloze televisie. Het is jaargang twee, met een (zo mogelijk) nog beter acterende Peter Blok als therapeut Jonathan Franke, dan zijn voorganger Jacob Derwig als de geschorste therapeut Paul Westervoort. De laatst schuift deze reeks elke maandag als ‘patiënt’ op de sofa. Ik geniet met volle teugen van het magistrale acteerwerk, maar vooral van de scherpe, levensechte dialogen.
Om de slopende laatste werkdagen voor mijn vakantie door te komen is dat mijn ideale therapie.

Rust

Dinsdag 2 augustus - Eenzaam en alleen zit ik te zwoegen in ons kantoor aan de Jansstraat. Eigenlijk is het nu meer ‘mijn’ kantoor. De Dopper is door expansiedrift naar de begane grond verhuisd, mijn collega’s Heleen Ronner, Evelien van der Zaken en mijn compagnon Cees de Geus genieten van een welverdiende vakantie, die ik zelf gelukkig nog in het verschiet heb. Voor het zover is, werk ik stug door aan artikelen voor de magazines ‘Metropoolregio Amsterdam wordt anders’ en ‘Sportief Groningen’.
De ‘eenzame’ werkplek heeft als voordeel dat ik niet wordt afgeleid. En ook dat ik de volumeknop een flinke zwieperd kan geven als op KinkFM weer eens een mooi nummer voorbij komt. Voor de rest vind ik het maar saai. Ook de mailbak en mijn mobiele telefoon geven amper nog sjoege.
Over anderhalve week ga ik met het gezin naar Zweden, het land van groen, ruimte en rust. Kenmerken waar veel burgers in de Metropoolregio naar snakken. Als het er hier aan de Jansstraat de komende dagen niet iets levendiger aan toegaat, dan heb ik Zweden voor de rust niet meer nodig.

Demarrage 2.0

Woensdag 27 juli - Aanstaande vrijdag – nog geen week na de slotetappe in de Tour de France – barst opnieuw een wielerspektakel los. Niks geen criterium of kermiskoers, maar een heuse ronde: om precies te zijn de Tour du Laïc, vernoemd naar het pittoreske dorp Leek. Maar met beeldig, schilderachtig, laat staan liefelijk (de synoniemen voor pittoresk) heeft deze wielerronde niks te maken. Het is een strijd met het mes op tafel… Figuurlijk welteverstaan, tenminste wat betreft dat mes. Samen met mijn twee vaste spelkameraden vechten we aan de keukentafel om elke centimeter op het speelbord. Onze naasten weten inmiddels wat dat inhoudt, de rest begrijpt er niks van. En daar hebben wij op onze beurt alle begrip voor…
Inderdaad gooien we - volledig vrijwillig - urenlang om en om met drie dobbelstenen en verplaatsen steeds nauwkeurig onze vijf 'pionnen' over de vakjes. Dit keer is het zelfs dagenlang, want we zijn aanbeland bij de tiende editie, oftewel een jubileum, oftewel alle reden voor iets extra’s. Een excuus om lekker wat extra speeltijd te reserveren is snel gevonden.
'Wat is daar nou leuk aan?' We hebben die vraag alledrie al regelmatig moeten beantwoorden. En eigenlijk weten we zelf ook niet precies wat het is. Waardoor veranderen die door Jan van Haasteren getekende kartonnen poppetjes na de eerste worpen ineens in echte renners, elk met een eigen karakter? Het is sterker dan ons, er is geen houden aan! Op de groene speelvakjes (kasseienstrook) voelen we het stuur als het ware in onze handen trillen, op de rode vakjes (beklimming) vloeit het zuur in onze benen, terwijl de frustratie toeneemt als we als een 'natte wind' tijd verliezen op de gele vakjes (afdaling).
We zijn de spellenfabrikant Jumbo eeuwig dankbaar voor de uitgave van Demarrage. Daarmee is de basis gelegd voor onze aparte, maar zo geliefde hobby. Met een reeks aanvullende spelregels en een uitgebreid Excel-bestand vol formules, bootsen we zo realistisch mogelijk een 'echte' ronde na. Met de introductie van tussensprints, bergpunten, een ploegentijdrit en allerlei bijbehorende truien, wanen we ons voor even echte ploegleiders.
Ooit speelde ik met mijn compagnon Cees de Geus op het hoofdkantoor van Jumbo in Amsterdam een zelf bedacht bordspel, waarbij de spelers een krant runden en steeds keuzes moesten maken om journalisten al dan niet op gebeurtenissen af te sturen. De spelontwikkelaar (ik weet ruim vijftien jaar later zelfs zijn naam nog...) was enthousiast over het basisidee, maar gaf me het huiswerk mee om de regels te vereenvoudigen, het aantal spelattributen fors te verlagen en tegelijk het spelconcept verder aan te scherpen. Misplaatst gekrenkt heb ik dat toen niet gedaan. Ik heb spijt van die gemiste kans, maar daag hem bij deze uit: Ben Leijten, mocht u interesse hebben in een doorwrochte spelvariant, laat het ons weten! Of nog beter: kom kijken aanstaand weekend. Demarrage 2.0 staat garant voor urenlang spelplezier. Dat bewijs wordt in Leek absoluut weer geleverd!

Gat in de markt (2)

Maandag 25 juli - Haarlem (Reutel) – Het moeten de culturele hotspotjes van Nederland worden: de leegstaande, dichtgetimmerde winkelruimten van onbemande tankstations. “Hier gebeurt het allemaal,” lacht Cees de Geus (44), terwijl hij, de armen gespreid, een luchtsprongetje maakt tussen enkele pompunits van een onbemand tankstation aan de Europaweg in Haarlem. “Ook binnen de bebouwde kom zijn veel tankstations de afgelopen jaren omgebouwd van ‘bemand’ naar ‘onbemand’. De winkelruimte verliest daardoor zijn functie en wordt doorgaans dichtgetimmerd door de exploitant. Wij breken de boel weer open! Barretje erin, een klein podium en gaan met die banaan! Speulen!!!” De meeste winkelruimten van onbemande tankstations hebben een oppervlak van circa 35 m2. “Maar dat is nou juist de charme,” bezweert De Geus, die zichzelf op zijn visitekaartje omschrijft als ‘begeesterd ondernemer’. “Mensen zijn de grootschaligheid en gehaastheid van podia als het Patronaat, Paradiso en de Oosterpoort zat. Wat is er nou mooier dan na het tanken even een concertje, jamsessie of poëzievoordracht mee te pikken? In een kleine, sfeervol verlichte ruimte, met een mannetje of tien, de nieuwe U2, Herman Brood of Diana Ozon ontdekken! Met een colaatje of een alcoholvrij biertje erbij, want er moet daarna natuurlijk nog wel gereden worden, hahaha!” De Geus exploiteert in Haarlem, Amsterdam en Utrecht inmiddels zestien winkelruimten van onbemande tankstations. De locaties en programma’s zijn te vinden op de site www.bijtanken.nl.

Tour de France

Donderdag 21 juli - De Tour nadert de ontknoping. Tot nu toe vind ik het een van de meest bloedstollende Rondes sinds jaren. Dankzij nos.nl kan ik de wielrenners gelukkig ook op kantoor blijven volgen. Niet dat ik volledige etappes op de livestream bekijk, want dan zou er na half één 's middags geen letter meer op papier komen. Wel switch ik regelmatig naar de NOS-site voor die fantastische Touranimatie, waaruit in één oogopslag de positie van de renners is op te maken. De driftig fietsende poppetjes laten feilloos zien waar alle truien zich bevinden. Nog meer benieuwd ben ik of alle Nederlanders nog in het peloton zitten of liever nog, of er misschien al een paar vooruit rijden. Dat is de eeuwige chauvinist in mij.
Want hoewel de oranje supporter nog niet is verwend met klinkende dagresultaten, mogen we toch trots zijn op 'onze jongens'. ik vind de aanvalsdrift van Niki Terpstra, Bauke Mollema en Maarten Tjallingii hartverwarmend. Dat geldt ook voor het stoere doorzettingsvermogen van Robert Gesink en Johnny Hoogerland, die mede door zware valpartijen hun witte trui en bolletjestrui zijn kwijt geraakt. Vandaag wacht een loodzware Alpenrit. Ik hoop eindelijk op Nederlands dagsucces. Winst op de Galibier zou al het cynisme bij de criticasters doen verstommen...
Nu roept de plicht. Als ik deze blog heb gepubliceerd ga ik gelijk maar weer even wat letters op papier zetten, in dit geval voor de Metropoolregio Amsterdam. Intussen hoop ik vurig op een spontaan verjaardagscadeau van Robert Gesink, Rob Ruijgh of een van die andere Nederlandse helden. Ik weet dat geel teveel is gevraagd. Daarom op mijn verlangslijst: oranje (als eerste) boven!

P.S. Voor ik echt ga tikken, werp ik snel nog even een blik op de Toursite. Zie daar: Tjallingii, Posthuma en jawel Hoogerland zitten in een kopgroep van zestien. En ze hebben al bijna vijf minuten voorsprong. Zou het dan eindelijk...?

Gat in de markt (1)

Woensdag 20 juli - Haarlem (Reutel) – In samenwerking met de korpsen Amsterdam-Amstelland en Kennemerland heeft de Rijksrecherche in de nacht van maandag op dinsdag een landelijk opererende drugsbende opgerold. In totaal werden twaalf mensen gearresteerd. De criminele organisatie hield zich vooral bezig met de teelt van cannabis. Dat gebeurde op een bijzondere locatie: in de leegstaande, dichtgetimmerde winkelruimten van onbemande tankstations. Verspreid door heel Nederland zijn tot dusver 68 hennepplantages met een gemiddeld oppervlak van 35 m2 ontdekt en ontmanteld. De cannabisplanten worden vernietigd.
In alle gevallen gaat het om tankstations die de afgelopen jaren zijn omgebouwd van ‘bemand’ naar ‘onbemand’. De winkelruimte verliest daardoor zijn functie en wordt doorgaans dichtgetimmerd door de exploitant. Hoe de politie de bende op het spoor is gekomen, is niet bekend. Onder de twaalf arrestanten bevindt zich de 44-jarige Cees de G. (44) uit Haarlem. De politie vermoedt dat hij het brein achter de bende is.

Poelpolder

Zondag 17 juli - Sommige dingen verzin je niet. Iedere gek heeft z’n gebrek en één van mijn eigenaardigheden is dat ik het heerlijk vind om hard te lopen als het blafheet is. Op vakantie in Duitsland of Frankrijk, als het een graad of 25 à 30 is en er geen zuchtje wind staat… zalig! Ook in Nederland krijgt m’n vaste rondje van zestien kilometer rond Schalkwijk een extra dimensie als mijn doorgaans toch redelijk op hun taak berekende wenkbrauwen het verder wel best vinden en het zweet al ergens halverwege m’n ogen binnen begin te sijpelen.
Vorige week was het weer eens zover en plotseling realiseerde ik me wat ik vooral zo verrukkelijk vind aan hardlopen bij warm weer, in Duitsland en Frankrijk en de laatste jaren ook in Nederland.
Krekels.
Of beter gezegd: het hypnotiserende geluid dat ze produceren. Ik heb Wikipedia er later op nageslagen: het zijn meestal de mannetjes die tsjilpen, door te striduleren (oftewel met de vleugels langs elkaar te strijken) en het soort dat ik hoor tijdens het hardlopen is vrijwel zeker de veldkrekel.
Dat wist ik allemaal nog niet toen ik daar op dat fietspad in de mooie Poelpolder genoot van het vibrerende geluid. Het getsjilp. Ik wiste het zweet van mijn voorhoofd, dacht aan krekels en het aangename vakantiegevoel dat ze me nog steeds geven, hun opmars in Nederland ten spijt, ging in gedachten terug naar memorabele, door tsjilpende krekels omlijste hardloopsessies in de Vogezen, de Auvergne en de Ardèche, vroeg me af of er een blog in zou zitten, keek om die reden voor de eerste keer in mijn leven naar het straatnaambord langs het fietspad en schoot van verbazing in de lach.
Een paar dagen later ben ik op de fiets gestapt om de foto te maken die bij deze blog is geplaatst.
Zoals ik al zei: sommige dingen verzin je niet.

Commercieel

Vrijdag 15 juli - Ik heb het eerst even laten bezinken: Rock Werchter 2011. Te vlot na de euforie over zo’n intens evenement bestaat het gevaar alle opgedane indrukken te overdrijven en beoordelingen te hoog in te schalen. De dagen daarna slaat (althans bij mij) de vermoeidheid toe, met enige relativering als gevolg en een te negatief bijgestelde opinie.
Nu, bijna twee weken later, kan ik weer vertrouwen op mijn nuchtere en zuivere inzicht. En dan kan ik maar tot één conclusie komen: Rock Werchter 2011 was mijn mooiste festival tot nu toe. De kritiek van al die cultureel verantwoorde recensenten, zal ongetwijfeld luiden: te glad, teveel gitaar en te commercieel. Maar laat ik daar nu net zo van houden.
De afgelopen dagen heb ik, tussen de bedrijven door, mijn eigen concertladder al wikkend en wegend nog maar weer eens opnieuw gerangschikt. Die subjectieve lijst met live-optredens onderstreept mijn algehele indruk. Maar liefst drie #RW11-acts staan er in de top 20, waarvan één zelfs in de top 3. En ja, alledrie waren ze heerlijk glad en doorspekt met eindeloze gitaarlijnen...
Het #RW11-ticket was mijn geld dubbel en dwars waard. Geloof me, dat oordeel kun je wel overlaten aan een commerciële muziekliefhebber als ik.

Groningen

Maandag 11 juli - Ik zit in de trein naar Groningen voor een reeks interviews voor het magazine Sportief Groningen. Vorige week rond deze tijd zat, of eigenlijk hing ik in de auto bij ‘mijn vrienden van de pers’, op de terugweg van Rock Werchter. Een wereld van verschil. Vooral qua gemoedstoestand. Zeven dagen geleden nog katerig (van het spontane, maar o zo onbegrijpelijke collectieve besluit om het op de slotdag voor de verandering eens te proberen met witte wijn; nota bene op een rockfestival!) en nu me fris en fruitig voorbereidend op de gesprekken over het provinciale sportbeleid en de samenwerking tussen de centra voor Topsport & Onderwijs in de noordelijke regio. Hoewel ik Werchter voor geen goud had willen missen, geef ik toch de voorkeur voor deze manier van 'inluiden van een nieuwe werkweek'.
Omdat ik hier morgen nog een interview heb, blijf ik overnachten in het Hoge Noorden. Dus na het laatste interview op het provinciehuis is er volop gelegenheid voor een ontspannend en welverdiend drankje. Een wit wijntje? Dat valt nog te bezien. Wat wel vaststaat: er gaat niets boven Groningen.

Dead Snow

Maandag 4 juli - Wat me bezielde weet ik niet, maar bladerend in de zaterdageditie van Trouw had ik op zondagavond opeens zin om naar de Noorse horrorkomedie ‘Dead Snow’ te kijken. ‘Acht studenten gaan er een weekendje tussenuit in de besneeuwde bergen van Noorwegen,’ heette het in de omschrijving in de tv-filmrubriek op één van de Cultuur & Media-pagina’s. ‘Wanneer ze bij hun huisje aankomen, worden ze door een oude man gewaarschuwd: een SS-regiment zou in de Tweede Wereldoorlog de bergen in zijn gevlucht en daar nog steeds rondwaren.’
Nogmaals, ik weet niet wat me bezielde, ik kijk nooit naar horrorfilms. Laten we het er op houden dat ik in de stemming was om naar de besneeuwde bergen van Noorwegen te kijken.
Toen ik op het aangekondigde tijdstip de televisie aanzette op RTL7, de zender die volgens Trouw op zondagavond nog wel een grijpstuiver meende te kunnen verdienen aan een Noorse horrorkomedie, was daar net ‘Gangland’ begonnen, een realityserie over Amerikaanse bendes. Ik deed de tv haastig uit, want daar heb ik nou dus echt nooit zin in, begon bozig in de krant te bladeren en ja hoor: Trouw zat er weer eens naast. Van de vier besproken films klopten er twee niet. Als chef van de Cultuur & Media-pagina’s zou ik daar heel verdrietig van worden. “Eh…. ja, nee… Dit zijn de films van maandag. Ik had gisteren een half uurtje over en dacht: ik tik ze alvast, dan heb ik dat alvast maar gehad… Ja. Nee. Moet weer iets fout zijn gegaan met opslaan…”
Nog steeds bozig, ik wist alleen niet goed op wie, ben ik ‘Nooit meer slapen’ van W.F. Hermans gaan herlezen. Speelt ook in Noorwegen, maar dat is dan ook de enige overeenkomst met ‘Dead Snow’. Was die horrorkomedie toch nog ergens goed voor.

Rock Werchter

Woensdag 29 juni - Morgen ga ik naar Rock Werchter. En ik ‘heb dur zin an’. Vier dagen alle dagelijkse verplichtingen loslaten om frank en vrij te genieten van de festivalcamping en uiteraard levende muziek. Met recht één groot feest. De dagen ervoor waren – zo mopperde ik al herhaaldelijk op twitter – een stuk minder ongedwongen. Het vrije ondernemerschap is een groot goed, maar niet als je aan vakanties of festivals doet. Die tekstregel is misschien iets te lang voor een spreuk op een tegeltje, maar daarom niet minder waar. Wat moet er elke keer toch eerst een hoop gebeuren voor het vertrek, om niet een onoverzienbare stapel werk te hebben liggen bij terugkomst. Hoewel het er misschien op lijkt, is deze blog geen klaagzang. Het is puur om even mijn hart te luchten. Dat mag toch in een blog?
Het is nu kwart voor elf, ik moet nog een artikel afmaken en het concept doorsturen naar de drie deelnemers, meerdere mails beantwoorden en eerst uiteraard deze blog afronden. Dat laatste is bijna klaar, want ik houd het kort. Ik wil positief afsluiten, want ik besef ook zeker dat het luxe is: zomaar vier dagen alle gelegenheid om te ouwehoeren over muziek, bier en sport (zeker Ajax, maar nu vooral ook de Tour de France) en dat alles nonchalant heen en weer slenterend tussen de Main Stage (Coldplay, The National en Kings of Leon) en de Pyramid Marquee (Fleet Foxes, Brandon Flowers en vooral Jimmy Eat World).
Morgen ga ik naar Rock Werchter. En ik ‘heb dur nog meer zin an’.

#grijns

Zondag 26 juni 2011 - Ik krijg het geregeld te horen of te lezen: heb je het nou nog steeds over het Gladiolentoernooi? Mijn antwoord is steevast bevestigend. Want ik ben er nog lang niet klaar mee. De een vindt het kinderachtig, de ander strontvervelend of niet te volgen. Sommigen handelen daar zelfs naar, door me op Twitter te unfollowen. Ik vind het allemaal prima. Diegenen die zich niet kunnen verplaatsen in de euforie in het Drentse kamp, kunnen maar beter hun heil zoeken elders op het ‘Twitternet’.
Voor de afhaker @Uitmetkind heb ik nog wel een tip voor de activiteitenkalender. Breng volgend jaar mei met de kinderen eens een bezoek aan sportpark ’t Hoge Bos in Hollandscheveld. Daar vindt dan een leuk voetbaltoernooi plaats…
Twitter houdt de gemoederen bij de #gladiolenkampioen lekker bezig. Elke dag krullen mijn mondhoeken wel een keer omhoog, als ik weer een blije tweet lees van een nagenietende Drent. Ik vond Twitter al een heerlijk medium, ondanks de scepsis of zelfs weerstand bij vrienden en bekenden. De liefde is sinds Valkenburg 2011 alleen meer versterkt. Sylvia Witteman vergeleek Twitter met de koffieautomaat op kantoor: dé plek om wat alledaagse wetenswaardigheden uit te wisselen.
Zelf zou ik nog uren feitjes over het laatste Gladiolentoernooi willen opnoemen, wachtend tot de mokken weer gevuld zijn met koffie. Aan de Jansstraat krijg ik begrijpelijkerwijs weinig sjoege. Op Cees na, houdt in ons kantoor niemand van voetbal. En mijn compagnon vindt ook dat er inmiddels genoeg woorden aan het toernooi zijn 'vuil gemaakt'. Zijn belofte om er nog een blog over te schrijven is hij dan ook (nog) niet nagekomen.
De Drentse Twitter-kolonie kan voorlopig nog vrolijk blijven doortweeten. De eretocht door de Singel van Zwolle is geboekt. De groene kampioensjasjes worden deze week besteld. Kortom er valt nog genoeg nieuws te melden over alle mooie gebeurtenissen en ervaringen na Valkenburg 2011. De hashtag #gladiolenkampioen zal ongetwijfeld nog vaak worden gebruikt. #grijns

Loterij

Woensdag 22 juni 2011 - Een jaar of vijftien geleden, ik woonde volgens mij nog in Alkmaar, kreeg ik voor de tweede of derde keer in tien jaar tijd twee gulden ( f 2,- ) overgemaakt op mijn bankrekening. ‘Van harte gefeliciteerd mijnheer De Geus!’ stond er enthousiast bij, als ging het om een miljoen, en dat gaf de doorslag. In het kader van de Bankgiroloterij werd er al tien jaar lang iedere maand een bedrag afgeschreven dat ieder jaar stilzwijgend werd verhoogd tot volgens mij op een gegeven moment wel vijftien gulden.
Met de Bankgiroloterij voorop maakte ik in één woeste, nog behoorlijk bewerkelijke actie een definitief einde aan alle loterijen waar ik op dat moment aan meedeed en deze maand ben ik daar kei- maar dan ook keihard voor gestraft.
Het precieze postcodegebied weet ik niet, maar een groot deel van de Amsterdamse Buurt waar ik in woon heeft in het kader van de Nationale Postcodeloterij een zowel degelijke als kekke fiets gewonnen. Hij is gespoten in de kleuren wit, groen en oranje, heeft een roodwitblauwe snelbinder, oranje handvatten (handvatten!) en een groenzwarte bel en onderscheidt zich verder door een extra bagagedrager aan de voorkant.
De waarheid is dat ik nooit zo’n fiets zou kopen en er op zeker ook nooit op zou fietsen als ik ‘m had gewonnen.
En toch vréét het aan me.
De hele straat is vergeven van die Nationale Postcodeloterijfietsen. In de auto houden Leah, Jeen en ik ons groot door een doorlopend wedstrijdje te doen wie er de meeste ziet. “Daar héb je er weer één.” De stand is inmiddels 5-13-15 (Jeen-Cees-Leah), waarbij moet worden aangetekend dat Jeen meestal achterin zit te lezen. Maar ondertussen prijkt er zowel bij mijn buurvrouw links als bij mijn buren rechts één tegen de gevel. Uitdagend. Jennend. Fonkelnieuw.
Als ik op m’n oude, geelzwarte mountainbike de straat uitfiets krimp ik ineen als ik links en rechts word ingehaald door blozende, glimlachende mensen op Postcodeloterijfietsen.
En dus zit er maar één ding op.
Op Marktplaats blijken 53 Postcodeloterijfietsen te staan. Voor de meesten wordt 200 euro of minder gevraagd, maar als een haas in de ban van een stel verblindende koplampen keer ik telkens weer terug bij de ronkende, onweerstaanbare advertentie van een deelnemer aan de Nationale Postcodeloterij uit Bergambacht: ‘Wie zoekt er nog een splinternieuwe degelijke fiets? We hebben een prachtige fiets van Union waarde 450 euro gewonnen bij de postcodeloterij. Helaas hier overbodig dus mag nu voor een leuk prijsje weg. Eventueel heb ik er 2 dus ook leuk voor moeder/dochter. Stevige degelijke fiets waar weinig aan kapot kan. Ook leuk voor puber met bakkersrekje voorop voor krat kist mand. Leuk ook op te pimpen in je eigen stijl.’
Ik heb ze zojuist allebei gekocht, voor 850 euro (toch 50 euro af weten te dingen!).
Vanaf morgen staan ze tegen mijn voorgevel.
Hoor ik er ook bij.

Ruigoord

Donderdag 16 juni 2011 - Tweede Pinksterdag was bewolkt en regenachtig en opeens, broedend op iets om met Leah en Jeen te ondernemen dat niets van doen had met meubelboulevards, IKEA’s en pretparken, vroeg ik me af of Ruigoord nog bestond.
Een korte zoektocht op internet wees uit dat de roemruchte kunstenaarskolonie niet allang was verzwolgen door de Amsterdamse haven, zoals ik eigenlijk dacht, maar ‘alive and kicking’ is. Sterker nog: de toekomst van de ‘culturele vrijhaven’, zoals Ruigoord zich tegenwoordig afficheert, is dankzij een convenant met de gemeente veilig gesteld en in het Pinksterweekend vond het festival ‘Vurige tongen’ plaats.
We wisten niet hoe snel we er moesten komen.
Het kleurige affiche sprak onder andere van ‘poëzie, muziek, film, kids, cabaret, surrealisme en bâtafysica’ en alleen van dat laatste weet ik niet of het ook niet veel om het lijf had, domweg omdat ik geen idee heb wat het betekent. Misschien was het er wel, in al zijn bâtafysische glorie, maar herkende ik het niet, als eenvoudige, geïndoctrineerde bourgeois zijnde.
Het programma viel dus wat tegen - er werd op Tweede Pinksterdag bijvoorbeeld maar één film vertoond, een mooie (dat wel) documentaire over het Belgische dorpje Doel dat moet wijken voor de haven van Antwerpen - maar Ruigoord zelf zeker niet. Ik was er nog nooit geweest maar het was met al zijn vreemde bouwsels, onbegrijpelijke kunstwerken, kleurige huizen, verwilderd groen en penetrante wietgeur precies zoals ik altijd had gehoopt dat het zou zijn. Net als de kunstenaars, hippies, paradijsvogels, anarchisten en post-punkers die samen de bevolking van Ruigoord vormen.
Ik voed mijn kinderen vast veel te beschermd en conformistisch op, maar toch: afgaande op de reactie van Leah en Jeen gaat er iets bedreigends of toch in ieder geval onberekenbaars uit van zoveel vrijgevochtenheid in kleding, gedrag en uitstraling. Ronddwalend door Ruigoord weken ze geen halve meter van mijn zijde en grepen mijn hand stevig vast als er een in het inktzwart gekleed of anderszins griezelig persoon naderbij kwam. “Waar leven al die mensen van?” fluisterde Leah op een gegeven moment. En Jeen, even later: “Gaan hun kinderen niet naar school?”
Ik mompelde wat politiek correcte antwoorden en probeerde me ondertussen, tussen alle vreemde klanken, geuren en kleuren door, voor te stellen hoe dat onooglijke dorpje met zijn fraaie katholieke kerkje er in 1972 uit had gezien, op een mooie, stille junidag, de dag voor de eerste vrijdenkende krakers met veel kabaal aan de horizon waren verschenen.

Elim

Dinsdag 14 juni 2011 - Ik ben op mijn zesde begonnen met voetballen. Mijn ouders hadden het rode shirt met de witte kraag van Elim al enkele dagen voor mijn eerste training in huis gehaald. Ik weet nog dat ik er het liefst de hele week in wilde rondlopen. Mijn debuut in de gymzaal, op de plek waar tegenwoordig sporthal De Brug staat, kan ik me nog goed herinneren. In het begin nog ietwat nerveus, gingen de oefeningen al snel als vanzelf en we sloten af met het door ons zo geliefde potje kegelvoetbal.
Veel meer nog dan van de wekelijkse training bij 'de club', heb ik geleerd van het eindeloze aantal partijtjes op het grasveld naast de gymzaal en de tuin rond de kleuterschool De Eerste Stap (al mocht dat laatste eigenlijk niet). Net als vele andere Elimse jongens, sleet ik mijn tijd het liefst daar aan de Carstenswijk. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat Elim het ooit schopte tot de Eerste Klasse (in een tijd dat er op zaterdag nog geen Hoofdklasse was, laat staan een Topklasse) met alleen maar jongens uit het eigen dorp, door alle 'trainingsarbeid' die daar is geleverd. De genoemde uitbreiding van de gymzaal ging ten koste van het trapveldje. En ik zie een direct verband met het feit dat de plaatselijke voetbaltrots zich al vlot daarna niet meer kon handhaven in de hoogste regionen van de zaterdagamateurs.
Afgelopen zaterdag betaalden al die partijtjes op het trapveldje en bij de kleuterschool zich alsnog (of nogmaals) uit. In het Zuid-Hollandse Valkenburg nam de door De Geus & Hartman gesponsorde gelegenheidsformatie Drenthe United voor de zestiende keer deel aan het Gladiolentoernooi, met tot dan toe twee verloren finales als beste resultaat. Driekwart van de selectie scoorde ooit naast de gymzaal zijn eerste goal. Een aanzienlijk deel speelde in het eerste elftal van Elim, waarvan sommigen ook in de hoogtijdagen. Zelf ben ik nooit verder gekomen dan wat invalbeurten voor Elim2. Na zaterdag is dat voor mij persoonlijk ruimschoots gecompenseerd.
Hoe? Door een lob met mijn linkerbeen, die via de onderkant van de lat binnenschampte (toe Cees, laat me ook een keer pochen over een goal). Het bracht ons in de slotminuten weer op gelijke hoogte met drievoudig winnaar Dynamo. Een foutloze penaltyreeks verder stonden we ineens met de Gladiolenbokaal in onze handen. Over hoogtijdagen gesproken. Zo proeft de victorie dus... De verrukkelijke nasmaak zal nog wel een tijdje aanhouden. Elim bedankt!

Scannen

Woensdag 8 juni 2011 - Heel mans begon ik in mijn vorige blog met de opmerking dat De Geus & Hartman crossmediaal opereert. Niet echt serieus, maar om de draak te steken met al die interessante vaktermen. Als tekstbureau beheren we nu ruim anderhalf jaar een site voor een goed doel. We doen dat voor een kleine onkostenvergoeding, in een bescheiden poging om ook iets aan maatschappelijk verantwoord ondernemen te doen. Cees verzorgt tekst & beeld en ik zorg dat al deze content op de site wordt gepubliceerd. Onze werkzaamheden worden scherp gevolgd. Daar is op zich niks mis mee, maar toch steekt het soms als een buitenstaander alleen allerlei tekortkomingen ventileert. "Het is een gemiste kans dat de site niet op Facebook is te vinden..." of "Alle mogelijkheden die Twitter biedt om de attentiewaarde van de site te verhogen, blijven jammerlijk onbenut..." Gisterochtend kwam daar de volgende kritische noot bij: "De pagina's zijn niet QR-proof, waardoor de boot wordt gemist op het mobiele internet..."
Mijn eerste reactie was: wat zullen we nu krijgen, wie zegt dat en wat stelt dat QR dan wel helemaal voor? Enigszins gekalmeerd ben ik op advies van een kamergenote toch voorzichtig gaan surfen naar de betekenis van QR. Toen ik de vierkantjesstructuur zag, herkende ik de code wel. Na nog wat speurwerk slaagde ik er in om via internet zelf zo’n blokjesdiagram te maken. Vervolgens lukte het om een 'QR-reader' te downloaden voor mijn IPhone. Scannen maar…
Nadat ik mijn mobiel nog geen tel voor het beeldscherm had gehouden, begon het toestel al te trillen en gaf een korte bliep. Vervolgens verscheen prompt de bewuste 'goede doelen-site' op mijn mobiele schermpje. Welk één sensatie? Wonderlijk!
Direct daarna heb ik nóg een QR-code aangemaakt en wel voor deze weblog. En ook die werkt. Probeer het gerust eens door uw mobiel voor de code boven deze blog te houden… De Geus & Hartman opereert dus niet alleen crossmediaal, ons tweemansbedrijf is sinds gistermiddag ook nog eens QR-proof. Vandaar onze nieuwe slogan: 'Leer ons nu nog beter kennen, door ons simpelweg te scannen.'

Driving Miss Daisy

Maandag 6 juni 2011 - Je hebt vooroordelen en vooroordelen. ‘Alle Marokkanen zijn lui en kwaadaardig’ is een vreselijk vooroordeel. ‘Alle boeren zijn dom en praten een raar dialect’ is minder erg, omdat je het dan niet over een bevolkingsgroep maar over een beroepsgroep hebt, maar toch: iemand die zulke vooroordelen koestert zou ik er op aanspreken of, als hij of zij niet voor rede vatbaar blijkt, voortaan links laten liggen.
‘Vooroordeel’ is een te groot woord, maar toch heb ik zelf altijd zo mijn bedenkingen gehad bij schoorsteenvegers en glazenwassers. Bedenkingen die, eerlijk is eerlijk, de afgelopen decennia werden gevoed door meerdere akkefietjes die me alles bij elkaar een paar honderd euro hebben gekost. Het gevolg is dat ik zelf drie keer per jaar m’n ramen lap en me twee keer per jaar zelf ondersteboven in de schoorsteen laat zakken, met een raggenbol tussen m’n tanden en ‘kalm aan! kalm aan!’ gillend naar de buurvrouw die op het dak staat en het touw laat vieren dat aan mijn enkels is geknoopt.
Maar goed. Onder het motto ‘Driving Miss Daisy’ was ik tijdens een serie ziekenbezoeken afgelopen vrijdag een dagje privéchauffeur van mijn moeder. Halverwege de middag, net op het moment dat ik haar wees op het mooie uitzicht op Spaarndam enerzijds en het centrum van Haarlem anderzijds, werd mijn Toyota op de Schoterbrug in Haarlem van achteren hard aangereden door een bestelbus met een jonge, gespierde glazenwasser erin. Ik stond stil voor het rode stoplicht, dus over de schuldvraag bestond geen twijfel, gaf hij meteen toe, nadat hij uitgevloekt was. De deuk in de achterklep was te groot en te diep om het er bij te laten zitten en dus zochten we een parkeerplaats om op daar, bij gebrek aan schadeformulieren in beider dashboardkastjes, alle mogelijke gegevens uit te wisselen. Toen we wegreden, voedde mijn moeder mijn vage gevoel van onbehagen. “Ik zou de politie erbij hebben gehaald, Cees. Ik weet niet of dit zo wel goed gaat, hoor.”
Op dat moment kreeg ik een sms. ‘Heb m’n baas gebeld. Je kunt hem maandagochtend bellen. Dit is zijn mobiele nummer…’
So far so good, maar toch was ik er nog niet helemaal gerust op toen ik maandagochtend om een uur of elf, na een kort telefonisch gesprek, naar het opgegeven adres in de Waarderpolder reed. Het bevond zich vlakbij een woonwagenkampje - nog zo’n vooroordeel van me, ernstiger ditmaal. Maar van een glazenwassersfirma List & Bedrog bleek geen sprake. Op de eerste verdieping van een keurig pand zat de eigenaar me achter een kop koffie op te wachten, bruinverbrand en in korte broek. “Vervelend man,” verwelkomde hij me. “Ik wou dat die gasten eens wat beter uitkeken achter het stuur. Die rompslomp achteraf is het ergst. Koffie?”
Terwijl we het schadeformulier invulden, vertelde hij me desgevraagd dat hij tien bestelbussen had rijden.
“Door heel Haarlem”, vroeg ik, geïmponeerd.
“Nee, door heel Nederland. We doen alleen bedrijven, geen particulieren.”
Toch jammer.
Had me drie keer per jaar ramen wassen gescheeld.

Crossmediaal

Vrijdag 3 juni 2011 - De Geus & Hartman is al geruime tijd crossmediaal bezig. En dat voor een kantoor met slechts twee firmanten, zonder vast personeel op de loonlijst. Via Twitter attenderen we onze volgers op nieuwe blogs, die we publiceren op onze bedrijfssite. En de beloftes die we op dit digitale portaal doen, komen we na in de praktijk. Meestal op papier, gedrukt papier welteverstaan. Onze telefoonnummers zijn er ook op te vinden. Iedereen die deze nummers in de juiste volgorde intoetst krijgt ons sprekend aan de lijn. Een mailtje sturen kan ook. Midden in het hart van al die elkaar kruisende media staat De Geus & Hartman.
Flauwekul allemaal, natuurlijk! Tenminste dat vinden wij van De Geus & Hartman. De meeste quasislimme vaktermen waaien over uit de Verenigde Staten (dat gebeurt al met een zacht lentebriesje, zo licht zijn ze) en worden vooral gebruikt om gewichtig te doen over eigen werk. Cees heeft op deze plek al eens geërgerd geblogd over collega’s die hun berichten en foto´s voor een website hardnekkig ‘content’ blijven noemen.
Het zal met onze afkomst te maken hebben. Nuchter uit de Westfriese klei en het Drentse veen getrokken, gaat het ons om een heldere boodschap. En natuurlijk kan die worden versterkt met een verwijzende tekst op een site, een scherp persbericht of een originele tweet. Ik heb laatst voor een sportorganisatie een jaarverslag geschreven, dat tegelijkertijd ook een pleidooi is richting de politiek om niet te bezuinigen op sport en cultuur, vanwege het brede maatschappelijke effect. Bijna dertig direct betrokkenen onderstrepen dat betoog.
Me dunkt, da´s nog eens een staaltje van cross-policy-enlightenment. Of niet dan?

Kruidenier

Dinsdag 31 mei 2011 - Onze hofleverancier stopt ermee. Of om precies te zijn: is ermee gestopt. Karel van Zijp (72) en Bep Sietsma (68) hebben zaterdagmiddag 28 mei definitief de deuren gesloten van hun kruidenierswinkel aan de Bakenessergracht. In een eerdere blog heb ik de korte bezoekjes aan het authentieke zaakje al eens omschreven als een vast en 'troostrijk' vrijdagmiddagritueel, voorafgaand aan het vermaledijde bijwerken van de boekhouding (ik ga me van de weeromstuit pardoes in het Oud-Nederlandsch uitdrukken). Ik vond er inmiddels blind mijn weg. De vaste bestelling – een sixpack Heineken – stond namelijk steevast uitgestald links in de koeling, op de tweede plank van boven…
Op de leuke en ijverig beheerde site van de Vrienden van de Bakenes is een column te lezen over het vriendelijke koppel, met als titel 'Een steunpunt verdwijnt: Karel en Bep stoppen!' Columnist Dolf Hellwig schrijft dat ze vanaf 1 december 1965 de buurt van groente, fruit en kruidenierswaar hebben voorzien. De Geus, noch Hartman was toen al geboren. De bescheiden constatering dat we slechts een fractie van die respectabele periode van de buurtwinkel hebben mogen genieten, maakt het gemis er niet minder om….
De Geus & Hartman is zijn (administratieve) ondersteuning kwijt.

Vernietigen

Vrijdag 27 mei 2011 - En dan nu in de categorie klein leed: afgelopen zaterdag slikte een pinautomaat van ABN AMRO zomaar, zonder aankondiging, m’n bankpas van de Rabobank in. Het scherm gaf een halve minuut lang aan dat er sprake was van een storing, maar sprong toen weer in de gebruikelijke stand (Welkom!), alsof er niets was gebeurd.
Ik keek even verbaasd om me heen, in de Amsterdamstraat in Haarlem, maar er was niemand in de buurt om mijn verbouwereerdheid mee te delen.
Ik liet mijn bankrekening nog diezelfde avond blokkeren, beleefde met € 7,65 cash voorhanden een uiterst sober weekend waarvan ik u de schrale details zal besparen, en meldde me maandagochtend bij de Rabobank om melding te doen van wat me was overkomen. De vrouwelijke employé, die er precies zo uitzag zoals je je een vrouwelijke Rabobank-employé voorstelt, deed er laconiek over en vroeg een nieuwe pas voor me aan.
Die is er nog niet, maar gisteren arriveerde wel de brief met m’n nieuwe pincode en die ligt nu voor me en jaagt me schrik aan. Op de keper beschouwd is het eigenlijk een dreigbrief die me in pinnige zinnen sommeert om zeer, zeer, zéér zorgvuldig om te gaan met de nieuwe pincode. Tussen de regels door valt te lezen dat het leed niet is te overzien als je de pincode op de bankpas noteert (wel een handige plek!), niet uit het hoofd leert of al te trouwhartig deelt met een niet te goeder trouw zijnde bankmedewerker of politieagent.
4892.
Vraag me niet waarom maar ik vind het een makkelijke pincode. Die ga ik wel onthouden en als ik ‘m onverhoopt een keer vergeten ben hoef ik alleen deze blog maar even op te zoeken op internet. Handig!
Blijft over het schriftelijke bevel, tot twee keer toe, om de brief met de pincode zo snel mogelijk te vernietigen. Het heeft geen zin om de open haard op te poken: buiten stormt het, windkracht 8, schat ik, dus dan word ik binnen de kortste keren zelf krijsend het rookkanaal ingezogen.
In piepkleine snippers scheuren is me te riskant. Als je ziet wat de CIA tegenwoordig allemaal kan, met die computers en die technieken en zo!
Er zit maar één ding op: opeten. Eerst maar eens kijken of er nog ketchup is.

Meiboom

Maandag 23 mei 2011 - In de Eifel werd ik enkele weekenden geleden getroffen door de meiboom-traditie. In ieder dorp waren jongens en mannen op 30 april in de namiddag druk bezig om met vereende krachten een met kleurige linten versierde spar rechtop te zetten, die bevestigd is aan een vijftien, twintig meter lange, van zijn schors ontdane boomstam. De eeuwenoude traditie schijnt iets met de lente en met vruchtbaarheid te maken hebben. Er komt ook verschrikkelijk veel bier aan te pas.
Terwijl ik samen met Jeen toekeek en wat foto’s maakte, voelde ik opeens een vaag soort gemis. Denk ik tenminste. Die saamhorigheid. Het gevoel buitengesloten te zijn. In de Kop van Noord-Holland, waar ik vandaag kom, zou je de Meidenmarkt in Schoorl, de Paasvee in Schagen en de Lappenmarkt in Hoorn nog als tradities kunnen omschrijven. In Haarlem, waar ik alweer bijna twintig jaar woon, ken ik geen enkele eeuwenoude traditie, laat staan dat ik er deel van uit maak.
Ik heb er inmiddels wel één gefantaseerd. Net als vorig jaar en het jaar daarvoor meld ik me op 30 juli om 17.55 uur bij de Amsterdamsche Poort. Ik draag een sjerp en heb één laars aan en ik ben niet de enige: honderden mannen, eveneens met sjerp en één laars, zijn me voorgegaan en er volgen er nog tientallen. Met z’n allen staren we minutenlang zwijgend naar de hermetisch gesloten stadspoorten van dat fantastische miniatuurkasteeltje. Klokslag 18.00 uur verschijnt burgemeester Bernt Schneiders plotseling op de kantelen. Hij schreeuwt iets. Er klinkt een kanonschot. Met veel gekraak zwaaien de stadspoorten langzaam open. Een hels kabaal breekt los. Net als iedereen schreeuw ik mijn longen uit mijn lijf en sla alle mannen om me heen op hun schouders, of druk ze geestdriftig de hand. Om 18.05 uur precies roepen we allemaal ‘Bert eet een broodje kaas!’, maar dan in het Spaans.
Geen idee waarom we dat allemaal doen. We deden het vorig jaar en al die jaren daarvoor ook. Het schijnt iets met de Tachtigjarige Oorlog en het Beleg van Haarlem te maken te hebben.
Maar gezellig dat het daarna altijd is in café Koops!

Zorgelijk (epiloog)

Zaterdag 20 mei 2011 - De beloofde epiloog in het blogfeuilleton 'Zorgelijk' wijd ik aan mijn heftigste Spaanse studie-ervaring vlak voor het eindexamen. Mijnheer Leetz (ik mocht al lang geen André meer zeggen) maakte een rondje langs zijn pupillen en liet ze zinnen vertalen als ‘Generaal Franco dirigeerde zijn manschappen ijlings naar het middenplein van de kazerne.’ Tot hij mij in het vizier kreeg. Sidderend wachtte ik de opgave af. Die luidde: 'Bert eet een broodje kaas'. Of de ogenschijnlijk eenvoudige zin was ingegeven door mildheid of een vileine manier om mij te vernederen, weet ik eigenlijk niet... Hoe dan ook: het zweet brak me uit. Mijn eigen naam vertaalde ik goed en waarschijnlijk uit pure doodsangst schoot me ook nog het woord bollo te binnen, dat in mijn beleving prima broodje zou kunnen betekenen… (bleek bulle te zijn, maar vanwege mijn abominabele uitspraak kwam ik daar mee weg). Compleet geblokkeerd moest ik mijnheer Leetz het Spaanse woord voor kaas schuldig blijven, net als de vervoegingen van het lidwoord en het werkwoord eten. Laat staan dat ik bij machte was om de vijf woorden ook nog op een logische manier met elkaar te verbinden.
Ontgoocheld ben ik de avond voor het examen het Zwolse uitgaansleven ingedoken. Studeren had geen zin (zeker niet zonder boeken). In een pub liep ik uiteindelijk een medestudent tegen het lijf, die het examen die middag al had gemaakt. Zijn multiple choice-antwoorden had hij nog in zijn broekzak. Voor een biertje mocht ik het lijstje hebben. De volgende ochtend lukte het - ondanks mijn zware hoofd - om precies dezelfde vijftien letters aan te kruisen op het examenformulier. Mijn score 6,7 (exact hetzelfde als mijn redder in nood) was net genoeg om de fikse onvoldoende voor mijn mondeling te compenseren.
Feitelijk beschik ik sindsdien dus over Spaans op HBO-niveau. Ik vermeld het maar niet op mijn CV of op LinkedIn. Die hoogmoed zou pas inquieto zijn.

P.S. Toen ik inquieto opzocht op een vertaalsite, kon ik het niet laten ook snel even de Spaanse betekenis van 'kat' op te zoeken: Danny is een gato (of is het een gata?) Ach, ¿Qué demonios?

Zorgelijk (3)

Vrijdag 20 mei 2011 - Na mijn bezorgde blogs over Windesheim, koos Cees met ‘Danny’ voor een iets luchtiger onderwerp. Goed voor de afwisseling, dunkt me. Peinzend over mijn derde en laatste aflevering in de blogfeuilleton ´Zorgelijk´ vroeg ik me ineens af: wat is eigenlijk het Spaanse woord voor kat? Is het quatta? Of chatue? Ik heb echt geen flauw idee....
‘Geen wonder, wie wel?’, zult u denken, maar deze wereldtaal was een verplicht examenvak op de journalistieke opleiding van Windesheim. Ik zou trouwens graag nog eens willen weten welk percentage van de studenten ‘schrijvende pers’ hier daadwerkelijk baat bij heeft gehad, in een carrière als regioverslaggever van de Gooi- en Eemlander of stadsredacteur van de Leeuwarder Courant. Misschien aardig voor de Onderwijsinspectie om eens door te lichten, maar zelf heb ik er nog geen keer gebruik van kunnen maken.
Overigens is het ook weer niet zo dat ik me niks meer herinner van de lessen Spaans. Sterker nog, ze staan misschien wel het scherpst op mijn netvlies. Dan doel ik niet op de woordjes of de grammaticaregels, want je kunt alleen iets onthouden als je het daarvoor hebt gehoord, gelezen of meegemaakt (ja deze blog gaat diep!) en dat is nu juist het punt. Van de aanschaf van boeken met Spaanse woordjes of grammatica is het nooit gekomen.
De keren dat ik het kon opbrengen om toch naar Spaanse les te gaan, probeerde ik zo min mogelijk de aandacht te trekken van André Leetz. Zo heette onze docent, een Surinamer van ruim twee meter, die als een van de weinigen slecht tegen de lamlendige houding van de studenten kon. In zijn lessen sprak hij iedereen consequent aan in het Spaans, uitgaand van een bepaalde basiskennis. Soms viel hij uit zijn rol. Zoals de keer dat hij me toebeet ´Ik ben toch niet van de KGB, ik spreek toch geen Russisch?´ Dit nadat ik hem steeds verdwaasder aan zat te kijken, ondanks dat hij zijn vraag meerdere malen in nog kinderlijker Spaans had proberen te formuleren. Voor mijn idee kan hij destijds (puur om me te zieken) net zo goed wél een geheim agent uit het Oostblok hebben geïmiteerd.
Я никогда не будете знать. (Ik zal het nooit weten).

P.S. Morgen de epiloog van deze blogfeuilleton, want mijn avontuur met André Leetz - illustratief voor het behalen van mijn HBO-diploma - is nog niet helemaal af.

Danny

Woensdag 18 mei 2011 - Terwijl Bert zich in zijn blogs bezighoudt met het fileren van het Hoger Informatie en Communicatie Onderwijs, uiteraard geïnspireerd door de InHolland-affaire, richt ik me op iets veel onschuldigers: m’n kat. Ik heb het tenslotte eerder ook al over m’n twee konijnen gehad en wees gerust: meer huisdieren heb ik niet. ‘Danny, je bent gek’, verzuchten we regelmatig, als ze zich weer eens in allerlei bochten wringt om onze aandacht te trekken. Het geluid dat ze daarbij voortbrengt kun je geen gespin noemen. Het is eerder het staccato gejekker van een kettingzaag, op vakantie in Frankrijk, in een bos een kilometer verderop.
Danny is een leuk beest. Ik kan haar het best typeren door het moment te schetsen waarop ik een lading gras en stekken heb gekieperd in de konijnenren. Als het even kan komt ze dan aansprinten. Niet omdat ze dat konijnenvoer lust, want gras eet ze alleen als er een haarbal uitgespuugd moet worden. Nee, ik verdenk Danny ervan dat ze het gezellig vindt, zo met z’n drieën rond een berg groenvoer. Beetje bijkletsen. Veelbetekenende blikken uitwisselen. Voor de gezelligheid kauwt ze zelf af en toe ook even op een paar grassprieten, om die daarna weer fluks uit te spugen.
Jammer alleen dat die andere, ja wat zijn het, geen katten in ieder geval, niets terug zeggen en alleen maar als krankzinnigen dat vieze spul naar binnen aan het werken zijn.

Zorgelijk (2)

Donderdag 12 mei 2011 - De negatieve publiciteit over de zorgelijke kwaliteit van de hogescholen houdt maar aan. In mijn vorige blog uitte ik al de vrees dat het niet bij een storm in een glas water zou blijven en beloofde ik min of meer ook toe te geven waarom.
Bij deze: om de status te behouden van hbo-opleiding (met een hele mond vol: Hoger Informatief en Communicatief Onderwijs) moest de journalistieke academie van een drie- naar een vierjarige opleiding worden uitgebreid. 'Geen enkel probleem', moet de directie in Kampen hebben gedacht. Waar ik nog best een inspanning moest doen om de propedeuse te halen, met pittige colleges in ‘Recht’, ‘Moderne geschiedenis’ en ‘Politiek’, was er in het tweede jaar duidelijk sprake van een omslag. Keiharde bewijzen heb ik er niet voor, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de academie het tweede en derde schooljaar simpelweg over drie jaren heeft uitgesmeerd. Lekker gemakkelijk. Voor de directie, de docenten, maar zeker ook voor ons als studenten. Het gevolg: halvering van de lestijden, voortkabbelende colleges en een sporadische opdracht voor een werkstuk.
De verhuizing van de opleiding naar een kil nieuw gebouw in Zwolle, waar het lesrooster nog verder werd ingekrompen, doofde de laatste sprank inspiratie. Mijn stages in het derde studiejaar werden een harde leerschool. Ineens moest ik echte artikelen schrijven, met een kop, een intro, een opbouwende tekst en liefst ook een logisch slot. Schandalig maar waar, ik had dat tot dan toe niet of nauwelijks hoeven doen. Met het geduld en de eerlijkheid van mijn stagebegeleider (geloof me: dat deed echt zeer om soms complete alinea’s omgegooid of zelfs helemaal gewist te zien worden) is dat uiteindelijk toch nog rechtgezet. Tenminste: ik word nu ruim twintig jaar later nog steeds gevraagd om artikelen te schrijven. Dat laatste ga ik nu ook weer doen. De plicht roept.
Ik beloof om in mijn volgende blog Zorgelijk (3) het afstudeerjaar te beschouwen. En ik stapel er de belofte op dat dit zeker de leukste aflevering wordt. Zo is spontaan een heus feuilleton ontstaan over mijn hbo-opleiding... Maar die was dan ook echt zorgelijk!

Booster Maxxx Mega G4

Dinsdag 10 mei 2011 - Eén van de grote publiekstrekkers op de voorjaarskermis op de Grote Markt in Haarlem is de - gaat u er even voor zitten - Booster Maxxx Mega G4. De beschrijving laat ik aan de exploitant over, want daar kan ik absoluut niet tegen op: ‘Twee series van 4 zitplaatsen, met de ruggen naar elkaar toe geplaatst, bieden uiteindelijk aan maximaal 8 passagiers per rit plaats. Deze op hun beurt zijn aangebracht aan een robuuste en immense arm die als een soort van propeller tot de ongekende hoogte van 55 meter het luchtruim in priemt. ( ) De snelheid waarmee de arm de gondel door het luchtruim laat zweven is variabel. Op topsnelheid wordt een vaart van over de 100 kilometer per uur gehaald en genereert de Booster Maxxx een kracht van dik 4G. Met het in slechts enkele seconden van de begane grond naar de allergrootste hoogte zoeven wordt de bezoeker aan een veilig en tevens ongekend avontuur blootgesteld waarbij de impact enorm is.’
En dat voor slechts € 5 per rit! Desondanks ben ik zelf niet verder gekomen dan kijken naar de Booster Maxxx Mega G4, vanaf het dakterras van Jansstraat 46, met een kop koffie binnen handbereik. Het mooist vond ik het moment waarop één van de twee gondels op de begane grond van nieuwe passagiers werd voorzien. Met het uit- en instappen was steevast een paar minuten gemoeid en al die tijd bevond de andere gondel zich bewegingloos op 55 meter hoogte. Af en toe zaten er een paar opgeschoten schreeuwlelijken tussen, maar de meeste passagiers zwegen bleekjes, leken blij dat ze voor even verlost waren van die dik 4G.
En ondertussen genoot ik het meest van al die bungelende benen. Zestien in totaal iedere keer, vaak met blote voeten. Zwevend tussen hemel en aarde. Kwetsbaar. Bijna ontroerend soms, zelfs, door de combinatie van roerloosheid en fragiliteit, tot de Booster Maxxx Mega G4 zich als bij toverslag weer in beweging zette.

Zorgelijk

Donderdag 5 mei 2011 - De euforie over de prestigieuze prijs die we met 'geushart.nl' in de wacht zouden hebben gesleept is behoorlijk getemperd. Niks meer gehoord van initiator Philip Weken of zijn assistente Anita. Ook niet van Brooks Cahill trouwens. Na mijn enthousiaste reactie op zijn aanbod om de advisering voor All Europe Consult in Europa uit te rollen, bleef het ijzig stil aan de andere kant van de oceaan.
Ik was teleurgesteld. Waarom me benaderen voor een wereldbaan of een internationale award, om er vervolgens niet meer op terug te komen. Ik snapte het niet. Tot het me eind vorige week begon te dagen, wat er achter deze radiostilte zit.
Het ANP berichtte over de kwaliteit van de hbo´s in Nederland, waaraan ernstig wordt getwijfeld. De fopdiploma’s van InHolland waren al langer bekend. In het eind vorige week gepresenteerde onderzoeksrapport van de Onderwijsinspectie dook echter ineens ook de naam op van de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle, om precies de ‘zorgelijke kwaliteit´ van de opleiding journalistiek. Slik! Daar heb ik gestudeerd, of eigenlijk Cees ook (ja, als ik mijn compagnon laat meedelen in voorspoed, dan sleep ik ‘m ook net zo gemakkelijk mee in mijn val).
Nu is mijn theorie dat Philip Weken en Brooks Cahill bij het grondig natrekken van mijn (of onze) antecedenten, al eerder op deze fraude zijn gestuit. En nu ik er langer over nadenk is het misschien wel goed dat ze voorlopig even het zwijgen ertoe hebben gedaan. Uit respect voor onze (of mijn) prestaties, hebben ze geen slapende honden wakker willen maken. Ze zullen wachten tot de storm is geluwd.
Hoewel ik ook wel een beetje bang ben dat die harde wind niet alleen in een glas water blies. Por que? Daarover meer in mijn volgende blog.w

Dagje Rotterdam

Zaterdag 30 april 2011 - Je hebt van die dagen… Afgelopen vrijdag had ik om 10.00 uur een interview in Zoetermeer, bij APPM, en om 15.00 uur een interview in Rotterdam, bij Eneco Energie. Beide afspraken waren na het nodige geregel en geschuif tot stand gekomen, dus er viel verder niet aan de tijden te tornen. Van tevoren schatte ik in dat ik rond 11.30 uur klaar zou zijn in Zoetermeer. Tussendoor terugrijden naar Haarlem leek me waanzin: ik zou dan ongeveer om 12.30 uur thuis zijn en nog ruim een uur hebben voor ik weer de auto in moest, om naar Rotterdam te karren.
Kortom, in Zoetermeer toetste ik ‘Rotterdam, Oude Maasweg’ in m’n TomTom en reed in één ruk naar de weg die zo prachtig wordt bezongen in het nummer van The Amazing Stroopwafels. Ik parkeerde m’n auto, pakte m’n laptop en ging aan het werk, regelmatig een blik werpend op - aan de ene kant - een eindeloze muur van veelkleurige zeecontainers en - aan de andere kant – de woelige Oude Maas, waarop ondanks het mooie weer schuimkoppen waren te zien.
Hamburg Süd. Maersk. China Shipping. Als er een vrachtwagen voorbij denderde, schommelde m’n kleine Toyota op z’n schokbrekers. Op de Oude Maas was het minder druk dan ik had verwacht.
Later had ik nog een broodje warm vlees en een duister ‘Broodje Dave’ bij een broodjeszaak waar veel luidruchtige truckers zaten, een universeel teken dat het er met de prijs/kwaliteit-verhouding wel goed zit.
Bovenstaande foto maakte ik tijdens het antichambreren bij Eneco, op de 28e verdieping van het gebouw aan de Wilhelminakade waarin ook het Havenbedrijf Rotterdam is gevestigd. Toen het interview er op zat was het kwart over vier. “Als alles meezit ben ik binnen tien minuten de stad uit en rond vijf uur thuis”, dacht ik monter.
Kwart voor zes reed ik Haarlem binnen.
Dream on , Cees.

Dankwoord

Woensdag 27 april 2011 - Ik wist het! Het kon niet uitblijven! We hebben een prijs gewonnen, en wat voor één! Zal ongetwijfeld alles met de restyling van onze site te maken hebben. En uiteraard met onze weblog. Vanochtend kreeg ik per mail de volgende bevestiging (van wat ik dus eigenlijk al een tijdje vermoedde):

Prijsuitreiking AANMELDING 2011

Ref. N: ESM/WIN/008/05/10/MA
Partij. N: EULO/2907/444/908/2011

Uw e-mail adres hebben gewonnen van de som van Eur950.000.00 in Euromillion Aanmelding Award 2011 promotie. Voor verdere vragen kunt u contact opnemen met onze afdeling met de betaling uw naam telefoonnummer en adres Via E-mail adres beleow.

Mr.Philip Weken
Tel: +34-672-877-516
E-MAIL: apexremittances@aol.com

Uw vriendelijke groet,
Anita Perez

Oké de mail is een beetje in steenkolen Nederlands opgesteld, maar ik vind het al heel wat dat ze de moeite hebben genomen om ons voor deze internationale prijs in onze taal aan te spreken. Nu ik de mail voor de tweede keer lees twijfel ik of het eigenlijk wel 'we' is en niet 'ik'. Sneu voor Cees, maar als de prijs onze hele firma toekomt, dan had Anita (ik hoef haar nu vast niet meer mevrouw Perez te noemen) ongetwijfeld een bericht naar 'info@' gestuurd. Nu is het heel specifiek gericht aan 'bert@'. En laten we eerlijk zijn, ik heb als webmaster ook de grootste hand gehad in de vormgeving van de site. Dat zal Cees beamen...
Ik ben trouwens de beroerdste niet. Ook mijn compagnon mag meeprofiteren van deze klapper, die ons naast een mooie som geld ook veel publiciteit zal opleveren. Al weet ik niet precies wat met Eur950.000.00 in Euromiljlion wordt bedoeld. Laat ik maar gewoon uitgaan van het minimum van negenenhalve ton (dan valt het zeker niet tegen).
Ik zal nu eerst snel reageren dat ik de prijs uiteraard graag in ontvangst wil nemen (en op welk bankrekeningnummer) en me vervolgens over een goede dankspeech buigen. Het begin heb ik al... "Allereerst wil ik Philip Weken bedanken voor het instellen van deze prestigieuze prijs en uiteraard ook de jury voor de hoge waardering. Verder ben ik veel dank verschuldigd aan mijn gezin en de rest van mijn familie. En uiteraard een bijzonder woord van dank aan mijn compagnon, zonder wie..." Snik, ik schiet nu al vol!

De Kennemerduinen

Donderdag 21 april 2011 - De dag na de begrafenis van mijn vader, afgelopen zaterdag, was ik na een zware, emotionele week hard toe aan wat afleiding en beweging en dus reed ik me Leah en Jeen naar de Kennemerduinen of, zoals het officieel heet, Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Ik heb het opgezocht: het is 1.340 hectare groot en omdat we er in het weekend best wel vaak op uit trekken schat ik dat we 1.100 hectare daarvan al wel een keer te voet of per fiets hadden doorkruist.
De resterende 240 hectare kennen we sinds zondag ook. En hoe. Het was schitterend weer en het afwisselende landschap dat zich vanaf ingang Bleek en Berg ontvouwt behoort wat mij betreft tot de mooiste van Noord-Holland en misschien wel van Nederland. ‘En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant, een heuvel met wat villaatjes ertegen’, dichtte J.C. Bloem vijftig jaar geleden. In de Dapperstraat, niet in de Kennemerduinen, zoveel is zeker.
Dat ik tijdens de wandeling overal op mooie vergezichten en doorkijkjes stuitte, had vast te maken met de verdrietige week die ik achter de rug had. Ik denk dat alle emoties, dus ook de positieve, daardoor tijdelijk worden uitvergroot. Over een paar weken ga ik daarom nog eens terug om te kijken of ik daar, in dat hoekje van de Kennemerduinen, nog steeds associaties krijg met het mooiste dat Zweden en Schotland te bieden hebben.
We zagen ook nog twee herten.k

Buienradar

Maandag 18 april 2011 - Met alle emotionele gebeurtenissen van de voorbije dagen, voelt het alsof iemand overijverig heeft geprobeerd om enkele volle weken in krap vijf dagen te proppen. Met het hoofd nog vol, probeer ik de draad deze week toch weer voorzichtig op te pakken. Ten eerste domweg omdat het van mijn agenda moet, maar vooral ook omdat mijn schoonvader het niet anders zou willen. "De Nederlandse economie moet wel gewoon blijven doordraaien." Ik hoor het hem zo zeggen….
Die gedachte spoort me aan om mijn koptelefoon op te zetten en zo de geluidstape van een interview met een Amsterdamse wethouder verder uit te werken. Niet dat ik overloop van inspiratie, maar ik kan wel beginnen met het letterlijk uitwerken van de citaten van het best aardig verlopen vraaggesprek van drie weken geleden (lijkt veel langer) aan de Amsterdamse Bosbaan. Misschien neemt de animo om te schrijven dan vanzelf weer toe.
Het voorjaarszonnetje doet in elk geval zijn best om - tussen de kantoorlamellen door - de stemming erin te brengen. Het levert op de laptop in Dirkshorn, op de al zo veelvuldig geraadpleegde Buienradar.nl ongetwijfeld weer mooie heldere satellietfoto’s op. Nou, genoeg getreuzeld. Aan de slag! Wie weet kan ik zo de aandelenkoersen ook nog een positief zwiepertje geven. Zou mijn schoonvader dubbel mooi hebben gevonden…

'Vader Jaap'

Woensdag 13 april 2011 - Elke week minimaal twee verse blogs, staat er op de startpagina van onze site. ‘Dat gaat ‘m deze week niet worden’, was zo’n absurde gedachte die gisteren door mijn hoofd flitste, na de schok van het overlijden van mijn schoonvader. Waar je al niet aan denkt, bij zo’n onwerkelijke gebeurtenis….
Vannacht kon ik de slaap niet vatten. Allerlei herinneringen van de afgelopen twintig jaar kwamen boven. Geen grootse of meeslepende ervaringen, maar juist van die kleine kenmerkende dingen. Zoals het onhandige gestuntel om mijn aanstaande schoonvader in een groep aan te spreken, als het niet lukte om even oogcontact te maken. ‘Mijnheer de Geus’ klinkt zo zakelijk en formeel en voegt daarom niet. Alleen de voornaam is vanwege het leeftijdsverschil te populair. Terwijl ‘schoonpapa’ mij - en ik weet bijna zeker hem ook - veels te zoet is. Uiteindelijk ben ik onwillekeurig uitgekomen op ‘vader Jaap’. Eerst nog als een soort compromis, maar met de jaren voelde die naam steeds beter. Zuks lijkt me zeker blogwaardig.
‘Vader Jaap’, natuurlijk zal ik u missen, maar ik zal vooral nog vaak met een glimlach aan u terugdenken.

Zerstreuung

Maandag 11 april 2011 - Om goed te kunnen blijven presteren, is tussentijdse ontspanning onontbeerlijk. Bij De Geus & Hartman zijn we ons dat terdege bewust. Zeker toen we allebei nog afzonderlijk opereerden, vanaf onze eigen werkplek, was het goed om samen zo af en toe de zinnen te verzetten. Dat deden we dan in café Fabel. Om de week namen we de keu ter hand, om onder het genot van een biertje en het tikken van de ballen (misschien is klossen in ons geval een beter woord), rustig terug te kijken op de afgelopen week en vooruit te blikken naar wat komen ging, zowel sociaal, als zakelijk.
Aangezien we vanaf de zomer weer gezamenlijk kantoor houden is de drang om te biljarten iets minder geworden. Het laatste duel voor onze ‘bedrijvencompetitie’ dateert van eind 2010. Het wekelijkse biertje staat overigens nog wel steeds overeind, maar dat is mede ook om het bijwerken van de administratie op vrijdagmiddag (van geen van ons beiden een liefhebberij) nog een beetje draaglijk te maken.
Mijn laatste caramboles zijn overigens van een stuk recenter datum. In café Ger bond ik de strijd aan met eigenaar Nico en stamgast John. Ik won (sorry, zo’n sporadisch succesje kan ik onmogelijk ongenoemd voorbij laten gaan), maar behalve ons plezier in een spontaan potje biljart, kwam nog een gezamenlijke liefhebberij bovendrijven: de Duitse Eifel. Alle drie beleefden we een mooie tijd in ’t Ahre End. De vakantiewoning in het dorp Kreuzberg (vlakbij Altenahr) bestaat in 2011 tien jaar. Alle reden voor een jubileumfeest zo vinden wij als aandeelhouders (waaronder ook Cees). Alle voormalige huurders zijn van harte welkom. En dat vonden de eerdergenoemde huurders met aanhang een prima idee, zo bleek aan de toog. De locatie is gelijk ook vastgelegd: Café Ger wordt vrijdag 30 september voor één keer omgedoopt tot Café Ger(many).
Het lijkt me weer een prima gelegenheid voor de broodnodige ontspanning, of om alvast in de juiste sfeer te komen: Ein schönes Augenblick für Zerstreuung.

Trefbal

Donderdag 7 april 2011 - Leah, mijn dochter, drukte afgelopen maandag op het schoolplein een briefje in mijn hand met de mededeling dat ze me had opgegeven als coach van het trefbalteam van de Willem van Oranjeschool. “Woensdagmiddag is er een toernooi. In de Kennemer Sporthal. Ik ben nu al zenuwachtig. Jij bent coach. Dat had ik toch verteld?”
Nou, nee dus, maar het gaf niet want woensdagmiddag probeer ik toch altijd al vrij te houden voor allerlei trainingsactiviteiten van m’n kinderen. Zo’n trefbaltoernooi, bedacht ik, was weer eens wat anders dan van de ene training naar de andere hollen.
Daar kreeg ik helemaal gelijk in: zo’n trefbaltoernooi is totaal iets anders dan van de ene training naar de andere hollen. Het was opgezet door een paar CIOS-studenten die, laat ik me voorzichtig uitdrukken, nog veel te leren hebben. Ik beperk me gemakshalve even tot hun volkomen verkeerde inschatting dat een wedstrijd tussen twee teams van acht spelers met in totaal zes (!) ballen in het spel wel door één scheidsrechter in goede banen kan worden geleid.
Niet dus.
De wedstrijden ontaardden nog net niet in totale chaos en anarchie, maar het scheelde niet veel. Ik was ’s avonds nog steeds een beetje beduusd van al die schreeuwende of zelfs huilende kinderen, diep teleurgestelde tot woedende ouders, driftig gebarende scheidsrechters en verbeten met spelregelformulieren wapperende juffen en meesters.
En ondertussen wel gewoon de finale halen, hè, als Willem van Oranjeschool.
Lag vast aan de coach.

Vacature

Maandag 4 april 2011 - Toen ik vanochtend Outlook opende, zat het volgende intrigerende bericht in mijn mailbox:

Hi.
Our company is in a hurry to offer you a Good day part-time work.<br>
Region of work: the Europe Union
If you are interested, please write to : Brooks@alleurope-consult.com
Have a happy day.

HR department,
BrooksCahill

Zou ik dan eindelijk eens zijn opgemerkt door een headhunter? Een internationaal opererende nog wel! Ik ga er eens goed voor zitten. Mijn toekomstige werkgever schrijft haast te hebben. Da’s mooi, dan kan ik mijn arbeidsvoorwaarden misschien nog iets verder opschroeven. Ze bieden me een goede dag, deeltijdbaan aan, euh... of moet ik het andersom lezen: een deeltijdbaan, goeiedag zeg! Ik blijf optimistisch en ga dus voor de laatste interpretatie. De <br> staat ongetwijfeld voor de rilling die de headhunter krijgt van de wereldvacature die hij deze keer voor mij in petto heeft.
Vervolgens - niet onbelangrijk - de regio waarin ik actief zal worden: de Europese Unie. Zo! Een baan, waarbij ik ook nog lekker veel kan reizen. Als ik belangstelling heb, dan moet ik schrijven naar Brooks Cahill. Ga ik gelijk vandaag nog doen. Ook niet té gretig. Mag me best een beetje playing hard to get opstellen. Ik zal in elk geval aangeven dat mijn voorkeur uitgaat naar een kantoor in de binnenstad van Rome. Van daaruit kan ik dan de landen Italië, Frankrijk en Spanje bedienen. Portugal en de Benelux wil ik er dan ook nog wel bijnemen.
Oh ja, ik moet tussendoor Cees nog wel even inlichten. Want wat doen we met De Geus & Hartman? Het is een deeltijdbaan, dus ik kan proberen om beide werkzaamheden eerst nog te combineren. Wellicht kan ik af en toe wat buitenlandse reportages maken. En als het allemaal teveel wordt, dan kan ik Cees misschien voordragen voor 'District Oost', waar ik Duitsland, Tsjechië en Polen onder laat vallen. Mag hij wat mij betreft zijn favoriete stad Berlijn uitkiezen als standplaats.
Blijven nog over de districten 'Skandinavië', 'De Alpenregio' en de 'Balkan'. Zal alvast een wervende mail opstellen…

Hallo,
Ons bedrijf is met spoed op zoek naar districtmanagers in enkele Europese regio’s. <yihaa>
Als je belangstelling hebt, schrijf dan naar Bert@alleurope-consult.com
Heb een prettige dag!


P&O Europa
Bert Hartman
r

Zeer ervaren

Vrijdag 1 april 2011 - ‘Zeer ervaren tekstschrijver/journalist’ heb ik sinds kort als omschrijving op mijn LinkedIn-startpagina staan. Over dat woordje ‘zeer’ heb ik lang nagedacht. Toegevoegd, geschrapt, weer toegevoegd, nog een keer geschrapt, toch maar weer toegevoegd en uiteindelijk laten staan. Met overdrijven maak je soms iets duidelijk, hou het daar maar op.
Het grappige is wel dat ik in de week dat ik met dat ‘zeer’ zat te dubben, prompt een opdracht kreeg die ik nog nooit eerder bij de kop had gehad: als ghostwriter één column van 200 woorden schrijven voor twee personen. Eerlijk is eerlijk: ik sputterde nog wat tegen omdat ik al nattigheid voelde, maar besloot het sluimerende probleem uiteindelijk toch maar voor me uit te schuiven. Want: haast.
Pas nadat ik beide heren onafhankelijk van elkaar telefonisch een paar vragen had gesteld en het geheel tot één column wilde smeden, liep ik vast. De eerste persoon meervoud leek me het meest logisch. ‘Wij denken dat duurzaamheid de komende jaren hét item blijft in de Utrechtse fruitteelt.’ Kan niet. Je ziet twee namen onder de column staan, maar je weet: dat hebben ze nooit samen zo geschreven of gezegd. Eerste persoon enkelvoud dan: ‘Ik denk dat duurzaamheid de komende jaren hét item blijft in de Utrechtse fruitteelt.’ Bij het zien van twee namen onder de column zou ik me als lezer meteen afvragen: maar wie van de twee denkt dat dan? Uiteindelijk deed ik een poging een gezamenlijke column te schrijven zonder ook maar een persoonlijk voornaamwoord. ‘Duurzaamheid blijft de komende jaren hét item in de Utrechtse fruitteelt.’ Directer, zeker, en beter ook, maar mijn aantekeningen nalezend was ik inmiddels tot de conclusie gekomen dat dit in feite de mening was van slechts één van de twee geïnterviewden. Dus: ‘Duurzaamheid blijft de komende jaren hét item in de Utrechtse fruitteelt. Maar ook in de afzet moeten we veel tijd en energie blijven steken.’
Ik was met het end in de bek bijna aan de vlammende slotzinnen toe, toen ik tot de conclusie kwam dat het voor alle partijen beter was als ik er twee kleine, persoonlijke columns van 100 woorden elk van zou maken.
Toch wel een beetje slordig, voor een zeer ervaren tekstschrijver/journalist.