U bevindt zich hier:

De collectie

De primeurs

Het jubileum

Blogs (tot januari 2012)

Blogs (tot april 2011)

Blogs (voor Jansstraat)

Algemeen:

Startpagina

Vroege vogels

Woensdag 30 maart 2011 - Ik ben absoluut geen natuurkenner. Misschien niet eens een echte natuurliefhebber, in die zin dat ik graag met de fiets of met de wandelschoenen en verrekijker eropuit trek om te zien wat de flora en fauna allemaal te bieden hebben. Op vakantie doe ik het wel regelmatig: ’s ochtends met mijn camera in alle vroegte een lange wandeling maken. Maar dat doe ik net zo lief in een historische stad, als in een fraai heuvellandschap.
Toch gaat deze blog over de natuur (anders was ik er niet over begonnen). En wel de natuur dichtbij huis. Het Haarlemse Vondelkwartier, met zijn 'jaren dertig woningen' en relatief diepe tuinen met veel boompjes en hagen, heeft een rijke vogelpopulatie. Elke ochtend verbaast het me weer, al dat gefluit en gekwetter. Helaas wordt dat zo af en toe overstemd door het krassen van een grote zwerm kraaien, die de buurt voor de kleinere vogels onveilig maakt. Althans dat denk ik. Zoals gezegd ben ik geen kenner.
Ik heb ronduit een hekel aan dat grauwe gespuis. Met een klein beetje verbeelding is het net een groep vandalen, die met een hoop kabaal een hele buurt terroriseert. Wat hoop geeft – als ik die vergelijking doortrek – is dat de kleinere zangvogels het gelijk weer overnemen van hun lawaaiige soortgenoten, als die hun heil (of eigenlijk hun onheil) weer een huizenblok verderop hebben gezocht. Ze laten zich niet kisten.
Het radioprogramma Vroege Vogels presenteerde vorig jaar de Hitlijst van Nederlandse zangvogels (heb ik destijds in de krant gelezen). Luisteraars plaatsten de merel op één, gevolgd door de nachtegaal, de zanglijster, het roodborstje, het winterkoninkje en de tuinfluiter. Het merendeel zou ik echt niet herkennen. Niet lijfelijk, laat staan aan het zanggeluid. Maar het kan niet anders of enkele van die toppers zitten hier - zeker in het voorjaar - uit volle borst te fluiten. En eerlijk is eerlijk, daar kan ik toch ongelooflijk van genieten. Noem me een stadsnatuurliefhebber….

Utrecht

Vrijdag 25 maart 2011 - Met de gemeente Langedijk behoren Harry Katstra in Oudkarspel, uitgeverij Roodbont in Zutphen en Bureau Landbouw en Milieu (LaMi) in Utrecht tot mijn opdrachtgevers van het eerste uur. Ze waren er al, min of meer, toen ik ruim vijftien jaar geleden mijn eerste wankele schreden op het glibberige pad der freelance journalistiek, onzeker, naïef, mij niet bewust van de gevaren én kansen die….
Enfin.
Voor het LaMi-blad Aanjager maak ik al jaren zowel de teksten als de foto’s. Helaas is de frequentie in de loop der jaren teruggeschroefd van vier naar twee keer per jaar, maar laat ik het positief bekijken: dat betekent nog steeds dat ik twee keer per jaar de binnenlanden van Utrecht in mag om fruittelers en veehouders te interviewen. ‘Mag’, want laat ik er niet omheen draaien: ik vind Utrecht de mooiste provincie van Nederland.
Ik kan het scenario inmiddels wel dromen: vanuit Haarlem wurm ik me inwendig en soms ook hardop foeterend door het drukke verkeer op achtereenvolgens de A9, de A2 en de A12 en net als er helemaal klaar mee ben, mag ik bij Breukelen, Hoevelaken of Bunnik van de snelweg af. En dan voltrekt zich het wonder, ieder keer weer en zeker in het voorjaar: binnen vijf minuten bevind ik me in een heel andere wereld met kronkelige weggetjes, stille riviertjes, fraaie lanen, prachtige landgoederen, uitgestrekte of juist kleine bossen, boomgaarden, weilanden, knotwilgen en eeuwenoude boerderijen met moderne stallen erachter. “Nergens is het contrast tussen stad en platteland zo scherp als in Utrecht”, heb ik ooit opgetekend uit de mond van gedeputeerde Bart Krol en ik ben dat volmondig met hem eens.
‘Verloochen je als geboren en getogen Noord-Hollander je afkomst dan niet een beetje, Cees’, hoor ik u denken.
Nee. Ik vind vooral West-Friesland prachtig, maar die wind, hè.
Die eeuwige wind.

Handstand

Donderdag 24 maart 2011 - Deze week bezocht ik het ‘sportdomein’ van de Hogeschool van Amsterdam voor een dubbelinterview met rector (en oud-staatssecretaris van sport) Jet Bussemaker en domeinvoorzitter Jacomine Ravensbergen over de Olympische ambities van de onderwijsinstelling. In het magazine Sportief Amsterdam gaat het tweetal in op de betekenis van de drie sportieve speerpunten van de hoofdstad: ‘Amsterdam presteert’, ‘Amsterdam vitaal’ en ‘Amsterdam doet mee’.
Bussemaker is begin deze maand begonnen aan haar nieuwe functie als rector en de interviewafspraak is gepland direct aansluitend aan de kennismakende rondgang door het schoolgebouw aan de Dr. Meurerlaan, gevolgd door een informeel samenzijn in de hal. Voordat we het kantoor van Ravensbergen binnenstappen voor het interview, krijg ik een drankje van de buffettafel aangeboden. Ik ga voor een koel glas witte wijn. Dat is nog eens iets anders dan de gebruikelijke kop koffie of cappuccino. Misschien wel beter zelfs, getuige het vraaggesprek dat vervolgens soepeltjes verloopt.
De sessie wordt beëindigd met een korte fotoreportage, waarvoor fotograaf Peter Van Aalst al een aardige locatie heeft gevonden. Direct bij de deur van de grote turnhal tegenover de HvA-locatie wordt ons door een docent streng gewezen op ons schoeisel. Goed om te merken. Niks klassenjustitie, ook de schoolleiding moet op kousenvoeten de hal door om de nieuwe sportvloer te sparen.
Terwijl de fotograaf ons voorgaat naar een rij balken met sierlijk bewegende turnsters, vraagt de rector wat de bedoeling is met de toestellen. Voor ik het weet flap ik eruit: ‘Ik weet het niet precies, maar hoorde de fotograaf iets zeggen over een handstand…’ Het tweetal kijkt me ongelovig aan en hapt: “Ja dahááááág!!!” Aan zo'n vitale prestatie gaan ze echt niet meedoen. Hoeft natuurlijk ook niet. Het was maar een flauwe grap. Zal wel door dat wijntje komen...

Friesche Vlag

Vrijdag 18 maart 2011 - Sinds ik er achter ben gekomen dat ik geen verschil proef tussen koffie van Douwe Egberts Roodmerk en Kanis & Gunnink, is volle Friesche Vlag-koffiemelk het enige product dat ik altijd in huis heb omdat ik feitelijk niet zonder kan. Dat wil zeggen: koffie met een andere koffiemelk drink ik wel, maar de smaaksensatie die ik dan ervaar is niet te vergelijken met die van de twee koppen koffie waar ik iedere dag mee begin.
Zo beschouwd is het een ware revolutie in huize De Geus dat Friesche Vlag om voor mij volstrekt onduidelijk redenen de pakken volle koffiemelk van 467 ml uit de handel heeft genomen. ‘Hé, de koffiemelk is op’, dacht ik aanvankelijk nog, in de supermarkt, en toog huiswaarts met een flesje volle Friesche Vlag-koffiemelk. Een paar dagen later behielp ik me lichtelijk geïrriteerd met een bizar klein, haast vierkant pakje, dat ik me vaag van één of andere campingvakantie herinnerde. Tot overmaat van ramp kwam ik begin deze week per ongeluk thuis met een flesje Balance-koffiemelk van Friesche Vlag. Er zit nul procent vet in, maar daar staat tegenover dat je kop ochtendkoffie wordt gereduceerd tot een brouwsel dat iedere dag bij voorbaat kansloos maakt.
Ik heb me er inmiddels bij neergelegd dat pakken Friesche Vlag-koffiemelk van 467 ml niet meer in de handel terugkeren. Het moment om over te stappen op zwarte koffie kwam en ging. Ik drink inmiddels helemaal geen koffie meer, want: teveel gedoe.
En mijn koelkast, en daarmee mijn leven, zal nooit meer hetzelfde zijn.b

Krul

Donderdag 17 maart 2011 - Ik heb het denk ik van mijn moeder. De drang om alles zoveel mogelijk te plannen…. Ik heb een hekel aan het opportunisme van 'we kijken wel waar het schip strandt'. Ik wil controle houden. Zeker in drukke tijden (zoals nu) gonst het daardoor voortdurend door mijn hoofd. 'Als ik deze klus binnen deze tijd afrond, dan heb ik nog zoveel tijd voor die taak, om uiteindelijk vanmiddag nog aan die opdracht te kunnen beginnen, die ik dan morgen…' En zo gaat het maar door. Best lastig, want ook dat alsmaar doorrekenen van mijn beschikbare tijd, neemt weer kostbare minuten in beslag.
Wat me nog wel eens wil helpen is het opstellen van een lijst. Eenmaal op schrift, kan ik de planning namelijk iets gemakkelijker loslaten. Hoewel lijstjes maken zelf ook weer tijd kost. Voordeel is wel dat ik mijn complete planning niet meer onophoudelijk zit, loop, sta of ’s nachts lig te repeteren. In de ene kolom zet ik de taken, klussen en opdrachten, in de volgende kolom eventueel de deadline en de meest rechtse kolom laat ik blanco met als titel 'Gedaan?'.
Misschien een vreemde bekentenis, maar het geeft me zo’n voldaan gevoel om op de geprinte lijst achter één, twee of - nog mooier - drie taken een krul te zetten. Ook het schrijven van een blog staat deze week in mijn tabel. Hup, daar mag bij deze dus ook een krabbel achter…

Familieweekend

Donderdag 10 maart 2011 - De eeuw van mijn vader (Geert Mak), Het zwijgen van Maria Zachea (Judith Koelemeijer), Het pauperparadijs (Suzanne Jansen), Mijn verloren familie (Wayne Dielemans)…. Te boek gestelde familiegeschiedenissen zijn de laatste jaren populair. Alleen van ‘Het pauperparadijs’ gingen al ruim 200.000 exemplaren over de toonbank.
Aan de vooravond van het negentiende familieweekend van de kinderen van Jaap en Diny de Geus in Dirkshorn (plus aanhang), vroeg ik me af of er in mijn familie een boek zit. Vast wel, als je maar ver genoeg terug gaat in de tijd. De eerste ‘familieanekdote’ die me in dat verband te binnen schiet is de buitenlandse trip van mijn overgrootvader, eind jaren dertig van de vorige eeuw. Hij reisde af naar Duitsland om een jongetje terug te brengen dat een tijdje in Nederland had gelogeerd om op krachten te komen. Nadat hij zich wezenloos was geschrokken van de omstandigheden in het Derde Rijk in wording, keerde mijn overgrootvader terug met zowel het jongetje als zijn broertje.
Alleen dit verhaal kent al zoveel rammelende details die ik bij mijn vader moet checken, dat ik me voorlopig maar even gemakshalve beperk tot wat contemporary history: het familieweekend waar ik het net over had. We zijn er in 1992 mee begonnen en hebben toen meteen, zeven jaar voor het eerste (klein)kind werd geboren, afgesproken dat het altijd een exclusief weekend moest blijven voor vijf zussen en één broer en hun partners. Want geloof me: met (kleine) kinderen en/of ouders erbij krijg je een héél ander weekend, talloze families kunnen er vast knarsetandend over meepraten.
Wat ik tamelijk uniek vind is dat we het negentien jaar na die eerste sessie in Antwerpen nog steeds ieder voorjaar een weekend lang met elkaar uithouden, in een landhuis of boerderij ergens in Nederland. ‘Met elkaar uithouden’ is trouwens te negatief uitgedrukt: het zijn leuke weekenden. In de loop der jaren hebben we met elkaar een soort geschiedenis, traditie, modus, verstandhouding en routine opgebouwd die, weet ik bijna zeker, niet meer kan worden verstoord door een enkele scheiding of ruzie(tje) op z’n tijd. Wie weet houden we het vol tot er nog maar een van ons over is, al denk ik dat het tegen die tijd tamelijk naargeestige weekenden zijn.
Misschien zit dáár, in dat familieweekend, nu ik erover nadenk, wel een boek.

Dinsdag 8 maart 2011 - Ik geef niks om katten. Mijn onverschilligheid is nog niet zo erg, dat ik 'de enige leuke kat een dooie kat' vind. Die stelling is me iets te driest en klopt wat mij betreft ook niet. Sinds gisteren is mijn liefde voor één kat voor zover mogelijk nog verder opgebloeid. Ik doel niet op Garfield, Dikkie Dik of op de Rode Kater van Jan, Jans en hun kinderen. Het is een levende kat, of eigenlijk een live cat. Larry is zijn naam. Hij werd in de Melkweg weergaloos bezongen door zijn baasje Bill Janovitz, de frontman van Buffalo Tom. Bij de eerste aanslagen op zijn gitaar, zinderde het in de zaal. Er zijn blijkbaar meer fans die hoopten dat dit nummer op de playlist zou staan. Misschien een tikkeltje vroeg (voor een apotheose), maar daarom niet minder hartstochtelijk gebracht en enthousiast ontvangen. Vanaf 'When I sleep is when you rise' werd elke regel luidkeels meegezongen. Afgewisseld door de heerlijke gitaarlijnen van Janovitz. Alles klopte. Melancholie ten top. Het nummer eindigt met 'And now's the time friend of mine'. Welnu, Larry is ook een vriend van mij. Sinds gisteren definitief, voor eeuwig en altijd!

Houten Holland

Zaterdag 5 maart 2011 - Onder de slogan 'doorrammenbijdwdd' is Michiel Veensta een actie gestart tegen De Wereld Draait Door. Voor de 3FM-dj is het een ergernis dat bands slechts een minuut de tijd krijgen om live een nummer op te voeren. Op zijn blog http://weblog.michielveenstra.nl roept hij bands op om na die afgesproken minuut gewoon door te spelen. Bands die hieraan gehoor geven, krijgen in zijn radioprogramma een vol uur zendtijd. Een sympathieke actie, dacht ik toen ik het las. Ik ben het volledig met hem eens dat een uitsnede van slechts een minuut de artistieke waarde van een nummer geweld aandoet. Het excuus van DWDD dat tweehonderdduizend kijkers wegzappen bij de korte live optredens (en de inschatting van een half miljoen wegkijkers bij een nummer van vier minuten) vind ik slap. Ik snap dat het te romantisch is om op prime time een progamma te kunnen maken, zonder op kijkcijfers te letten, maar waarom dan die bands dan opvoeren, als veel kijkers het blijkbaar toch niet willen zien of horen?
Waarmee ik geen pleidooi houd om die live optredens dan maar helemaal te skippen. Integendeel. Het programma heeft talentvolle Nederlandse artiesten als Tim Knol, Moke, Rigby en Go Back to the Zoo toch onder de aandacht van het grote (al dan niet wegzappende) publiek gebracht.
Laten we het eens positief oppakken. Afgelopen week hield Matthijs van Nieuwkerk een gloedvol betoog om een Nederlandse Jools Holland te starten. Ik zou nu heel zuur kunnen opmerken dat dit wel een vreemd voorstel is uit de mond van een presentator die zelf toestaat dat een nummer na een minuut wordt afgekapt (dat doet Mister Jools namelijk never), maar nogmaals laten we het positief oppakken. De DWDD-voorman stelde zijn gast en muziekliefhebster Carice van Houten voor om het programma te presenteren. VARA pak dit formidabele format op. 'Houten Holland', als Nederlandse tegenhanger van Jools Holland. Een prachtige titel, toch? Ik kijk uit naar de eerste uitzending met Swelter, Ponoka, Cloudmachine en Arid (maken we er gelijk een co-productie van met de VRT). Bij toerbeurt live een volledig nummer spelen. Ik stel voor dat ze vooraf ook in DWDD aantreden. In dat geval mag het dan best als promootje van een minuut.

Houten tafelpoot

Vrijdag 4 maart 2011 – Dankzij het witte ‘konijn’ dat u, als u goed kijkt, op deze foto ziet, heb ik een karakterfout bij mezelf ontdekt. Dat zit zo. Het konijn maakt deel uit van een tweetal dat ik zeven jaar geleden heb gekregen van mijn zus Diana. Eén van haar eigen konijnen was ontsnapt, bleek gedekt door een haas (ja, dat kan) en had een heel nest ‘konaasjes’ op de wereld gezet. ‘Leuk voor de kinderen’, dacht ik, maar daar zijn we met z’n drieën in rap tempo van teruggekomen.
Al snel bleek namelijk dat er met de beste wil van de wereld geen land valt te bezeilen met de twee konazen, die zo schichtig zijn als de pest (vandaar natuurlijk het begrip ‘angsthaas’) en maar één doel in hun leven hebben: ontsnappen.
Van liefde of vertedering van onze kant was dan ook al snel geen sprake meer, maar toch verzorg ik onze konazen al zeven jaar goed. Voldoende gevarieerd en vers voer en water, op tijd het hok verschonen, dat werk. En nu kom ik bij mijn karakterfout: ik kan er niet meer tegen dat die stoïcijnse toewijding louter wordt beantwoord met pure, nergens op gebaseerde angst en schichtigheid. Na zeven jaar vluchten ze nog steeds het nachthok in als ik me alleen maar in de keuken vertoon.
Ik weet het, het zijn maar konazen, maar toch. De laatste tijd betrap ik mezelf steeds vaker op moordlustige gedachten. Het moment waarop ik schuimbekkend en gewapend met een fietsketting of een tafelpoot die twee rotbeesten achterna zit komt, vrees ik, steeds dichter bij. Ik weet bijna zeker dat ik er bij zal schreeuwen. “Zo. Ha. Nu hebben jullie tenminste een reden om bang voor me te zijn, gedegenereerde mormels! Hier! Hier zeg ik!”
En dan opeens op je schouder worden getikt door de Caviapolitie.

Mooie woorden

Dinsdag 1 maart 2011 - De vele reacties (!) op mijn vorige blog over het herlezen van ‘Het opperhoofd’, of beter gezegd, het niet herlezen van ‘Het opperhoofd’, inspireerden me tot een soort geestelijk experiment. Ik ben verzot op mooie zinnen, herlees te pas en te onpas boeken om me te verwonderen over- dan wel te laven aan hun schoonheid, maar opeens vroeg ik me af hoeveel van die mooie zinnen ik feilloos zou kunnen reproduceren zonder back-up. Dus zonder boek dat ik kan openslaan om mijn behoefte aan plotsklaps genot, want daar komt het wel zo’n beetje op neer, direct te bevredigen én te finetunen.
Komt-ie, in de wetenschap dat ik altijd al een beroerd geheugen heb gehad:

- ‘In het lichaam van Osewoud zaten meer kogelgaten dan er vingers zaten aan de handen van pater ….. (naam weet ik echt niet meer!)’. (Laatste zin van ‘De donkere kamer van Damocles’) ;
- ‘Iemand gooide een dode hond achter hem aan.’ (Laatste zin van ‘Under the vulcano’) ;
- ‘Deze, verdomd.’ (‘De verlossing’) ;
- ‘Het was wel degelijk haar dorp.’ (Laatste zin van ‘Villa des roses’) ;
- ‘Haveloos, als iemand die te voet uit Rusland is gekomen.’ (Eén van de romans van Elsschot, volgens mij ook ‘De verlossing’) ;
- ‘Bunny had dit gewild’, zei de rector, wat beslist niet waar was.’ (De verborgen geschiedenis. Een boek waar, vind ik, dankzij d1e prachtige vertaling van Barbara de Lange, heel veel mooie zinnen in staan, maar andere schieten me nu even niet te binnen.) Oh ja, toch wel, nog één: ‘Ze keek me met arendsogen aan, wat wel zo’n beetje het enige was wat me aan mijn vader kon doen denken, en dat deed het dan ook.’ ;
- ‘Het ene hart klopte niet meer, het andere nog ternauwernood.’ (‘Villa des roses’) ;
- ‘Ik denk wel eens: als ik er niet meer ben, wie zal er dan af en toe nog eens aan hem denken?’ (Laatste zin van het laatste essay in ‘Een grote bruine envelop’ van Karel van het Reve).

En zo kan ik nog héél lang doorgaan. In één van m’n volgende blogs zal ik de zinnen op een rijtje zetten zoals ze in werkelijkheid zijn. Dat kost wat moeite, maar je zult inmiddels begrijpen dat ik dat geen enkel probleem vind.
Overigens ben ik maar van twee zinnen zeker: ‘Het was wel degelijk haar dorp.’ En: ‘Deze, verdomd.’

Het opperhoofd

Vrijdag 25 februari 2011 - Arm, rijk, blank, zwart, agressief, vredelievend… Je kunt mensen op honderden manieren onderverdelen. Ik heb nog een tamelijk scherpe categorisering bedacht: je hebt mensen die boeken herlezen en je hebt mensen die dat niet doen. Anders dan bij arm en rijk is er nauwelijks een grijs middengebied: ik ken weinig mensen die heel af en toe een boek herlezen.
Zelf ben ik een fervent herlezer van boeken. ‘De verborgen geschiedenis’ van Donna Tartt heb ik al een keer of zeven gelezen. ‘Villa des roses’ van Elsschot? Minstens acht keer. ‘In koelen bloede’ van Capote: zeker vier keer. ‘Een grote bruine envelop’ van de onvolprezen Karel van het Reve: zes keer, minimaal. Een zekere beroepsdeformatie is me daarbij niet vreemd. Als ik een boek voor de tweede keer lees, ken ik de inhoud en het plot natuurlijk al. Het gaat me dan vooral om de stijl, om mooie zinnen, constructies, beschrijvingen en metaforen.
Om die reden zocht ik gisteren naar ‘Het opperhoofd’ van de Zweedse schrijver Per Wahloo, een roman die ik al een paar keer heb gelezen. Ik was opeens nieuwsgierig naar het eerste hoofdstuk. ‘Het opperhoofd’ begint namelijk met een lange beschrijving van de voorzitter van een voetbalclub en de materiaalman die in het materiaalhok of een kleedkamer, daar wil ik even van af zijn, de verwassen shirtjes van het eerste team aan het opvouwen zijn. Na een pagina of tien, twaalf volgt ongeveer deze zin: “Hij wipte de kroonkurk eraf, nam een grote slok bier, veegde zijn mond af en bood mij het flesje aan.” Al die tijd blijkt er een derde persoon aanwezig te zijn geweest in de ruimte. Als bij toverslag blijkt opeens dat ‘Het opperhoofd’ in de ik-vorm geschreven is.
Geniaal.
En nu komt het: ik kan het boek nergens vinden. Waarschijnlijk heb ik het uitgeleend. Vandaar deze blog: als ik ‘Het opperhoofd’ ooit aan je heb uitgeleend, wil je het dan teruggeven? Zo snel mogelijk, want dat heb ik met herlezen: dat moet meteen gebeuren, anders is mijn hoofd al snel gevuld met allerlei onvolledige alinea’s en zinnen. In dit geval knaagt het aan me dat ik de zin die ik hierboven krakkemikkig heb geformuleerd niet kan checken
En daarom: terug!
Nu!

Sportsponsoring

Woensdag 23 februari 2011 - Het logo van De Geus & Hartman siert het voetbalshirt met de verticale groene en witte banen van vriendenclub Drenthe United. Daarnaast hangt er een reclamebord van ons tekstbureau langs het hoofdveld van v.v.Dirkshorn. Werk heeft het ons nooit opgeleverd. Net zomin het Silver Membership bij HFC Haarlem ons ooit nieuwe opdrachtgevers heeft gebracht. Wel enkele memorabele avondjes, zelden na een zeldzame overwinning, meestal na een schlemielig weggegeven voorsprong.
Sportsponsoring voor een bedrijf van onze grootte is vooral een kwestie van goodwill of eigenlijk good feeling (dat we ergens ons steentje aan kunnen bijdragen). Geld leverde het dus niet op, maar wel onbetaalbare herinneringen. Mijn compagnon heeft de meest dierbare aan Dirkshorn, waar hij voor het eerst zijn noppen in het veld trapte. Persoonlijk denk ik met het meeste plezier terug aan Drenthe United. Dat gevoel wordt nog versterkt als ik net weer een ploeggenoot heb gesproken.
Zoals gistermiddag. Onder de koffie hadden we de eerste snode plannen voor het zestiende Gladiolentoernooi in juni alweer gesmeed. Als enige club miste onze gelegenheidsformatie nog geen enkele editie. Dit jaar is De Valken in Valkenburg gastheer. Ons evenement begint vrijdagmiddag al, met een lunch in Leiden, zo hebben we besloten. Binnenkort boeken we voor de zekerheid alvast een hotel en verder hopen we op lekker terrasweer. Verder was het geweldig om ze onder het genot van een fles Grolsch weer op te rakelen, die anekdotes over voorgaande toernooien: Sexbierum (de hele kantine zingend op de tafels), Lemele (de halve kantine buikschuivend over de tafels), Dirkshorn (jubileum uitmondend in waar dorpsfeest), Utrecht (slechtste voorbereiding op toernooi ooit, maar ook de allergezelligste) en Waarland (groots zondagochtendontbijt bij jarige gastvrouw). Pratende voort stak de Gladiolenkoorts alweer de kop op.
Nog even terug naar de eigenlijke reden voor mijn bezoek aan een Drentse ‘gladiolator’: een mogelijke redigeerklus voor het jubileumboek van HODO (het cluppie in Hollandscheveld van meerdere Drentse selectiespelers en ooit ook gastheer van het Gladiolentoernooi). Zou sportsponsoring ons nu dan eindelijk…?

Het einde der tijden

Vrijdag 18 februari 2011 - Een jongen uit de klas van mijn zoon is vorige week naar Spanje geëmigreerd. Of verhuisd, zo u wilt, want het is tenslotte binnen de Europese Unie. Tot zover niets bijzonders, maar nu komt het: ze hebben voor het Iberisch Schiereiland gekozen omdat ze er heilig van overtuigd zijn dat de wereld in december 2012 vergaat en willen honderden meters boven N.A.P. zitten als de vernietigende vloedgolf zich eind volgend jaar aandient.
Op zich valt het in ze te prijzen dat ze geen halve maatregelen nemen: ze hadden in november 2012 ook tijdelijk in een caravan in Zuid-Limburg kunnen gaan zitten.
Tot zover echter het positieve gedeelte, want op het schoolplein werd de afgelopen maanden vooral lacherig gedaan over het heilige geloof van de familie in kwestie in de Maya-kalender.
En toch.
Gisteren vroeg ik me af hoe ik zou reageren als het in de eerste week van december 2012 opeens, als bij toverslag, van de ene op de andere dag kiezelhard en onafgebroken begint te regenen. Rivieren beginnen over te stromen, steden komen blank te staan, tsunami’s beuken op kusten, in Nederland komt een chaotische vluchtelingenstroom richting het zuidoosten op gang.
Mezelf kennende probeer ik de situatie zo lang mogelijk te relativeren. “Het valt allemaal wel mee, morgen breekt de zon vast door, je zult zien, over een paar dagen lachen we hier om…” Dat werk. Maar hoe lang hou ik dat vol als de regen maar blijft neerkletteren? Drie dagen? Een week?
Zover zal het wel nooit komen.
Toch?

Later als ik groot ben...

Dinsdag 15 februari 2011 - Luuk zit met een beker melk en twee plakken ontbijtkoek met boter op de bank, als hij me vanochtend vraagt: “Pap, hoe oud ben ik, als jij met pensioen gaat?” Na enig rekenwerk komen we samen uit op 31 jaar. “Mag ik dan in jullie kantoor werken?”
Tsja, wat kan ik op zo'n moment anders dan breed glimlachen? Natuurlijk mag hij dat! “Je mag ook eerder bij Cees en mij komen werken hoor.” Het aanbod zet mijn zoon aan het denken. “Dan zijn jullie zeker de baas?” Dat staat hem zichtbaar minder aan. Prachtig, nu al die hang naar onafhankelijkheid. Ik snap dat wel. Hij wil op kantoor natuurlijk kunnen doen en laten wat hij zelf wil. Alleen al ons tafelbiljart (is echt iets anders dan een biljarttafel, maar dit terzijde) heeft een enorme aantrekkingskracht. Dat geldt overigens voor elk kind dat hier een voet over de drempel zet.
Terug naar de toekomstplannen van mijn zoon. Laatst zag hij op televisie Tom Egbers met microfoon in een stadion staan en maakte spontaan bekend: “Ik wil later ook journalist worden.” Op de vraag naar het waarom, reageerde hij met: “Dan kan ik lekker altijd gratis naar voetbalwedstrijden toe.”
tsHoewel werken bij Studio Sport vast iets meer inhoudt, gun ik hem voor nu dit ideaalbeeld. Misschien wel, omdat ik het echt leuk zou vinden als hij daadwerkelijk sportjournalist wordt. Zoals mijn vader ooit misschien wel hoopte dat ik onderwijzer zou worden. Of het hem heeft teleurgesteld dat ik het na één jaar Pabo voor gezien hield (omdat ik de tweede keer wel werd ingeloot voor de journalistieke academie in Kampen), weet ik eigenlijk niet. Ik vermoed van niet...
Heeft ook alles met verwachtingen te maken. Die moeten gewoon niet te hooggespannen zijn. Dat weet ik zelf ook best, maar ik zit nu op kantoor onwillekeurig toch te kijken waar we het bureau van Luuk straks het beste kunnen neerzetten.

Radio days

Donderdag 10 februari 2011 - Luisterend naar Kink FM, de alternative Music-zender die m’n werkdagen in de Jansstraat van een aangename soundtrack voorziet, moest ik opeens denken aan mijn jaren in de bollenschuur van de firma H. Frans & Zn. in Groenveld.
We schrijven de jaren tachtig van de vorige eeuw. De ontvangst van de piratenstations in de omgeving was slecht, commerciële zenders waren er nog niet en dus stonden de radio’s in de schuren en de trekkers de hele dag afgestemd op Hilversum 3 (in 1985 omgedoopt in Radio 3). Ik weet volgens mij zelfs de verticale programmering nog: op maandag de AVRO, op dinsdag de VARA, op woensdag de KRO, op donderdag de TROS, op vrijdag Veronica en op zaterdag de NCRV.
Als ik ’s ochtends wakker werd en me opmaakte voor een stoffige dag achter de sorteermachine of in de spoelsloot dacht ik: leuk, vrijdag, vandaag Veronica op de radio. Of: mmm, donderdag, de TROS vandaag. Adje Roland. Vijftig pop of een envelop. Tom Mulder. Moet ik nog meer zeggen?
Het absolute dieptepunt was de NCRV op zaterdag. Ruim 25 jaar later kan ik me nog steeds de diepe neerslachtigheid en gelatenheid voor de geest halen waarmee het luisteren naar de NCRV op Hilversum 3 gepaard ging. Eerst, van zeven tot negen uur, had je Rabarbara, een soort kleuterprogramma. Dan een uurtje gospel. Dan Popshop / The Magic Friends, met het onbeschrijfelijke duo Sjors Fröhlich en Peter Plaisier, dan de - eerlijk is eerlijk - populaire Los Vast Super Spektakel Live Show. Of zoiets. Aan het eind van de dag waar maar geen eind aan leek te komen, was er nog een sportprogramma waarin veel aandacht werd besteed aan het zaterdagvoetbal. De rest heb ik verdrongen.
Ik moest bijna altijd werken op zaterdag, eerst als scholier en later – toen ik was uitgeloot voor de School voor de Journalistiek – anderhalf jaar in vaste dienst, en sindsdien, door die Radio Days, is het heel erg mis tussen de NCRV en mij. Zo erg zelfs dat ik bang ben dat het nooit meer goed komt.
Heel af en toe, als een donderslag bij heldere hemel, vanuit het niets, kondigde de NCRV-presentator op zo’n wezenloze zaterdag opeens een goed nummer aan. Soms zelfs een nummer dat hoog in de Top 40 stond. Dan stootten we elkaar verbaasd aan of schreeuwden naar elkaar door de schuur of over het land.
Twee goede nummers achter elkaar heb ik nooit gehoord.
Op zaterdag.
Bij de NCRV
Op Hilversum 3.

Horen & zien

Maandag 7 februari 2011 - Ik loop voor een paar kleine boodschappen even de stad in. Blijft toch een van de vele voordelen van een kantoor midden in het centrum. Op de Grote Markt staan de laatste kramen van de maandagochtendmarkt. In het midden van het plein schijnt een fel licht. Met lampen, geluidshengels en reflectieborden is een groepje technici bezig met de voorbereidingen voor de opnamen van een reclamefilmpje van Beter Horen. De hoorspecialist, die in eerdere spotjes al Luis Suarez (“irritante fluittonen”) en Marijke Helwegen (“niet meer zo piep”) in zijn winkel kreeg, is er nu met een geluidswagen op uit getrokken om Nederland nogmaals op te roepen tot een hoortest.
De reclamemakers gingen deze keer dus op locatie en kozen voor Haarlem. En da’s niet voor niks. Zelfs op een grauwe dag als deze, behoudt de stad haar ambiance. Zoiets trekt creatievelingen. Al vele films, reclamespotjes en jeugdseries zijn in Haarlem opgenomen. Zelfs ons eigen kantoor aan de Jansstraat werd al eens enkele dagen geannexeerd door een grote crew, voor het maken van een jeugdfilm. En ook 'Levenslied', de nieuwe televisieserie van de NCRV, is één groot 'raad je plaatje' voor de kijkers die Haarlem een beetje kennen.
In deze blog hebben we wel vaker de loftrompet over Haarlem getoeterd. Haarlem mag gezien worden. Wat mij betreft kunnen we dat geluid niet vaak genoeg laten horen.

Rustige ochtendspits

Woensdag 2 februari 2011 - Naar verluidt ontstond de eerste file in Nederland op 29 mei 1955 spontaan voor knooppunt Oudenrijn bij Utrecht. Getuige de foto bij deze blog was het een bezienswaardigheid. Inmiddels is het nieuwtje er wel af. Honderdduizenden Nederlanders nemen de dagelijkse ochtend- en avondspits voor lief. Best mogelijk dat het went, als je iedere dag naar kantorenpark Plaspoelpolder of Papendorp moet, maar ik heb daar geen ervaring mee en voel me iedere keer weer een beetje geschoffeerd als ik m’n rempedaal in moet trappen voor een al dan niet onverwachte file.
Mede daarom kan ik maar niet wennen aan het opgewekte toontje van de ANWB-medewerkers die op de radio voorlezen waar de files staan. Let maar eens op. In de beste traditie van de mensen aan de knoppen van de voormalige Sovjet-Unie, die ieder probleem ontkenden of toch op z’n minst bagatelliseerden, valt bijna iedere ochtend- of avondspits mee. “Het is een rustige avondspits….” – “De drukte op de weg valt mee…”- “Ondanks de regen staan er betrekkelijk weinig files op de Nederlandse wegen…” Dat soort praat.
Ik kan het niet bewijzen maar weet bijna zeker dat er ooit, na overleg met het ministerie van Verkeer en Waterstaat, op de ANWB-burelen een oekaze is rondgegaan met nauwkeurige instructies over de manier waarop de files moeten worden voorgelezen. Relaxed. Opgewekt. Met af en toe een kwinkslag tussendoor. Ter inspiratie is bij die gelegenheid misschien wel via intranet de blikkerige toespraak van Colijn uit 1936 uit afgespeeld: "Ik verzoek den luisteraars dan ook om wanneer ze straks hunne legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als ze dat ook andere nachten doen. Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn."

(Even een nuancerende tussenopmerking: het zijn maar files, hè?)

Maar aangespoord door het succes (honderdduizenden automobilisten die met een apathische glimlach achteraan sluiten in file!), sluit ik niet uit dat er binnenkort ook een geruststellende, relativerende toon sluipt in de nieuwsberichten die op de radio worden voorgelezen:
- “In Rotterdam is bij de jaarwisseling voor vijf miljoen euro schade aangericht. Dat is twee ton minder dan vorig jaar. Burgemeester Aboutaleb is dan ook opgetogen over…”;
- “Volgens het VARA-programma Vroege Vogels zijn er vorig jaar wereldwijd 780 diersoorten uitgestorven. Twee jaar geleden waren dat er nog 785. De biodiversiteit gaat dan ook steeds minder hard achteruit, vindt WNF-directeur…” ;
- “In 2010 stond er in totaal 560.456.981 kilometer file in Nederland. Dat is slechts 5.670 kilometer meer dan in 2009.”

Held(en)

Zondag 30 januari 2011 - Afgelopen zaterdag brachten we met zijn tweën een bezoek aan Tata Steel Chess in Wijk aan Zee. Zoon Luuk is – mede door zijn leermeester Jeronimo van der Star – dol op het spel en wilde graag de beste schaker van de wereld eens in het echt zien. Voor hem is dat onbetwist Magnus Carlsen. De Noorse jongeling zal het prestigieuze toernooi dit keer niet winnen, maar dat maakt Luuk niet uit.
Hoewel hij meerdere malen erkende veel te kunnen leren van de analyses in de tent op de dorpsweide, konden de praatjes van analist Hans Böhm hem maar matig boeien. Zo bleek ook uit zijn eerlijke vraag: ‘Waar kunnen we de echte schakers zien?’ Het antwoord dat ze op de grote schermen aan de rand van het analysepodium steeds voorbij kwamen, was onbevredigend. Zo kan ik thuis ook kijken, leek hij te denken.
Een half uur later in sporthal De Moriaan was het dan eindelijk zo ver. Luuk kronkelde zich tussen het publiek door richting de arena van de grootmeesters. Na enig speuren herkende hij Carlsen. Gebiologeerd bleef mijn zoon aan de balustrade naar hem staan kijken. Carlsen had uiteraard alleen maar aandacht voor de stukken voor hem op het bord.
Ik vond dat een mooi beeld, die zuivere interesse in het spel. En net als bij zijn liefde voor het voetbal (specifiek dat van Ajax) hoop ik niet dat hij er zelf echt zo goed in wordt als zijn helden. Waarom niet? Allereerst omdat het zo eenzijdig is. Maar ook een beetje, omdat ik zelf die held wil zijn. Nu ik gestopt ben bij Geel Wit, zijn mijn voetbalkunsten op het veld naar de achtergrond gedrongen (gelukkig maar!). En in het café van De Moriaan verloor ik kansloos een potje schaak van Luuk. Op beide vlakken lijkt progressie voor mij uitgesloten.
Rest nog de journalistiek. ‘Maar dat is toch gewoon wat praten met mensen en dat dan opschrijven...?,’ meende Luuk laatst . Hoewel een beetje minimalistisch samengevat, zat hij daarmee eigenlijk helemaal niet zo ver van de waarheid af. Ik kan dat wel waarderen, een beetje relativeren. Zo worden de rollen langzaam omgedraaid. Door… ja, door mijn held.

De allermooiste

Donderdag 27 januari 2011 - Met behulp van een apparaatje met een uitstekende prijs/kwaliteit-verhouding (leve de Aldi!) is mijn vader momenteel in Dirkshorn zijn enorme diacollectie aan het digitaliseren. Ik schat dat zijn vader (mijn opa) en hij in totaal 5.000 dia’s hebben gemaakt. Van alle dia’s die hij tot dusver heeft vereeuwigd, want daar komt digitaliseren toch wel zo’n beetje op neer, vind ik dit de allermooiste.
Ik denk dat hij eind jaren vijftig is gemaakt door mijn opa. In het midden, met het rode dak, is het huis te zien waarin mijn ouders anno 2011 nog steeds wonen. Inmiddels wordt het echter goeddeels aan het zicht onttrokken door twee majestueuze kastanjebomen, die begin jaren zestig zijn geplant door oom Gert. Naast de schuur rechts van het huis ligt een stapel koolbladeren. Tegen de voorgevel van de schuur staat een witte solex of een witte damesfiets, dat kan ik niet goed zien.
De gereformeerde kerk met zijn sigaarvormige toren is nog klokloos: vanwege het koper dat er in zat werd het uurwerk in de Tweede Wereldoorlog, een slordige vijftien jaar voor deze dia werd gemaakt (!), ontmanteld door de Duitsers.
Uiterst links is het rieten dak te zien van de boerderij van de familie Levendig, die het begin markeerde van het ‘postenpad’ van Dirkshorn naar Tuitjenhorn dat volgens mijn vader wel een dozijn bruggen telde.
En dan heb ik het natuurlijk nog niet eens gehad over het aller-, aller-, allermooiste detail van deze dia dat u ongetwijfeld als eerste was opgevallen.

Uitzondering

Woensdag 26 januari 2011 - Ik had Ruud van Nistelrooy altijd hoog zitten. Hij leek zich niet schuldig te maken aan het opportunisme en egoïsme die de voetbalwereld zo kenmerkt. Het is ook een speler die sympathiek overkomt en die op een vraag van een journalist niet plichtmatig en klakkeloos een door een pr-adviseur voorgekookt antwoord oplepelt. Geen onbelangrijke eigenschap, vind ik beroepshalve.
Ik herinner me een bezoek van Wilfried de Jong aan Madrid voor het programma Holland Sport, waarbij het tweetal op een trapveldje enkele van Van Nistelrooy's mooiste treffers naspeelde. Puur en ontwapenende televisie leverde dat op. Nu vind ik De Jong sowieso een meester in het creëren van een originele setting, waardoor sporters meer van zichzelf laten zien. Ook een autorit van zijn woonhuis, dwars door het Engelse heuvellandschap naar het trainingscomplex van Manchester United, staat me wat dat betreft nog scherp op het netvlies. Van Nistelrooy is een dankbare 'hoofdrolspeler' voor zulke items, omdat hij meer heeft te vertellen dan de meeste van zijn collega's. Mark van Bommel is er ook zo één, zij het ogenschijnlijk wel iets stugger in de omgang. Rafael van der Vaart kan het soms ook en vroeger was ik altijd wel benieuwd naar de mening van Frank en Ronald de Boer.
Maar zoals ik in mijn eerste zin al een beetje liet doorschemeren, Van Nistelrooy is inmiddels wel in mijn achting gedaald. Misschien zelfs wel van zijn voetstuk gevallen. De spits van HSV is razend, omdat hij van de Hamburgse clubleiding in de winterstop niet naar Real Madrid mag terugkeren. Ik was sowieso al verbaasd door de interesse van Mourinho (niet om de kwaliteiten van Nederlandse spits, maar omdat de Koninklijken hem een jaar geleden vanwege zijn leeftijd absoluut niet meer konden gebruiken), maar vooral door de schaamteloze gretigheid waarmee Van Nistelrooy zich het hoofd op hol liet brengen. Waar was de dankbaarheid gebleven voor het vertrouwen dat de Duitse club vorig jaar in hem stelde ? “Het is triest, want HSV weet niet wat ze Ruud met deze beslissing aandoet?”, jammerde zaakwaarnemer Rodger Linse in de media. ‘Wat dan?’, vraag ik me af… Of is het: “…wat HSV Rodger aandoet?” Zo’n transfer levert toch weer tekengeld op en daarmee inkomsten voor de zakelijke tussenpersoon.
Hoe dan ook blijft Van Nistelrooy zelf verantwoordelijk voor zijn daden. De column van Nico Dijkshoorn vorige week in VI was me uit het hart gegrepen. De strekking van zijn verhaal: prima dat voetballers schaamteloos hun zakken blijven vullen, maar val ons niet meer lastig met mooie praatjes over de liefde voor een club, een stad of een land. Inderdaad, dan moet het maar zo! De berichten vandaag in de media over de mislukte transfer eindigen met de opmerking van Linse dat Van Nistelrooy zijn aflopende contact door de hele affaire niet meer wil verlengen. Misschien is dat voor HSV maar beter ook.

Het bunder

Vrijdag 21 januari 2011 - In april 2009 verscheen bij Uitgeverij Gopher mijn debuutroman ‘Het Bunder’. Dat klinkt heel stoer, maar in feite heb ik het boek deels in eigen beheer uitgebracht omdat ik geen uitgever kon vinden die het helemaal op eigen houtje aandurfde (lees: die het goed genoeg vond). Van mij geen kwaad woord over Gopher: ik had een aardige en capabele redacteur, Nicole Edens, de cover van ‘Het Bunder’ ziet er mooi uit en er staan maar een paar tikfouten in, er vond een geslaagde presentatie plaats in café d’Olde Smidse in Schagen en mede dankzij de nodige aandacht in de regionale media verkocht de roman in 2009 best goed.
En toch zou ik het, denk ik, niet nog een keer op die manier doen. Boeken die via Gopher verschijnen zijn namelijk alleen via internet te koop. Voor zover ik weet, ligt ook ‘Het Bunder’ fysiek alleen in enkele boekhandels rond Schagen. Als je ‘Het Bunder’ intikt op Google kom je, behalve op een vernietigende recensie van ene Johan Weerkamp, op minstens een half dozijn sites die de roman in de aanbieding hebben. Nou ja, juist niet in de aanbieding: de prijs is altijd € 22,90 (exclusief verzendkosten). Dat is geen prijs waarvoor je ‘m achteloos toevoegt aan je virtuele winkelmandje.
Als je een roman uitgeeft via Gopher kun je rond de presentatie in korte tijd veel publiciteit genereren, die je meteen terugziet in hoopgevende verkoopcijfers. Daarna daalt echter een grote stilte in die, zag ik gisteren aan het overzicht van de royalties over het eerste halfjaar van 2010, onvermijdelijk resulteert in ontmoedigende verkoopcijfers. Dat mechanisme kun je volgens mij alleen doorbreken door zo’n goed boek te schrijven dat er op internet een soort buzz ontstaat die resulteert in aanhoudende publiciteit en een run op de roman. Maar, en nu ben ik er: als een boek zo goed is, hoef je het vast ook niet deels in eigen beheer uit te geven.
Kortom, Johan, ik weet wat me te doen staat: een goede roman schrijven. En als ik ooit nog eens een mediator nodig heb, reken ik er op dat ik tegen een gereduceerd tarief een beroep op je mag doen…

Gelijkgestemden

Donderdag 20 januari 2011 - Sodajerk! Ze komen weer naar Nederland. Op 7 maart naar de Melkweg om precies te zien. Mijn helden van Buffalo Tom. Of eigenlijk ónze helden. Samen met een vast groepje fervente BT-aanhangers houd ik gedisciplineerd de live-agenda van de gelegenheidsrockers uit Boston in de gaten. Elk Europees bezoek de laatste jaren, heb ik ze één keer mogen zien en beluisteren. Want gelukkig nemen ze ook altijd Nederland in hun korte tourschema’s op. In verschillende samenstellingen deinden we mee in de W2 in Den Bosch, in het Burgerweeshuis in Deventer en (al eens eerder) in de Melkweg in Amsterdam.
Het mooiste, maar dan ook echt aller-aller-mooiste optreden vond plaats in de bijna prinselijke concertzaal Vooruit in Gent (zie ook mijn voorkeur). Tijdens dat 'levende' BT-debuut kreeg mijn toch al grote liefde voor hun melodieuze gitaarrock vleugels met de spanwijdte van een albatros.
Wat het precies is, weet ik niet. De energieke zang van Bill Janovitz is in elk geval een belangrijk ingrediënt. Het stemgeluid zit ongetwijfeld opgesloten in de genen, want als broer Paul (voormalig Cold Water Flat) zijn mond opentrekt, kruipt het kippenvel me ook over het lijf.
Tijdens onze buitenlandse werktrip in 2007 naar de Verenigde Staten – op zich zelf al een hoogtepunt – sprong de persoonlijke ontmoeting met de frontzanger van Buffalo Tom er voor mij bovenuit. In het gesprek van ruim anderhalf uur sprak Janovitz openhartig over zijn dilemma’s als deeltijd-muzikant. Sinds enkele jaren verdient hij de kost als makelaar in de staat Massachussets. Wat niet wil zeggen dat muziek voor hem bijzaak is. Het interview is uiteindelijk geplaatst in het muziekblad Heaven (Cees verzorgde vakkundig de fotografie; zie ook bovenstaande foto).
Op zijn persoonlijke blogspot ‘Part Time Man of Rock’ (kijk vooral eens naar CoTW 90 - Kitchen Door) voegt Janovitz wekelijks minimaal één live ingezongen nummer toe. De ene keer een cover, de andere keer een akoestische versie van eigen werk. Stuk voor stuk zijn het juweeltjes, vind ik. En da’s mijn onbescheiden mening…
Waar ik anders vol overgave de rol van muzikale zendeling op me neem, om anderen te overtuigen van mijn smaak, heb ik die drang bij Buffalo Tom totaal niet. Waarschijnlijk is de band me te dierbaar om relativerende opmerkingen of (nog erger) kritische noten te kunnen verteren. In de Melkweg loop ik dat risico niet, in het prettige gezelschap van in elk geval nog vier gelijkgestemde BT-aanhangers. Nog 46 nachtjes slapen. Ik kan eigenlijk al niet meer wachten…

Carrière

Dinsdag 18 januari 2011 - Vorige week donderdag hadden we onze Nieuwjaarsborrel, annex ‘office-warming’. De opkomst was goed, zowel kwantitatief, als kwalitatief. Een gemêleerd gezelschap had aan het eind van de middag de weg naar de Jansstraat 46 weten te vinden. Daar stonden we dus mooi an met opdrachtgevers, (oud-)collega’s, vrienden en familieleden.
Voor de gelegenheid draaide op de beamer een powerpoint met de opdrachtgevers van 2010. Dat leverde – al zeg ik het zelf – best een aardig en gevarieerd overzicht op van het werk dat we vorig jaar hebben verzet. Uiteraard blijven we dat ook in 2011 graag doen. De eerste voortekenen wijzen wat dat betreft al in de goede richting. We zijn druk bezig met de Haagse editie van uitgeverij ‘Nederland wordt anders’, het Stivas Magazine 10 staat in de steigers, de interviews en fotografie voor het bedrijfsblad Flits zijn uitgevoerd, de eerste ideeën voor het jaarverslag SSL krijgen vorm, terwijl we morgen de inhoudsopgave van Amsterdam Sportstad met de gemeente doornemen.
Weer genoeg bedrijvigheid dus aan de Jansstraat, waar we sinds de borrel donderdag enkele leuke en toepasselijke geschenken rijker zijn: twee taaie kamerplanten (“zijn echt haast niet dood te krijgen krijgen, ook niet door jullie…”), een Beddenracespel (“ik had toevallig nog een stapeltje liggen...”), een fles Corsendonk (“daar weten jullie vast wel raad mee...”) en een goudkleurige lijst met een wijze spreuk. Vooral het laatste aandenken doet bij ons de mondhoeken omhoog krullen. Het is een rake typering, die wel past bij De Geus & Hartman. Want we kunnen nog zo druk doen, een beetje relativeren op z'n tijd kan geen kwaad...

Bijzondere stad

Vrijdag 14 januari 2011 - Het is een bijzondere stad, en dat is het. Vrij naar Dik Trom was dat zo’n beetje de strekking van het voorwoord dat ik als hoofdredacteur heb geschreven voor ‘Rotterdam wordt anders’, een magazine over de (stedelijke) ontwikkeling van de Maasstad waar Bert in zijn blog zo gloedvol over schreef.
Ik borduur daar even op voort, want ik heb wat met Rotterdam – de stad met het meest turbulente recente verleden én, in het verlengde daarvan, met de mooiste skyline van Nederland. “Ik ken veel aardige Rotterdammers, Jeen”, zei ik onlangs, toen mijn zoon het weer eens over ‘Rotterdom’ had.
Maar ter zake. ‘Rotterdam wordt anders’ is deze week gepresenteerd op de nieuwjaarsbijeenkomst van Rotterdam Central District (RCD). In het magazine stond onder andere een met allerlei fraaie artist impressions geïllustreerd artikel van acht pagina’s over de opzienbarende ontwikkelingen in het stationsgebied. In ruil voor deze free publicity mocht bladmanager Rob Buchel het magazine op de nieuwjaarsbijeenkomst persoonlijk overhandigen aan burgemeester Aboutaleb.
Wij heen.
We vertrokken om 16.30 uur uit Haarlem. Het goot van de regen. Mede daardoor was er tussen Haarlem en Rotterdam in feite sprake van één lange file, die we op achtereenvolgens de A9, de A5, de A4 en de A13 keurig uit hebben gezeten. Op de nieuwjaarsbijeenkomst in het Rotterdamse grand café Engels kwamen en gingen de momenten waarop Rob het magazine had kunnen overhandigen aan Aboutaleb, maar er kwam geen seintje van de organisatoren van Rotterdam Centraal District en zomaar het podium opstappen doe je niet.
Als bij toverslag was de burgemeester vrijwel direct na zijn toespraak vertrokken. Voor alles bezoekers van de nieuwjaarsbijeenkomst was er een exemplaar van ‘Rotterdam wordt anders’. “Helemaal vergeten, excuses”, zei de RCD-voorzitter na afloop. “Teleurgesteld, mannen?” informeerde een ander bestuurslid belangstellend.
“Wij hebben alles gedaan wat we hebben beloofd, Rob”, zei ik een uur en vier bier later.
Op de terugweg was er geen file.

Kleur bekennen

Maandag 10 januari 2011 - Mijn volgers op Twitter hebben al kunnen lezen dat ik zaterdag heb geklaverjast. En ook dat ik succesvol was (misschien kinderachtig om dat te melden als 42-jarige man, maar ik vind het gewoon leuk om te pronken met die fijne eerste plaats). Tussen de drie ‘boompjes’ door kreeg ik een persoonlijk tweet van een oud-collega die hoopte dat we wel kaartten volgens de Rotterdamse spelregels.
Grappig vind ik dat, of eigenlijk kenmerkend. Ik geloof namelijk niet dat een aanhanger van de Amsterdamse spelvariant (die we zaterdag in Eenigenburg volgden) bij een ander gezelschap ooit zou informeren of ze wel volgens zijn of haar opvattingen zouden spelen. Ten eerste omdat ‘onze’ variant veel meer wordt gespeeld (volgens Wikipedia is de Rotterdamse variant vooral gemeengoed in Zuid-Holland, Zeeland en het westen van Noord-Brabant), ten tweede omdat het de spelers meer speelruimte biedt en ten derde omdat wij ‘Amsterdammers’ niet lijden aan een minderwaardigheidsgevoel.
In de voetbaltweestrijd merk ik dat ook herhaaldelijk. Wat een leedvermaak als Ajax twee keer wordt gedeclasseerd door Real Madrid in de Champions League of punten verspeelt in de Eredivisie. Zelf kijk ik echt niet handenwrijvend toe als Feyenoord het moet doen zonder Europees voetbal, een slechte seizoensstart heeft of met dubbels cijfers van PSV verliest. Veel zinniger vind ik het om de directe concurrentie in de gaten te houden. Als PSV, FC Twente, AZ en FC Groningen punten verliezen is dat relevanter voor de titelkansen van Ajax dan de uitslagen van Feyenoord (dit is echt geen sarcastisch geintje, ik meen het!).
Bij het samenstellen van het plaatje bij deze blog heb ik bewust het Rotterdamse stadswapen links geplaatst. Anders zou me dat vast op vermanende woorden komen te staan vanwege vermeende vooringenomenheid of misplaatste Amsterdamse bluf. Mijn tweets en blogs met een verwijzing naar Amsterdam en/of Rotterdam leverden tot nu toe ook steevast venijnige reacties op.
Tenslotte wil ik nog opmerken dat ik de deviezen van beide steden op zijn zachtst gezegd typerend vind. 'Sterker door strijd' van Rotterdam staat voor het gevecht tegen andere machten en krachten (met name die van Amsterdam). ‘Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig’ gaat meer uit van de eigen macht en kracht.
Zo! Ik heb kleur bekend. Aan de lezer de beurt om deze slag te overtroeven.

The big bang theory

Vrijdag 7 januari 2011 - Magisch moment: mijn 11-jarige dochter Leah en ik barsten donderdagavond tegelijk in lachen uit toen in de sitcom The Big Bang Theory (Veronica, op werkdagen van 20.00 tot 20.30 uur) dr. Sheldon Lee Cooper opeens verkleed in een vuurrood Spider Man-pak (?) door het beeld stuiterde. Hij had voor het eerst van zijn leven koffie gedronken en was daar, om met Leah te spreken, ‘behoorlijk hieperdepieper van geworden’.
Als fervent televisiehater durf ik bijna niet toe te geven: in korte tijd ben ik verslingerd geraakt aan The Big Bang Theory, een sitcom over vier ongelofelijke nerds en hun aantrekkelijke maar niet al te intelligente buurvrouw. De serie is in de Verenigde Staten een enorm succes en doet het ook in Nederland erg goed. In zijn rol van de extreem intelligente én neurotische Sheldon vind ik vooral acteur Jim Parsons heel sterk. Ook de andere personages zijn zo goed dat ook Leah er hard om moet lachen, al snapt ze de helft niet van wat Sheldon allemaal delibereert (ikzelf trouwens ook niet).
En Jeen, die om 20.00 uur naar bed moet, ondertussen maar roepen vanuit zijn slaapkamer: “Wat is er? Waarom lachen jullie?”

(Oh ja, Antwerpen… Ik wil 2011 zonder losse eindjes beginnen en moet dus nog even melden dat het niet is gelukt om in de laatste week van 2010 de stad van Elsschot te bereiken. Jeen en ik zijn niet verder gekomen dan Amsterdam, waar we onder andere de reclametentoonstelling in de Beurs van Berlage, het Bijbels Museum en de Burger King hebben bezocht.)

Enveloppen

Donderdag 6 januari 2011 - Als ik al niet uit mijn winterslaap, euh, winterreces zou zijn ontwaakt, dan is er wel die alom gevreesde ‘dienst’ die me op een ontnuchterende wijze weer de harde zakelijke werkelijkheid heeft ingetrokken. In amper drie weken tijd heb zeker vijftien brieven van ze mogen ontvangen. Soms om de dag één of twee. Vanmiddag lagen er zelfs drie op de mat.
Voorlopige aanslagen, terugvorderingen en andere aankondigingen van naderend onheil leken me de afgelopen weken weinig te deren. Een reces is immers een reces. Als ik de enveloppen al opende, dan drong de boodschap niet tot me door. De Belastingdienst heeft er inmiddels voor gezorgd dat ook ik geestelijk 2011 ben binnengestapt. Tegelijk weerhoudt ze me ervan om nog teveel in nostalgie om te kijken (mocht daar ik nog zin in hebben na alle terugblikken op televisie en in de bladen).
Voordat ik nu verzeil in een rechtse blog, waarbij ik betoog dat de belastingvrije voet van zelfstandige ondernemers flink omhoog moet en de belastingschalen fors omlaag, kom ik nu maar tot mijn punt: hoe is het mogelijk dat in de weken rondom Kerst bijna niemand van de overheid te bereiken is (zie ook eerdere blogs), maar dat de debiteurenafdeling van de Belastingdienst wel gewoon brieven blijft spuien? Het zal gerust iets met automatisering te maken hebben, maar dan nog! Zolang de aanslagen en terugvorderingen nog niet digitaal worden verstuurd, zal er toch iemand voor moeten zorgen dat al die enveloppen bij de sorteercentra van TNT komen te liggen...
Hoe dan ook: 2011 is begonnen. De mouwen moeten weer omhoog om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Mooier kan ik het niet maken. Gemakkelijker ook niet, helaas.

Schaatsers in de mist

Vrijdag 31 december 2010 - Pakken sneeuw en (naar mijn idee) steeds te vroeg ingezette dooi waren er de oorzaak van dat ik dit jaar nog geen tocht op natuurijs reed. Dat het op de valreep toch nog lukte in 2010 voelt als een perfect slotstuk. Woensdag reed ik met mijn vader – een zo mogelijk nog grotere natuurijsliefhebber – zo’n 50 kilometer op het Tjeukermeer. Gisteren stapte ik solo in Blokzijl op het ijs voor de Natuurtocht Dwarsgracht van ruim 35 kilometer.
Veel van de natuur heb ik niet kunnen bekijken. Allereerst door de vele scheuren en het grote aantal deelnemers (die veel aandacht vergen bij het bepalen van de ideale lijn, of eigenlijk een paadje om overeind te blijven), maar daarnaast ook door de mist die boven het ijs hing. Een aparte gewaarwording. Want ondanks dat ik veel te weinig van de fraaie omgeving zag, ervoer ik de tocht wel degelijk als een rondgang door typisch Hollands landschap. Wat dat betreft lijkt een schaatsrit door de Schermer, de Eilandspolder of de Vechtstreek me ook een perfect onderwerp voor een reportage in het Stivas Magazine en daarmee een legitiem excuus om volgend jaar ook beroepshalve de schaatsen onder te binden. Bij deze zet ik het onderwerp voor de komende editie op de agenda voor de redactievergadering.
Laat de sneeuw de komende dagen rustig wegdooien en een nieuwe vorstperiode in 2011 maar snel inzetten...

Geen dank

Donderdag 30 december 2010 - Eind 2009 leek het iets beter te gaan, maar hoewel nicht ärgern, nur wundern één van mijn bescheiden motto’s is stoor ik me dit jaar weer behoorlijk aan de zelfingenomen praat van de dj’s die de Top 2000 aan elkaar leuteren. Om de twee platen lezen ze weer een mailtje voor in de trend van ‘Ontzettend bedankt voor deze heerlijke muziek. Dankzij jullie is dit weer een onvergetelijke laatste week van het jaar. Jammer dat ik af en toe slapen moet, want anders…’ En zo gaat het maar door. Tenenkrommend. Ik zie mezelf al een artikel aanleveren met de volgende begeleidende mail: ‘Bij deze weer een prima interview. Het loopt bijna 2.000 woorden lang als een trein en toch staat er bijna niets in. Plaats er een paar mooie foto’s bij en geloof me, het wordt het hoogtepunt van het magazine.’ Weg met die gast, zou ik denken als ik opdrachtgever was.
En dus ook: weg met de Top 2000. Na tien jaar is het wel weer een tijdje mooi geweest. Laten we in 2020 maar weer eens kijken of Hotel California ’s avonds nog steeds een stairway to heaven is voor een child in time dat denkt: wish you where here (voelt u ‘m?).
(Eerlijkheidshalve moet ik hier aan toevoegen dat alle radio’s in mijn huis op verzoek van mijn kinderen al een paar dagen op Radio 2 zijn afgestemd. Althans, dat dacht ik. Toen ik vanmorgen op de bovenste verdieping de was aan het ophangen was ( ), ontworstelde Sing for Absolution van Muse zich opeens aan de voortkabbelende geluidsbrij. ‘Muse op 399, dat had ik niet verwacht van de Radio 2-luisteraars’, veerde ik op, tot ik me realiseerde dat de radio boven nog steeds stond afgestemd op Radio 3 met zijn Serieus Request-top zoveel die in meerdere opzichten veel beter te pruimen is.)

2010 zit er op

Dinsdag 28 december 2010 - 2010 zit er op. Beroepshalve dan. Tenzij er ergens nog knarsetandend een opdrachtgever naar zijn beeldscherm zit te turen, wachtend op een artikel dat op de valreep tussen wal en schip is geraakt, heb ik alle deadlines in 2010 gehaald. Ik sleutel aan een verhaal dat op woensdag 12 januari klaar moet zijn. Afspraken maken heeft deze week geen enkele zin. Als ik het telefonisch probeer, wordt er niet opgenomen. En als ik een mail stuur, krijg ik binnen luttele seconden een mail terug. Een standaardmail, wel te verstaan, die in drie zinnen meedeelt dat degene die ik probeer te bereiken op maandag 3 januari weer bereikbaar is.
Daarmee zijn alle vragen en (luxe)problemen in feite teruggebracht tot één: ga ik dit jaar nog naar Antwerpen? De stad van Elsschot. De stad van Lijmen, Het Been, Kaas en De Verlossing. Met een spraakmakende tentoonstelling (Dicht bij Elsschot) en diverse rondwandelingen, heeft een groot deel van 2010 in het teken gestaan van de man die verantwoordelijk is voor het allermooiste proza uit de Belgische en Nederlandse geschiedenis.
Bravo. Maandenlang heb ik jan en alleman lastig gevallen met mijn eenvoudige plan om ter ere van het vijftigste sterfjaar van Elsschot naar Antwerpen te treinen, en nu zijn alle dagen waarop ik naar ‘Dicht bij Elsschot’ had gekund gereduceerd tot twee: donderdag 30 december en vrijdag 31 december.
In mijn volgende blog, begin volgend jaar, leest u of het is gelukt. Als ik om wat voor reden dan ook ben blijven steken in Amsterdam, de stad van Nescio en Karel van ’t Reve, zal ik daar eerlijk kond van doen.
Rest mij niets anders dan 2010 af te sluiten met een bewonderend citaat van Liane Bruylants, afkomstig van de site www.destadvanelsschot.be: “Waarschijnlijk heb ik van hem geleerd dat elk woord belang heeft. Het wikken en wegen van woorden is niet onbelangrijk. Ze hebben maar één goede plaats.”

Arbeidsmoraal

Donderdag 23 december 2010 - De afgelopen dagen – en eigenlijk de komende dagen ook – staan in het teken van mijn ‘winterreces’. Ik heb er al bovengemiddeld vaak over getwitterd (www.twitter.com/BrutusTwit). Dat komt gewoon omdat het voelt als weelde. Eindelijk even gas terugnemen, om na de jaarwisseling weer met volle kracht vooruit te gaan.
De laatste jaren probeerde ik tussen Kerst en Oud & Nieuw gewoon door te gaan met mijn interviews en reportages. Elk jaar viel dat vies tegen, vanwege de afwezigheid van de personen in kwestie en hun bijbehorende secretariaten en communicatieafdelingen. Heel onbevredigend om wel elke dag in touw te zijn, zonder echt werk te kunnen verzetten.
In dat kader kwam mijn schoonvader laatst met een aardig artikel uit het Noordhollands Dagblad op de proppen. ‘Mensen in Kop tonen meeste werklust’ luidde de kop. Hoewel ik aanvankelijk dacht dat hij vooral wilde opscheppen over de arbeidsmoraal in de door hem zo geliefde West-Friese regio, begon ik toch te lezen. (…) Uit het onderzoek, uitgevoerd door bureau Winkle, blijkt dat meer dan de helft van de mensen uit deze regio alles aanpakt wat op zijn of haar weg komt. Meer dan tachtig procent werkt efficiënt en doelgericht en bijna de helft stopt pas met werken als alles af is.’ Zulke teksten zijn koren op de molen van mijn schoonvader. Hij zou het zelf niet mooier geformuleerd kunnen hebben…
Ik las verder over ‘handen uit de mouwen’, ‘no-nonsense’ en ‘trots op het werk’ en stuitte op de volgende passage ´Noord-Holland Noord staat bij al dit soort zaken op de eerste plaats gevolgd door Drenthe en Overijssel.’ Aháá! Ik grijnsde en mijn schoonvader glunderde toen hij merkte dat ik de beoogde alinea had bereikt. Met zijn kleinzoon Luuk zal het dus wel goed komen, concludeerde hij trots. Inderdaad! Net als met De Geus & Hartman, trouwens.... Hoewel ik competitief ben ingesteld, duld ik in dit geval zonder morren een De Geus voor me. Om het beeldend uit te drukken winnen de ‘Westfriese koolboeren’ het voor deze ene keer van de ‘Drentse stratenmakers’ (een groot deel van de mannen in het dorp Elim, waar ik ben opgegroeid, werkt dagelijks op zijn knieën). Ik ben vooral fier op de mooie tweede plek.
Met nog lekker een dikke week ‘winterreces’ voor me, kan ik in 2011 weer vol aan de bak. Hiermee heb ik gelijk een mooi voornemen voor het nieuwe jaar: De Drentse arbeidsmoraal opduwen naar de hoogst gewaardeerde van Nederland, of misschien zelfs Europa.... An mij zal’t nie ligg’n.

De Sint Jan en de Sint Bavo

Vrijdag 17 december 2010 - In de krant las ik vanmorgen dat de restauratie van de Sint Jan-kathedraal in ’s-Hertogenbosch bijna klaar is. Volgens mij heeft het een jaar of veertien geduurd. Ik ben heel benieuwd en rij binnenkort zeker een keer heen met Leah en Jeen, onder meer om te kijken of we dat nieuwe standbeeld van die engel met mobiele telefoon en in spijkerbroek kunnen ontdekken. En, eerlijk is eerlijk, ook een beetje om ‘m te vergelijken met de Grote of Sint Bavo Kerk in Haarlem, hét icoon van de stad waar ik dagelijks langsfiets en op uitkijk.
Zo’n vergelijking slaat op zich natuurlijk nergens op, maar is wel leuk. Ik beperk me even tot de ligging van beide ‘kathedralen’ (de Sint Bavo is sinds de Beeldenstorm formeel geen kathedraal meer): op grond van een totaal verregend bezoek aan ’s-Hertogenbosch, een jaar of tien geleden, denk ik dat ik het Haarlemse godshuis mooier vind liggen. Zowel vanaf de Grote Markt als vanuit onder andere de Damstraat en de Jansstraat, wordt ik regelmatig geraakt door de schoonheid van dat immense, buitenproportionele bouwwerk.
Aan de andere kant zit ik iedere keer weer dwars in mijn auto als ik op de A2 voorbij ’s-Hertogenbosch rijd. Waar ik me dan vooral over verbaas is dat de Sint Jan zo dicht bij de buitenmuur van de toenmalige vestingstad is gebouwd. Ik kan het ook anders formuleren: waarom zijn de weilanden tussen de binnenstad van ’s-Hertogenbosch en de A2 nooit volgebouwd? Als ik ga Googlen heb ik het antwoord ongetwijfeld zo te pakken, maar ik vind het ook wel weer prettig om het zo te laten, omdat ik de vraag inmiddels een beetje koester als vast onderdeel van mijn ritten op de A2.

Winterreces

Donderdag 16 december 2010 - Mijn eerstvolgende interview staat pas gepland op 6 januari. Het is nu iets over twaalven, ik heb vanavond of eigenlijk gisteravond nog doorgewerkt omdat morgenochtend (dus vanochtend) de deadline is voor Stivas Magazine nummer 9. Mijn followers op Twitter heb ik er al (tot vervelens toe?) aan herinnerd. En ook in deze weblog was het al eens onderwerp van gesprek. Overigens zegt dat genoeg. Het kwartaalblad houdt me blijkbaar bezig. Het is één van mijn mooiere terugkerende klussen. Waarom? Waarschijnlijk omdat ik zo nauw betrokken ben bij het ontstaan ervan, als ook bij de verdere ontwikkeling. Het voelt een beetje als mijn ki… Nee dat is misschien wel een toepasselijke vergelijking, maar mij een iets te pathetische.
Neemt niet weg dat ik er iedere keer weer met veel plezier en enthousiasme aan werk. Ik koester de vrijheid om een toch redelijk afgebakend onderwerp, van zoveel verschillende kanten te kunnen en mogen belichten. Dat laatste is ook belangrijk. Hoewel Stivas hoofdzakelijk actief is in Noord-Holland, hoef ik me niet louter te beperken tot de hoofdtaak van de stichting of te houden aan de provinciegrenzen. In mijn ogen terecht. Het is goed en kan interessant zijn om ook eens te kijken hoe ze elders te werk gaan. Zo bezocht ik dit kwartaal Gelderland om het functioneren van de ‘ruimte-voor-ruimte’-regeling met eigen ogen te bekijken. Het werd een geweldige middag, rijdend langs allerlei landgoederen. Lees de reportage binnenkort in het negende magazine. Voor diegenen die het blad niet in de bus krijgen, is nog voor de jaarwisseling een digitale versie te lezen op de publicatiepagina van Stivas.
Zelf ga ik me de laatste weken van 2010 beperken tot overleg met enkele opdrachtgevers, het opruimen van de chaos op mijn bureau (ik werk minder aan een geordend bureau, maar dit is het andere uiterste…), het schrijven van enkele redactieplannetjes en het ophangen van enkele mooie foto’s. Noem het een soort winterreces. Ach, wat komen de lijntjes in deze blog mooi bij elkaar. Bovenstaande foto hangt er vanaf volgende week misschien ook wel tussen. Gemaakt op Texel, voor ( u raadt het al) het Stivas Magazine. En dan te bedenken dat deze plaat de cover van nummer 9 niet (eens) heeft gehaald….

The Novel

Zondag 12 december 2010 - Het is kwart voor elf, ik ben op weg naar kantoor, op een zondag nog wel. Dat komt niet bepaald vaak voor. Zeg maar gerust alleen bij hoge uitzondering. Het Stivas Magazine nummer 9 moet donderdag naar de drukker. Als de posterijen niet te woest staken, lukt het dan net om het kwartaalblad over de structuur van het landelijk gebied rond Kerst bij de 'abonnees' op de deurmat te laten ploffen. Op de actiebereidheid bij TNT kan ik weinig, of zeg maar gerust géén invloed uitoefenen. Bij de voortgang van het magazine heb ik wel zelf de touwtjes in handen. Hoewel ik ook afhankelijk ben van mijn compagnon (die twee artikelen voor zijn rekening neemt) en kamergenoot Evelien van der Zaken, die altijd zorgt voor de frisse en fraaie grafische vormgeving van het blad. Als het goed is stapt ze straks ook nog het kantoor binnen…
Maar ik dwaal af en daar heb ik dus helemaal geen tijd voor. Terug naar mijn korte wandeling van het station naar kantoor. Ik herken een mij tegemoetkomende fietser aan zijn opvallende haardos. Het is P.F. Thomése, de schrijver van onder meer J. Kessels: The Novel. Volgens de achterflap '...het krankzinnige verslag van een ongeplande reis van de schrijver P.F. Thomése met zijn beste vriend (en favoriete personage) J. Kessels naar Sankt-Pauli, Hamburgs uitgewoonde hoerenbuurt, en weer terug naar Tilburg.' En aan die kwalificatie 'krankzinnig' is geen woord gelogen. Oordeel zelf, hoofdstuk 1 begint zo…

Het begon allemaal met zo’n telefoontje waar ik echt niet op zat te wachten. ‘Spreek ik met P.F. Thomése, de beroemde schrijver?’ Op zo’n toon van: o o o, wat zijn we weer interessant. (Als ze zo beginnen, hoeft het voor mij eigenlijk al niet meer.) Hij beweerde dat ik hem goed kende. Shit, ook dat nog. ‘Van vroeger,’ expliceerde hij met de precisie van een schot hagel. Vroeger is een lange tijd, makker, dacht ik bij mezelf. Daarin kon veel voorgoed verloren raken. Meer in ieder geval dan je terug zou willen vinden.

De schrijver heeft zichzelf een hoofdrol toegedicht, maar lijkt zelf minstens zo verwonderd over wat hem in het boek allemaal overkomt. Hoe verzin je het…? Ik had zojuist de kans om het P.F. zelf te vragen. Misschien maar beter van niet. Ik laat het geheim liever bij de smid, hopend dat hij zijn vuur nog eens oppookt voor een 'J. Kessels: The Novel II' of nog veel mooier 'J. Kessel: The Sequel'.
Genoeg voor nu. Tijd voor 'Stivas Magazine: Number Nine'.

Alibi

Dinsdag 7 december 2010 - Afgelopen vrijdagmiddag zaten bladmanager Rob Buchel en ik in mijn woning in de Haarlemse Da Costastraat de drukproeven van het magazine ‘Utrecht wordt anders’ te corrigeren, toen er opeens een politiehelikopter laag over vloog. “Zeker weer een gevangene ontsnapt”, mompelde ik, want de Haarlemse koepelgevangenis bevindt zich vlakbij mijn huis.
Een kwartier later kwam er, opnieuw met donderend geraas, een traumahelikopter laag over. “Vast een ernstig ongeluk gebeurd”, stelde Rob vast. Pas uren later las ik op de site van het Haarlems Dagblad dat er in de Dr. Schaepmanstraat, op een slordige 300 meter afstand van mijn woning, een man was doodgeschoten. Dat betekende een aantekening op mijn denkbeeldige gruwellijstje: zoals de poldercrash met het toestel van Turkish Airways het vliegtuigongeluk is dat het dichtst bij mijn huis is gebeurd, is dit de moord die het dichtst bij de Da Costrastraat heeft plaatsgevonden. Voor zover ik weet dan, uiteraard, want voor hetzelfde geld is mijn buurvrouw een uiterst koelbloedige moordenares die aan de lopende band en in het diepste geheim mannen verleidt, vermoordt en vierendeelt en de lichaamsdelen vervolgens netjes opstapelt op zolder (Antje toch!).
Maar goed: zo’n moord mag dan dichtbij mijn huis plaatsvinden, tegelijkertijd speelde-ie zich godzijdank op lichtjaren afstand van mijn (belevings)wereld af.
“Wij hebben in ieder geval allebei een waterdicht alibi”, grapten Rob en ik maandagochtend door de telefoon.

Trots

Maandag 6 december 2010 - “We’re proud to be Irish,” liet Glen Hansard zich vrijdag ontvallen tijdens het concert van The Frames in Paradiso. Uiteraard klonk er luid applaus vanuit de zaal, waar veel landgenoten een ticket hadden weten bemachtigen. Toejuichingen waren er overigens genoeg, ook vanuit de rest van de zaal. Terecht.
Wat een optreden, wat een rasartiesten, wat een spelvreugde! De virtuoze violist Colm Mac Con Iomaire (What’s in a name? Everything!), de enthousiaste drummer Graham Hopkins die strak en breed grijnzend het tempo aangaf en bassist Joe Doyle die bij één nummer de leadzang voor zijn rekening mocht nemen (trots bekeken door Hansard, die na een humoristische aankondiging bescheiden een stap terugdoet). Toch is en blijft The Frames vooral Hansard. De rossige charismatische frontman, is niet alleen een groot artiest, maar ook een heerlijke verteller. Vol zelfspot en met allerlei lollige beschouwingen over vriendschap, liefde en de Ierse politiek, weet hij zijn publiek te vermaken. Alsof we in een Ierse pub in Kilkenny of Killarney stonden.
Zelfs al verstond ik soms nog niet de helft van de intermezzo's, zijn mimiek en bewegingen deden me al glimlachen. Net als de opmerking “We’re proud to be Irish.” Zelf ben ik trots om Drent te zijn, maar toch (of misschien juist daarom) geef ik ze groot gelijk.

P.S. Leunend tegen de bar zag ik The Frames nummer na nummer stijgen op mijn virtuele 'concertladder', die bij de lancering van deze 'nieuwe' site is gesneuveld. Na een fantastische toegift eindigt het Ierse optreden op de derde trede (van boven). Daarmee kan ik niet anders dat de ranglijst weer in ere herstellen.

Videoclip

Vrijdag 3 december 2010 - De muziekzender TMF stopt ermee, zo werd vorige maand bekend. Ik zal er geen traan om laten, want ik ben nooit een liefhebber geweest van videoclips. Laat staan van de nietszeggende interviewtjes met verveeld op een bank hangende artiesten. Veel liever bekijk ik 'levende' beelden. Gisteravond kwamen in Paradiso - dé muziektempel van Nederland - beide werelden bij elkaar. De Britpopband Suede leek er zeven jaar geleden een streep onder te hebben gezet, maar is bezig aan een korte reünietour. Vanavond spelen ze nog in Berlijn en dinsdag nog in Londen. Dan zit het er (voorlopig) al weer op.
De geringe lengte van de tour is duidelijk merkbaar, in de positieve zin van het woord. Met name leadzanger Brett Anderson treedt zijn publiek in Amsterdam energiek tegemoet. Als vanouds ritmisch klappend, heupwiegend, balancerend op de podiumboxen en jonglerend met 'microfoon aan koord'. Alsof hij er nooit tussenuit is geweest. Niks is minder waar… De charismatische zanger is door diepe dalen gegaan vanwege zijn heroïneverslaving. In Amsterdam is daar niks meer van te merken. Deze hereniging is geen dekmantel om oud succes goedkoop te gelde te maken. Integendeel.
Persoonlijk had ik graag nog meer nummers willen horen van mijn favoriete album 'Coming Up'. Ik was niet de enige, getuige het groeiende enthousiasme in de zaal bij Saturday Night, Trash en Beautiful Ones. Maar ook van het oudere werk heb ik genoten, met volle teugen. En dan vooral om de subtiele gitaarlijntjes van Richard Oakes en de theatrale podiumact van Anderson. Een heuse 'windmachine' gaf het geheel een extra dimensie… Net een videoclip, maar dan springlevend!

Koud!

Donderdag 2 december november 2010 - Afgelopen maandag deed de verwarming in ‘ons’ bedrijfsverzamelgebouw in de Jansstraat het niet. Er werd gesproken over een monteur die onderweg was en dus besloot ik toch maar aan het werk te gaan. Thuis zitten (lees: werken) is tenslotte ook zo wat. Een uur of drie later capituleerde ik, volgens mij al één van de laatsten in het gebouw. Het zag er niet naar uit dat het probleem diezelfde dag nog zou worden opgelost, hoorde ik van een medestakker die net als ik geconcentreerd aan het werk was geweest en intern blijkbaar over betere bronnen beschikte. Het gekke is dat je dan aanvankelijk niet in de gaten hebt dat je koud tot op het bot aan het worden bent, tot er opeens een soort langgerekte siddering door je heen gaat (ja, ik sjouw van cliché naar cliché, maar weet ook niet hoe ik het anders moet omschrijven).
Ik hoefde mijn jas niet meer aan te trekken (die had ik al aan), stapte houterig op mijn mountainbike en fietste stram naar huis waar het de rest van de dag zou duren voor ik het weer een beetje warm had.
Woensdag bleek dat het nog veel erger kan. Na een interview moest ik veehouder Nico van Tunen in Heemskerk op de foto zetten. De sessie op zijn boerenerf duurde maar anderhalve minuut, maar door de harde oostenwind ‘waaide het door een ijzeren kereltje heen’ – om die eeuwenoude uitdrukking maar eens nieuw leven in te blazen. Blazen deed ik ook, toen ik weer in de auto zat, want na die anderhalve minuut onbeschermd in de vrieskou waren mijn vingers zo verstijfd en gevoelloos dat ik het contactsleuteltje niet eens omgedraaid kreeg.
Wat me brengt bij de schapen die ik even later, op weg naar huis, fotografeerde op een onbeschut, stijf bevroren perceel. Als je goed naar de foto kijkt, zie je dat ze een tevreden, haast blije uitdrukking hebben. Maar schijn bedriegt. Zo kijken ze altijd, ook bij 25 °C in een perceel vol mals, kniehoog gras.
En dan te bedenken dat aan het eind van zo’n, eh, hondenleven onverbiddelijk het slachthuis wacht.

Sportstad

Vrijdag 26 november 2010 - 'Eindhoven' Sportstad is gistermiddag tijdens het EK Zwemmen korte baan gepresenteerd. In de VIP-tent naast het Pieter van den Hoogenbandstadion overhandigde sportambassadeur Joop Veelenturf (op verzoek van bladmanager Elroy Kromheer) het magazine aan sportwethouder Joost Helms. De Eindhovense bestuurder toonde zich verheugd met de sportieve momentopname op schrift. Terecht! De lichtstad maakt de bladtitel helemaal waar, die boodschap komt wel over in de vele interviews en reportages die het blad telt. Vooral de wisselwerking tussen gemeente, bedrijfsleven, onderwijs en onderzoekinstituten is opmerkelijk. ‘Geen woorden, maar daden’, is wat dat betreft niet louter voorbehouden aan De Kuip, maar mag ook best van de tribunes van het Philips Stadion rollen.
Over PSV gesproken, tijdens de zwemfinales nam Pedro Salazar ook plaats aan tafel 60. Samen met de sympathieke woordvoerder probeerden we voor ons opvallende gebeurtenissen te duiden. Reageert de tijdwaarneming op de hele wand? Wat keuren de scheidsrechters goed als ze na het keerpunt van de zwemmers hun duim omhoog steken? Waarom gaan de atleten niet uit hun dak als ze hun finale hebben gewonnen?
Al met al was het een hele leuke ervaring om al dat geweld in het water eens mee te maken van zo dichtbij (tijdens het keren spatten de druppels bij ons op tafel). Ook vanwege de grote betrokkenheid van de vele coryfeeën, uit de meest uitlopende sportdisciplines. Zelf blijf ik graag nog lang betrokken bij dit soort evenementen. Dit is mijn plek. Of, om in dezelfde sfeer te blijven: het voelt als een warm bad.

Koninklijk

Woensdag 24 november 2010 - Ik stap mijn kantoor binnen, haak bewust met de punt van mijn schoen achter de drempel en laat me vallen op de vloer. Ik geef een brul, buitel voorover en rol nog zeker twee meter door. Ik blijf doodstil liggen, met mijn neus in het tapijt. Dan kerm ik het uit. Als een collega me overeind wil helpen, sla ik verontwaardigd zijn handen weg. “Ben je helemaal mal!?!” Hoofdschuddend kom ik overeind en neem plaats op mijn bureaustoel.
Als Cees me even later zijn Nokia aanreikt om een vraag van een opdrachtgever te beantwoorden, wend ik woest mijn gezicht af. Sjonge, zo geef je toch geen telefoon aan…? Ik wil 'm in mijn rechterhand! Snap je dat nou nog niet? Wat een onkunde... Cees, jongen, doe het zo maar lekker zelf! Verongelijkt open ik mijn laptop.
Een stoïcijns uurtje later is het artikel klaar om verzonden te worden. Met een potsierlijke handbeweging koppel ik het document als bijlage aan een mailtje. Snuivend tik ik er nog enkele begeleidende woorden bij. Dan ligt de mail klaar om verzonden te worden. Ik doe de kraag van mijn colbert omhoog, trek mijn sokken op, recht mijn rug, blaas twee keer mijn wangen bol en pats, VERZENDEN! Ik krijg direct respons. 'Adres onbekend, mail kan niet worden verstuurd'. Ik zwaai arrogant met mijn hoofd en maak een wegwerpgebaar. Wat een prutsprogramma, dat Outlook! Daar valt niet mee te werken. Ik klap mijn laptop dicht. Zo is het wel weer genoeg voor vandaag. Zonder te groeten, schrijd ik - neus uiteraard omhoog – mijn kantoor uit. Wat voel ik me toch onbegrepen…
Ik vroeg het me gisteravond meerdere malen af: hoe word iemand zo? Nee, ik noem geen namen: wie de sapato past, trekke hem aan. Maar zit zulk gedrag opgesloten in iemands dna? Of is het iets aangeleerds? En wie geeft dan zulke lessen? Ajax – Real Madrid, de cijfers 0-4 liegen er niet om. Ik geef toe: verliezen valt me zwaar, zeker als het gaat om de dapp’re strijders fier en koen. Maar de manier waarop de Madrilenen zich gisteravond manifesteerden, daar zat geen greintje Koninklijks aan. Bah!

Bel

Dinsdag 23 november 2010 - Met een aantal vrienden uit de Kop van Noord-Holland, heb ik in Haarlem ooit een soort reünie gehouden in het bovenzaaltje van café Du Theatre in Haarlem. Vraag me niet naar de aanleiding, dat is nu even een veel te lang verhaal. De eigenaar ging ons met een dienblad vol glazen bier voor naar de schaars verlichte ruimte. Nadat iedereen zat en een glas bier voor zich had staan, wees hij op een elektrische bel en legde uit dat we moesten bellen als we toe waren aan een nieuw rondje. Nog voor hij de trap had bereikt, hoorden we door het plafond heen beneden enigszins gedempt maar toch duidelijk een bel rinkelen. Eén van de West-Friezen had tot verbijstering van de eigenaar van Du Theatre meteen maar op de bel gedrukt. En terecht, hij had het goed ingeschat: tegen de tijd dat de man terug was met een nieuw rondje, had iedereen zijn glas wel zo’n beetje leeg…
Ik moest er aan denken toen Bert en ik laatst tijdens een borrel in café Wapen van Bakenes in het roze buurtje van Haarlem zomaar ineens, vanuit het niets, een aparte biljartkamer ontdekten. Een aparte biljartkamer! Eentje waar niemand zich kan storen aan vooral mijn tenenkrommende gestuntel op het groene laken! Eentje waar niemand naar je moyenne vraagt! Eentje waar we onze bedrijfsbiljartcompetitie kunnen voortzetten, die door de sluiting van café Fabe ernstig in het slop is geraakt!
Gisteren flitste er ineens een gedachte door me heen: zou er ook een bel zijn, voor als je een rondje wilt bestellen? Ik weet niet waarom, het spreekt vast niet in mijn voordeel, maar het zou me uiterst tevreden stemmen als dat het geval is. Binnenkort maar eens voorzichtig kijken…

Sportieve ambitie

Donderdag 18 november 2010 - Gisteren is Eindhoven Sportstad naar de drukker gegaan. Het magazine over top- en breedtesport in de lichtstad vergde de laatste weken veel van mijn tijd en energie. Geen probleem, want sport is mijn passie. Ooit meldde ik me aan bij de Academie voor de Journalistiek in Kampen om sportverslaggever te worden. ‘Wat is er mooier dan de Tour de France, de Olympische Spelen en de grote voetbaltoernooien van dichtbij mee te maken en er nog voor betaald te krijgen ook...?’
Door een misverstand op mijn stageplek bij het Hoogeveens Dagblad ben ik alsnog in de algemene journalistiek verzeild geraakt. Uiteindelijk een goede zaak, omdat ik me daardoor veel breder heb kunnen ontwikkelen. Toch heb ik sindsdien elke kans aangegrepen om over sport te schrijven. Het begon met de spontane jobrotation (we waren onze tijd toen al ver vooruit) met de sportverslaggever van de Schager Courant (NHD), mijn eerste werkgever. Later interviewde ik als freelancer zoveel mogelijk sportende boeren en tuinders voor de agrarische media (bijvoorbeeld Ids Postma over schaatsen en koeien melken of Henk Angenent over de spruitenoogst en de Elfstedentocht). Ook verzorgde ik enkele jaren de volledige redactie van een sportkrant voor een ambitieus gemeentelijk sportbedrijf en schreef ik losse interviews en reportages voor de sportmagazines van een Helderse uitgever. Iedere keer deed ik dat met bovengemiddeld plezier, want schrijven over sport voelt bijna niet als werken...
Met de eerste editie van de nieuwe titelreeks '...Sportstad' refereert de uitgever aan 'Nederland Sportland', waarbij het Rijk de ambitie uitspreekt tot de beste tien sportlanden van de wereld te willen horen. Op uitnodiging van Jaap Sluis, bestuurslid van de Societé Pim Mulier, mocht ik maandag een lezing bijwonen van IOC-bestuurder Hein Verbruggen. Als ghostwriter schreef ik ooit zijn voorwoord voor een sportmagazine, wat het voor mij extra aardig maakte om hem ook eens in levende lijve te treffen. Zijn relaas over de organisatie van de Spelen in Beijing was indrukwekkend en verhelderend. Dat laatste gold ook zeker voor zijn kijk op Nederland als sportland. "Het Nederlandse streven om een Top 10-land te worden en te blijven, is lovenswaardig, maar absoluut onrealistisch. Het budget dat de Nederlandse overheid uittrekt voor topsport is nog geen vijfde van wat de huidige toplanden inbrengen. En daar gaan de budgetten elk jaar nog omhoog. Dat is een oneerlijke strijd..."
Nog genoeg werk aan de winkel dus voor Nederland om de sportieve ambities waar te maken. En gelukkig ook voor mij (schrijvend bedoel ik dan, hè...).

Sunday Morning

Zondag 14 november 2010 - In principe werk ik niet op zondagochtend. Of moet ik zeggen: ‘uit principe’, want ik ben op zondagochtend regelmatig in de kerk te vinden. Dat ik daarbij niet roomser ben dan de paus, moge blijken uit het feit dat ik op het moment dat ik deze blog zit te tikken - zondagochtend, 9.17 uur - aan het werk ben in de Jansstraat. Ik moet zeggen: het heeft wel wat. Het gebouw is uitgestorven, maar produceert toch nog verrassend veel geluid (borrelende radiatoren, krakende plafonds, een zoemende koelkast). Buiten is Haarlem nog in diepe rust, vrijwel alle gordijnen zijn nog dicht. Ik begin aan een nieuw artikel, de op-twee-na-laatste in een serie van achttien waar ik vorige week maandag aan ben begonnen. Twintig jaar geleden zou ik een leeg A4-tje in mijn typemachine hebben gedraaid, nu geef ik een naam aan een verder nog Word-document dat ik vervolgens opsla. Ik begint te tikken en luister ondertussen naar een nummer op een cd die ik speciaal voor deze gelegenheid heb meegenomen: ‘Sunday Morning’ van The Velvet Underground. Watch out, the world’s behind you…

Dagelijks bezoek

Vrijdag 12 november 2010 - Potverdorie, voor het eerst sinds de lancering van onze nieuwe website, moet Google Analytics me de teleurstellende mededeling doen dat www.geushart.nl gisteren door niemand is bezocht. Lichtgevoelig misschien, maar ik baal daar van. Bijna was het gelukt om de eerste volle maand elke dag tenminste één bezoeker naar onze site te trekken.
Hoe? (1) Goede tags, zodat we hoog scoren op zoekmachines… (2) Een kleurige verwijzing naar onze nieuwe site, onder elk mailbericht … (3) Tweets om twitterende volgers nieuwsgierig te maken naar een nieuwe blog….
Het is dus net niet genoeg gebleken. Maar we geven niet op en gaan voor een 'alledaagse' score in de tweede maand van www.geushart.nl '(semi-)nieuwe stijl'. Dat u het even weet! Maar wat nu, als deze blog niet wordt gelezen…?
Sorry, wilt u me excuseren? Prettig weekend alvast… Ik moet dringend even tweeten (www.twitter.com/BrutusTwit).

Vroege vogel

Woensdag 10 november 2010 - "Goodmorning, early Bert…" Misschien gek, maar ik had 'm nog nooit eerder gehoord. Wellicht ook omdat 'ie niet overduidelijk op mij van toepassing is. Ik ben niet bepaald een vroege vogel. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat ik 's ochtends onmogelijk uit bed kan stappen, of alleen maar met mijn verkeerde been…
Toegegeven: hoe kouder buiten, des te lastiger ik het vind om onder het dekbed vandaan te kruipen. Maar een halve minuut later onder de warme stralen van de douche ben ik er al weer. Kloddertje gel in het haar, beker ontbijtdrank of plak ontbijtkoek, snel even de Voetnoot lezen van Arnon Grunberg in de ochtendkrant en mijn werkdag kan beginnen.
Zo ook vanochtend. Om iets over zevenen pak ik in het schemerdonker Lijn 3 richting centrum. De bus zit al goed vol, dus zo vroeg is het blijkbaar ook weer niet. Niet meelijwekkend vroeg in elk geval. Als ik na een korte wandeling mijn eerste kop dampende koffie voor me heb staan en mijn laptop heb opengeklapt, krijg ik nog meer energie, in het besef van de royale werkdag die voor me ligt.
Een early bird zal ik niet snel worden, maar this day I’m an early Bert , for sure…

Hoogtepunt

Dinsdag 9 november 2010 - Vooral ’s winters verlang ik regelmatig naar het uitzicht dat ik heb als ik in ons huisje in de Duitse Eifel ’s ochtends vroeg de gordijnen open schuif. In schril contrast met de glooiende bergen, bossen en nevels die ik dan slaperig aanschouw, staat het uitzicht vanuit het raam van mijn slaapkamer in de Haarlemse Da Costastraat. Hou het er maar op dat ik niet vrolijk word van de aanblik van veelal rommelige binnentuinen, louter omzoomd door bakstenen gevels, rode dakpannen en platte daken met daarboven wéér een depressie die aan komt rollen uit het zuidwesten.
Gelukkig heb ik zelf geen last van depressies, al sta ik niet voor mezelf in als ik na dat weinig opbeurende begin van de dag ook nog eens door weer en wind naar een of ander desolaat pand in het meest noordoostelijke puntje van de Waarderpolder zou moeten fietsen. Wat niet het geval is. Integendeel. Sinds De Geus & Hartman werkt vanuit bedrijfsverzamelgebouw Jansstraat 46 in het centrum van Haarlem, behoort - daar ben ik van overtuigd – mijn dagelijkse woon/werk-verkeer tot het mooiste van Nederland. Er zit nog een colletje in ook: precies halverwege de fietstocht van een minuut of vijf neem ik met mijn mountainbike de scherpe knik die de twee helften van de witte ophaalbrug over het Spaarne samen vormen. Het is het hoogtepunt van mijn nog maar korte bestaan als (fiets)forens. Letterlijk en figuurlijk, want iedere keer weer denk ik: zou er ergens in Nederland een mooier stads(rivier)gezicht zijn?

Sinassie

Vrijdag 5 november 2010 - Vrijdagmiddag, het is vier uur. Tijd om de cijfers van De Geus & Hartman weer eens bij te werken. Terwijl Cees hardop de bankbrieven doorneemt en van codes voorziet, hamer ik de getallen in het digitale inboekprogramma. Geen hobby van me (en ook niet van Cees). En dat zal het ook niet snel worden. Zo af en toe een slok bier, biedt enige troost. Net als onze 'leverancier' dat doet. Het is een heerlijk ouderwetse kruidenier aan de Bakenessergracht. Hij: “Zes blikjes Heineken voor meneer. Dat is ‘m?” Ik: “Voor dit moment wel.” Hij: “Prima om het weekend mee in te gaan, lijkt me.” Ik: “Dat dacht ik ook!” Hij: “Fijne dag nog meneer.”
Met een glimlach loop ik richting Jansstraat. Een anekdote van een kameraad in Waarland schiet me te binnen. Een oude kroegbaas schonk op zondag de plaatselijke (toen nog kantineloze) voetballers na hun wedstrijd de drankjes in. Of eigenlijk: tapte. Want het serveren van wijn, fris, laat staan koffie vond hij maar een gedoe. Mocht een niets vermoedende gast toch een Fanta bestellen, dan reageerde hij steevast cynisch met "Een sinassie ken ook lekker wezen hoorrrr...."
De bewuste kroeg heeft de deuren al lang moeten sluiten. Onze kruidenier houdt het hopelijk nog jaren vol.

Onbetrouwbaar

Dinsdag 2 november 2010 - ‘Landelijk gebied is terug bij af’, kopt de Volkskrant vandaag op pagina 5. Nou ben ik niet iemand die snel in de pen klimt om met ingezonden brieven mijn mening te ventileren. Heb op die manier nog nooit de krantenkolommen gehaald, of beter: ook maar geprobeerd te halen. Is niet mijn stijl. Wat haalt het uit als Bert Hartman in Haarlem schrijft waar het op staat?
Voor het Stivas Magazine heb ik als 'huisredacteur' - hoofdredacteur klinkt zo hoogdravend, als hoogstzelden een freelance-journalist wordt ingeschakeld - al veel artikelen geschreven over ontwikkelingen in het landelijk gebied. De wankele relatie tussen de overheid en burger komt daarin vaak aan de orde. "Met overheden zijn geen afspraken te maken", is een veelgehoord punt van kritiek.
Dat blijkt maar weer, als staatssecretaris voor Landbouw en Natuur Henk Bleker (Is dat niet die man, die tijdens de formatie in De Wereld Draait Door vol overtuiging beweerde zich hoe dan ook terug te trekken uit de Haagse politiek, om zich in het noorden weer bezig te houden met radio maken en paarden houden? Ja die!) allerlei overeenkomsten met betrokken partijen op het platteland eenzijdig intrekt. De tijdrovende en geldverslindende introductie van speciale commissies die investeringen voor het landelijk gebied (ILG) moeten beoordelen, lijkt alweer voor niets geweest. Het budget mag van Bleker niet meer voor nieuwe verplichtingen worden ingezet. Dus geen nieuwe uitgaven 'voor recreatie en toerisme, voor structuurversterking van de landbouw, de leefbaarheid van het platteland en het tegengaan van verdroging', meldt de Volkskrant.
Intussen maken de media ook bekend dat de Nederlandse overheid wel 2 miljard steekt in de bouw van een kolencentrale. Om de CO2-emissierechten af te kopen en zo de concurrentiepositie van de Nederlandse multinationals te garanderen. Waar gaat dat geld naar toe? In ieder geval niet naar het landelijk gebied.
Tsjonge…. Ik heb me eerder vanochtend ook al opgewonden op twitter maar dit politieke gedraai zit me blijkbaar hoog. Eigenlijk niks voor mij. En ik weet ook best: mijn tweets en blogs halen niks uit. Maar het lucht wel lekker op!

On the road (2)

Vrijdag 29 oktober 2010 - Wees niet bang: ik ga u voortaan niet vergasten op allerlei weblogs over mijn wetenswaardigheden ‘on the road’, in m’n Toyota, op weg van de ene klus naar de andere. Met deze foto en dit stukje wil ik mijn bijdrage van vorige week, over het verstopte wegennet in de Randstad, enigszins nuanceren. Donderdag 28 oktober reed ik namelijk voor een interview met architect Dirk Bigaré van DDS & Partners naar Brussel. Het lijkt een eind weg, maar in feite ben je er zo. En toch heb je door de architectuur en hoogteverschillen in Brussel toch ook absoluut het idee dat je in het buitenland bent. (Aan de andere kant: dat idee heb ik in Maastricht en zelfs Nijmegen ook altijd een beetje). Maar ter zake: het interview zat er iets na vieren op, waarna ik hopeloos strandde in een vroege avondspits waarbij vergeleken die in Amsterdam, Rotterdam of Utrecht kinderspel is. Mijn hemel! Het kostte me ruim een uur om vanuit het centrum van Brussel op de ringweg te komen. Mijn Belgische collega-automobilisten maakten een gelaten indruk, zodat ik vermoed dat zij dit inferno dagelijks mee maken. Eenmaal op de ring aangekomen, was de conclusie snel getrokken: de infrastructuur in Brussel met veel ventwegen - en in het verlengde daarvan veel in- en uitvoegen verkeer - is ab-so-luut niet berekend op de huidige verkeersstromen. Maar ik ben vast niet de eerste die tot die conclusie komt… (Volgende keer: de jongleurs c.q. verkapte bedelaars die in Brussel bijkans op je motorkap springen, als het licht op rood staat, om op het zebrapad hun dubieuze kunsten te vertonen in ruil voor wat kleingeld.)

Onbetaalbaar

Maandag 25 oktober 2010 - Met een stuk of tien onuitgewerkte interviews op tape en in mijn schrijfblok, ben ik vanochtend extra vroeg begonnen. Mijn vrouw werkt in de zorg en rijdt vier keer in de week om kwart voor zeven van huis. Zoon Luuk logeert een deel van de herfstvakantie bij opa en oma in Elim (Drenthe), dus ik kan de komende ochtenden gaan en staan waar ik wil. Wat betreft dat 'gaan', zal ik dat vanwege de grote hoeveelheid uitstaande opdrachten de komende dagen dus regelmatig in alle vroegte doen met mijn vrouw.
Als Margreet me deze ochtend heeft afgezet aan de Nieuwe Gracht wandel ik naar de Jansstraat. Vandaag ben ik zeker de eerste in het pand (zie weblog vroeg). Voordat ik mijn gebruikelijke kop koffie haal (de eerste van de dag lijkt altijd wel de lekkerste), knip ik de lampen aan, waaronder ook die boven het biljart. Een biljart...? Jazeker! De speeltafel is een 'collectieve arbeidsvoorwaarde', een oud en vast voornemen van Cees en mij, in het geval van een royalere huisvesting. Tenminste ruimer dan onze vroegere knusse, maar krap bemeten kantoren op zolder aan de Schoterweg en later in een tuinhuis aan De Costastraat.
De biljarttafel, inclusief ballen en keus, kochten we voor een prikkie op Marktplaats, terwijl de lampen een koopje waren in kringloopwinkel De Schalm. Maar het doet niets af aan de waarde van het groene schijnsel in kantoor. Die is onbetaalbaar.

PIB

Vrijdag 22 oktober 2010 - Voor de Pelgrimkerk verzorg ik al jaren de rubriek ‘Pelgrim in Beeld’ (PIB). Daarin wordt iedere keer een gemeentelid geportretteerd, met behulp van een foto en een kort interview. Terwijl ik op zondag 17 oktober vrachtwagenchauffeur Bert Strijbis aan het interviewen was, werd ik zelf gefotografeerd door Aad Vuijk (zie foto). Dat bracht me meteen op een idee voor de volgende PIB: Aad Vuijk, gefotografeerd terwijl hij een foto maakt van mij op het moment dat ik iemand aan het interviewen ben. Tot zover is het technisch en fysiek nog uitvoerbaar. Maar de week erna…

Hartelijk

Donderdag 21 oktober 2010 - Nog geen drie uur voordat ik dinsdagavond de kolkende Arena voor de Champions League-wedstrijd tegen Auxerre binnenstapte, zat ik nog in de directeursloge van Philipsstadion aan tafel bij algemeen directeur Tiny Sanders van PSV. Een buitengewoon vriendelijke man, wiens naam ik al kende van zijn werk als directievoorzitter bij Campina. Voor de agrarische media had ik hem nog nooit geïnterviewd, dus ik was benieuwd hoe het gesprek zou lopen. Doordat ik eerder die dag al enkele afspraken had in Eindhoven, was ik een half uur te vroeg bij het stadion. In de kamer van de secretaresse bladerde ik nog maar net door wat commerciële magazines, of de directiekamer zwaaide open en Sanders groette zijn gasten gedag. Toen hij hoorde dat de volgende afspraak al was gearriveerd, nodigde hij me gelijk uit in zijn kantoor, uitkijkend op het PSV-veld. “Alleen hiervoor wil je toch al voor PSV werken?”, grapte hij. En inderdaad zo'n uitzicht doet een voetballiefhebber watertanden. Nog veel meer dan de unieke werkplek, was ik verrast door de soepele ontvangst van de heer Sanders. Hoe vaak heb ik al niet meegemaakt dat directeuren van grote bedrijven me druk telefonerend of doorvergaderend, eindeloos hadden laten wachten in een desolate zithoek. Of doodleuk een interview afzegden, terwijl ik al in de auto zat of zelfs de plek van bestemming al had bereikt. 'Die journalist wacht wel even…' of nog erger 'die verslaggever komt een andere keer maar terug…', ik kan er – terwijl ik dit tik – nog steeds kwaad over worden.
Overigens had mijn vorige bezoek aan PSV een minder gelukkig begin. De persoon in kwestie – ik noem geen namen – was vergeten dat er een redacteur voor Sportief Nederland zou komen. Een misverstand, dat ruimschoots werd gecompenseerd door de inzet van de persoon in kwestie, die erin slaagde om in een kwartier zoveel bruikbare informatie en leuke citaten te spuien, dat ik nog moeite moest doen om het artikel binnen het maximum van 1000 woorden te houden.
Terug naar mijn recente bezoek aan Eindhoven. Rode draad in het interview was PSV in the community, het maatschappelijk verantwoord ondernemerschap van de club. Werken aan een betere samenleving, midden in de gemeenschap, met oog voor de eigen fans en respect en hartelijkheid richting de bezoekers. Wat dat betreft heeft PSV ook aan zijn algemeen directeur een hele goede.

On the road

Woensdag 20 oktober 2010 - De afgelopen weken heb ik voor diverse opdrachtgevers in de land- en tuinbouw en de vastgoedsector de Randstad vrijwel dagelijks met de auto doorkruist. Ik kon iedere dag twee interviews plannen. In de Randstad met zijn verstopte infrastructuur betekent dat: een uur of negen vertrekken, als de ochtendspits op z’n eind begint te lopen, en zorgen dat je om een uur of vier terug bent, voor de avondspits in volle hevigheid losbarst.
Ik heb nog ongeveer een week te gaan, dan trek ik me een paar dagen terug in de Jansstraat om alle interviews uit te werken. Tussentijds even een paar korte indrukken van mijn intensieve periode ‘on the road’:
1: je bent absoluut gestoord als je, ik noem maar even wat, in Utrecht werkt en in Den Haag of Rotterdam woont en iedere dag met de auto heen en weer pendelt;
2: een paar fraaie ‘snelweglandschappen’ in het Groene Hart daargelaten, is Nederland vanaf de snelweg bijzonder lelijk.
3: opvallend veel geluidsschermen langs de snelweg zitten onder de graffiti. Hoe kan dat? Wie doet dat? En wanneer? Actiekreten als ‘STOP APARTHEID’ en ‘BUSH MOORDENAAR’ zie je bijna nooit meer staan, dus ik neem aan dat puur om de kick gaat, om het kat-en-muis-spel met de politie. Persoonlijk heb ik er weinig mee op. Het toont alleen maar aan dat je iets dat in wezen al lelijk is, nóg lelijker kunt maken. Als ik al die vette, afzichtelijke pieces zie, schiet me regelmatig een songregel van The Scene binnen: ‘Jaag het op en brand het af, maar laat het niet bestaan’.
4: ik sluit positief af: heel veel regen gehad onderweg, maar tussen de buien door kwam regelmatig de zon even tevoorschijn. Dat leverde fantastische (wolken)luchten op, die een paar moeizame ritten goeddeels goedmaakten – soms zelfs op de valreep, na tien kilometer file voor het Rottepolderplein, op de verlossende A200, met Haarlem in zicht…

Vroeg

Maandag 18 oktober 2010 - Oké, het was behoorlijk fris op de fiets, zo 's morgens vroeg in het schemerdonker. Op het ritme van de muziek van Josh Ritter op de IPod, trapte ik de 5 kilometer van huis naar kantoor moeiteloos weg. Het ochtendrood dat weerspiegelde op het water in de Nieuwe Gracht, deed me weer beseffen wat voor prachtstad Haarlem toch is.
Ik parkeer mijn fiets in de stalling achter de Jansstraat 46. Binnen is het nog stil. Heerlijk is dat, om als eerste de eigen kantoordeur te openen. Vooral vanwege het ritueel dat volgt, de tl-buizen knipperen aan, de laptop start licht ratelend op. Nu eerst een mok koffie halen, Dopper-fles vullen, een radiozender zoeken en het mailprogramma aanklikken. (Nog) geen nieuwe berichten in de lijst. De Volkskrant vanochtend thuis al gelezen. Kortom, een schone werkdag voor me, wat zeg ik: werkweek. Ik heb 'dur zin an...'

Kwartje

Donderdag 14 oktober 2010 - Louis Davids zong het al: "Als je voor een dubbeltje geboren bent..." Vandaag had ik een dubbelinterview in het Geldmuseum in Utrecht, voorafgaand aan het congres Utrecht Vastgoed 2010. Het artikel is bedoeld voor het magazine 'Utrecht wordt anders!', waarin allerlei ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken in de Utrechtse regio worden beschreven.
In de wereld van het vastgoed ging genoemd liedje lange tijd niet op. In de economische hausse mengden de 'vrije jongens' zich ineens tussen de gevestigde orde en slaagden erin om in korte tijd heel veel geld te maken met grote bouwprojecten. Inmiddels zijn de opgeblazen verwachtingen als een zeepbel uit elkaar gespat.
Op de sprekerslijst van het congres kwam ik een naam tegen van een grote ontwikkelaar, met besef voor de realiteit. Hij stelde: "We zijn weer terug bij de basis. Het is niet langer meer, meer, meer... De vraag van de consument wordt eindelijk weer gehoord."
Wat betreft de golddiggers in het vastgoed komt het volgens mij op neer op het volgende (refererend aan de slotregel van Davids): 'Als je voor een dubbeltje geboren bent, bereik je nooit een stuiver meer.' En da's in dit geval maar goed ook...

Burenhulp

Woensdag 13 oktober 2010 - Behalve een fraai en historisch onderdak in het hart van de stad Haarlem, biedt de nieuwe huisvesting aan de Jansstraat 46 ook allerlei praktische voordelen. Of synergie, zoals de door Cees gememoreerde 'ingevlogen bedrijfjes' het ongetwijfeld quasi-interessant betitelen. Ik noem het liever burenhulp. "Weet jij nog een goede bezoekersteller op onze site?", vroeg ik gisteren aan het eind van de middag, tussen neus en lippen door aan kamergenoot Titia Dekker, medewerkster van De Dopper. Ze raadde aan Google Analytics eens te proberen. Een goedkope en snelle dienst, met uitgebreide resultaten en een goede handleiding. "Als je in elke pagina de aangevraagde html-code plakt, dan moet het werken...".
Enkele uren later, onder de voetbalinterland Nederland - Zweden, met de laptop op schoot toch maar eens proberen. En waarempel. Na wat knippen en plakken werden de speciale codes door de digitale analytici van 's werelds grootste zoekmachine herkend. De volgende ochtend meldde het analyserapport niet alleen dat vijf bezoekers de nieuwe site hadden bezocht, maar ook hoeveel pagina's ze gemiddeld bekeken, hoe lang ze waren blijven hangen, waar ze inlogden en nog veel, heel veel meer.
Als liefhebber van statistieken liep het water me in de mond, bij al die cijferreeksen, kruistabellen en staafdiagrammen. Het geeft de lancering van onze vernieuwde site net dat tikkie extra.
Daarom bij deze: bedankt buuf!i

Content

Dinsdag 12 oktober 2010 - Een paar jaar geleden werkte ik als tekstschrijver voor een Noord-Hollandse organisatie die net druk doende was de eigen site te vernieuwen. Terwijl ik braaf mijn stukjes voor het hard copy-weekblad van de organisatie tikte, vond op mijn kamer regelmatig overleg plaats over de nieuwe site. Daarvoor was een gespecialiseerd bedrijfje ingevlogen van het type dat destijds als paddenstoelen uit de grond schoot. Op een dag hoorde ik het woord voor het eerst: content.
Nou ja, ik hoorde het woord natuurlijk niet voor het eerst, maar wel in een geheel nieuwe context.
“De content van de nieuwe site is belangrijk.”
“Gaat dat niet ten koste van de content?”
“Wacht even mensen, ik ben nog niet tevreden over de content.”
Zelfs als mij als relatieve buitenstaander werd gevraagd wat ik van de nieuwe-site-in-wording vond, weigerde ik halsstarrig het woord ‘content’ in de mond te nemen. Pas onlangs, toen we druk bezig waren met het vernieuwen van onze eigen site, was het moment daar. “De content van een site,” vroeg ik aarzelend aan Bert, “dat is toch de inhoud, dus zeg maar alle teksten en foto’s bij elkaar?”
Dat bleek het geval te zijn. Ter plekke besloten we zelf nóóit mee te doen aan die verwerpelijke trend om je eigen simpele stiel voor opdrachtgevers quasi-interessanter en ondoorgrondelijker te maken door begrippen die op zich prima voldoen te vervangen door allerlei nieuwe, veelal Engelse leenwoorden.
Dus: de site van De Geus & Hartman is van nieuwe teksten en foto’s en van een nieuwe vormgeving voorzien.
En ja, we zijn er, eh, content mee.